Op een onverwacht moment liep Sam letterlijk de dood tegen het lijf

Op een onverwacht moment liep Sam letterlijk de dood tegen het lijf

De dood gaan we in ons dagelijks leven liever uit de weg. We nemen zo onze voorzorgsmaatregelen om hem te bedekken en te vermommen. Totdat hij je op een onverwachte dag recht in het gezicht kijkt. Dat overkwam Sam. 

Ze lag zo stil dat ik eerst aan tentdoek dacht. Maar dat was vreemd: een zwartbont gevlekte tent middenin een weiland. Ik kwam naderbij, langs het wandelpad met de lange heg aan de ene en de knotwilgensloot aan de andere kant. Haar contouren werden duidelijker. Haar rechterheup stak omhoog. Haar staart hing slap, in een rare hoek naar beneden, omdat ze plat op haar zij lag. Ze moest wel gevallen zijn, of heel erg ziek. Ik maakte me zorgen. Ik vond een gat in de heg en wandelde door het lange gras naar haar toe.

Terwijl ik naderde vertrok ze geen spier. Toen ik om haar heen gelopen was, werd me duidelijk waarom. Haar kop was nog helemaal intact, maar rond het rechteroog wandelde een dozijn zoemende vliegen. ‘Dus dat is je probleem, lieve koe,’ zei ik zachtjes. ‘Je bent gewoon dood.’

Een paar meter verderop tegen een kapotte omheining lag een blauw canvas zeil waar ‘Kadaverruiming’ op stond, met de naam van een bedrijf erbij. Dat stelde me gerust. Ik hoefde niemand in te lichten. Alle radertjes van de machine, die ervoor zorgt dat de dood ons in het dagelijks leven verborgen blijft, waren al in werking gezet. Blijkbaar is een canvas zeiltje spannen het eerste wat we doen als de dood zich laat zien. Vandaag wilde de dood zich toch aan mij tonen, en had het zeil van het koeienlijf laten waaien.

Netjes verpakt en vermomd

Ik keek naar haar lichaam. Hoe het prachtig in het zonovergoten weiland lag, en bedacht hoe raar onze relatie met de dood eigenlijk is. Ieder jaar sterven er in Nederland zo’n 140.000 mensen door ongelukken, ziekte en ouderdom. Hoeveel koeien er sterven weet ik niet. We zijn de grootste vleesproducent van Europa, dus ik vermoed een veelvoud. We stoppen de dood weg, maar komen haar elke dag tegen in het koelvak van de supermarkt. Netjes in stukjes gesneden, verpakt en vermomd, om zo min mogelijk op zichzelf te lijken. Leven voedt zich met dood. Daar ontkomt niemand aan.

Ondertussen huist de doodgraverij van mensen steeds meer in non-descripte bakstenen gebouwtjes en noemt zich uitvaartbranche. Alsof het rondvaartjes in de Amsterdamse grachten betreft. Echt doodgraven doen tegenwoordig alleen nog kevertjes. Grafdelven doen minigraafmachines, zodat we niet meer zelf met een schep de lijkkuil in hoeven. Zo’n kuil is minstens twee meter diep om de doodeenvoudige reden, dat de geur van ontbindende lijken een waarschuwingsfunctie heeft. Daarmee is ze voor onze hersenen de meest vieze, Fear and Loathing opwekkende neusprikkel in de kosmos. Die heel diepe, biologisch ingeprogrammeerde angst en walging zijn ook precies de reden dat we zoveel doekjes om de dood winden.

Verraderlijke kuilen in het hoge gras

Terwijl ik dit stond te bedenken, boog ik me over mijn dode vriendin heen en snoof voorzichtig. Een licht weeïge geur was alles wat ik rook. Zure melk. Ik liep naar de uier, die op knappen stond. Er lag een gelig plasje bij. De rechtervoorpoot was kapot. Hij stond ongeveer twee handbreedtes hoog in een diepe kuil in het gras en brak daarna abrupt af, met haar lichaam mee. De huid was ongebroken.

Ik wist nu ongeveer wat er gebeurd was: ze had zich laten verleiden door het grazige, lange gras in de aanpalende weide, was door de omheining gebroken en toen in een van de verraderlijke kuilen in het hoge gras gestapt. Ze was gestruikeld, had haar poot gebroken, was in shock geraakt door het trauma, en niet lang daarna overleden. Haar uier had tot op het laatste moment nog melk van gras gemaakt.

Ik moest denken aan de bijen in de leeuw, in het verhaal van Simson:

Spijze ging uit van den eter, en zoetigheid ging uit van den sterke.
Richteren 14 vers 14 (Statenvertaling)

Het gekke was: niets van het trauma was op haar kop af te lezen. Ze lag er, afgezien van die ene gebroken poot prachtig rustig, bijna sereen bij. Alsof ze het leven in alle kalmte los gelaten had. Zonder schaamte, angst of wrok lag ze daar. Doodgewoon prachtig dood te zijn, in het hoge gras.

Onbevangen de hemel instarend

Ik pakte mijn telefoon en maakte een filmpje van de vliegen die dansten rond haar halfopen, diepblauwe oog, dat de hemel stil weerspiegelde. De kikkers in de sloot kwaakten. Het was de meest passende begrafenismuziek die ik ooit gehoord had. Tussen het kroos weerspiegelde het slootwater de hemel, net zo kalm als het oog van de dode koe. Dat diepblauwe oog, in totale rust. Onbevangen vanuit haar zwarte kop de hemel in starend. Alsof ze er al was.

‘Dankjewel voor deze les, lieve koe,’ fluisterde ik. ‘Dood hoort bij het leven. Bij mijn volgende uitvaart zal ik aan je denken.’ Ik aaide haar over de lok tussen haar hoorns en wandelde in gedachten verzonken naar het wandelpad terug. Ik stapte in een diepe kuil in het gras. Omdat ik maar twee benen heb, liep het goed af. Thuis waste ik mijn handen minstens vier keer met ontsmettende zeep.

foto & tekst: Sam Gerrits
Sam noemt zichzelf graag een heiden, maar kan intussen de christelijke armen van zijn vader en moeder steeds beter om zich heen hebben.