Jaloezie, hoe ga jij ermee om?

Jaloezie, hoe ga jij ermee om?

Grote denkers deden al uitspraken over jaloezie. Dat groene monster dat onverwacht opduikt en de boel barricadeert. Rolinka werd er ook mee geconfronteerd… 

Ben je weleens jaloers?

Gewoon een gewetensvraag. En probeer die eens eerlijk te beantwoorden.

Als ik heel eerlijk ben, dan moet ik toegeven dat ik weleens jaloers kan zijn. Dat geldt zelden voor bezit, als wel voor momenten. Ik kan echt een steek van jaloezie voelen als ik bedenk dat mijn man voor mij andere vrouwen heeft bemind. Idioot natuurlijk. Ik heb voor hem ook relaties gehad. Waar komt dat dan vandaan?

Om mijzelf wat bij te spijkeren over jaloezie, dook ik het internet op. Daar vond ik volgende twee definities:

Aristoteles definieerde in Retorica jaloezie als pijn, veroorzaakt door het geluk van anderen.. Een andere definitie kwam van Kant. Hij zag jaloezie als een onwil ons eigen welbevinden overschaduwd te zien worden door het welbevinden van anderen. Dat komt doordat de standaard die we gebruiken om ons welbevinden aan af te meten niet intrinsiek is aan ons eigen gevoel, maar aan hoe het vergelijkt met wat we zien van anderen.

Lekker in de weg zitten

Die eerste, van Aristoteles, die snap ik. Ik vrees dat dát ook degene is waar ik aan lijd. Niet dat ik anderen het geluk misgun (dat is afgunst), maar meer dat ik het mezelf ook zo gun. Tot mijn spijt geldt dat toch vaak het niet hebben van eigen kinderen. Tjonge, bij het voorbereiden van een doopdienst kan het me soms echt in de weg zitten. Dan denk ik: ik kan jullie kinderen fijn dopen, maar zelf zal ik het nooit meemaken. En voor ik het weet, hang ik weer in een poel van zelfbeklag. Gelukkig lukt het me de laatste tijd om daar steeds beter mee om te gaan.

Die tweede is een vorm van jaloezie die ik niet zozeer ken uit eigen ervaring, maar die ik om me heen regelmatig tegenkom. Het leven aan de voor- en aan de buitenkant. In de Vinex-wijk waar ik werk, lijkt het soms een wedstrijd om zo geslaagd mogelijk voor de dag te komen, terwijl er achter de gevel eigenlijk een heleboel mis is. Maar dat het niet goed gaat, mag natuurlijk niemand weten.
Deze vorm van jaloezie veroorzaakt best veel eenzaamheid. Vaak leidt dat weer tot het vullen van die leegte in je leven met zaken die je nog meer beschadigen (denk aan vreemdgaan, in de schulden werken, de schijn ophouden).

Niets zo gevaarlijk als een jaloerse vrouw

Jaloezie is een oer-emotie, jaloezie. Een heel krachtige emotie ook. Niets is zo gevaarlijk als een jaloerse vrouw, wordt wel gezegd. Het laat een mens dingen doen, waartoe je jezelf in alle redelijkheid nooit in staat had geacht. In het ergste geval zelfs tot moord. Blinde vlekken, wraak, een crime passionel… Het is onlosmakelijk met het mensdom verbonden. Het begon al bij Kain en Abel. Kain was jaloers op zijn broer Abel en doodde hem.

In de tien woorden of geboden is er een hele nota aan gewijd:

Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.

De emotie jaloezie maakt zo’n minder mens van je, dat Onze Lieve Heer bedacht heeft om ons daar officieel tegen te beschermen. Maar ja, toch bekruipt je dat gevoel, dat groene monster. En het laat je dingen denken en misschien wel zeggen, waar je later heel veel spijt van kunt krijgen. Het beschadigt doorgaans niet alleen je relatie, maar ook jezelf.

Als mijn jaloezie weer eens de kop opsteekt, dan knik ik haar vriendelijk toe (ik denk dat het een vrouw is, ook niet echt goede pr voor mijn eigen sexe). Ik knik mijn jaloezie toe en ik geef haar een stoel. Kan ze daar lekker groen zitten zijn, misschien mij zelfs even overhoop schudden. Ik laat haar maar. Ontkennen heeft geen zin. Het hoort bij het mens-zijn. Ik zie het als een soort levensopdracht om met haar samen te leven, zónder dat ze me overneemt. Ze houdt me ook scherp namelijk, dat dan weer wel.