Dit kun je als gelovige leren van een boom

Dit kun je als gelovige leren van een boom

Heb je twijfels, vragen? Koester ze alsof het boeken in een vreemde taal zijn, zegt Wolter. Heb vooral geduld en rijp zoals een boom. 

Men moet de dingen
de eigen stille
ongestoorde ontwikkeling laten
die diep van binnen komt.
Die door niets gedwongen of versneld
kan worden.

Alles in het leven is groeien
en vormt zich,
rijpt zoals de boom,
die zijn sapstroom niet stuwt
en rustig in de lentestormen staat,
zonder de angst
dat er straks geen zomer zal komen.
Die zomer komt toch!

Maar slechts voor de geduldigen
die leven alsof de eeuwigheid voor hen ligt,
zorgeloos,
stil en weids.

Men moet geduld hebben
met onopgeloste zaken in het hart
en proberen de vragen zelf te koesteren
als gesloten kamers
en als boeken
die in een zeer vreemde taal geschreven zijn.
Het komt erop aan alles te leven.
Als je de vragen leeft,
leef je misschien langzaam maar zeker,
zonder het te merken,
op een goede dag
het antwoord in.

Rainer Maria Rilke (1875-1926)

‘De vragen leven en zo het antwoord inleven’. Kan het nog meer ‘Lazarus’?

Ik vind het heel belangrijke woorden. Ik vind elke zin in deze tekst belangrijk (strikt genomen is het geen gedicht van Rilke, maar zijn het postuum bij elkaar geplaatste zinnen uit een brief die hij aan een jonge dichter schreef).

Ik vind bijvoorbeeld ook dat stukje ervoor belangrijk: vragen zijn er om te koesteren. Nee, niet om te zwelgen in volstrekte vertwijfeling. Je koestert ze, als boeken in een vreemde taal. Ze bevatten een geheim dat er om vraagt geduld te hebben.
Zo is het met alles in het leven en in het geloof. Je bevraagt en ‘beklopt’ gebeurtenissen, woorden en symbolen. Maar het is soms verrot lang wachten tot er iets van hun betekenis opengaat. Ook een woord of symbool dat al lang betekenisvol voor je is (voorbeeldje: ‘Jezus’) kan in verschillende fasen van je leven heel anders en voller tot betekenisbloei komen – of, en dat is belangrijk, een flinke tijd lang tamelijk ‘betekenisloos’ braak blijven liggen.

En dat is prima. Onvermijdelijk zelfs.

Dat vind ik nou leven. Dat noem ik nou eerbied hebben voor de dingen. Dat noem ik nou leven met God. Wie heeft er tegenwoordig nog geduld? Laat staan geduld met God? Wie heeft er nog geduld met zichzelf? Of met de kerk, als die niet voldoet aan jouw theologische idealen?

Weer lekker hard rennen

Met dat woord ‘geduld’ kun je dit gedicht eigenlijk samenvatten. Mijn God, wat word ik daar rustig van. Zou ik graag als een soort jaarthema aan kerkelijke gemeentes gunnen. Veel kerken hebben in deze periode een ‘startzondag’ (kent u die uitdrukking? Vreselijk). ‘Er weer fris tegenaan mensen!’ Veel reuring, veel gedoe, we gaan weer lekker hard rennen dit jaar. We hebben een kerk in stand te houden, nietwaar. Als wij het niet doen, dan doet niemand het!

Voor al die mensen die dat niet trekken (ik heb de neiging ze ‘gelovigen’ te noemen): mediteer maar even over dat beeld van die boom. ‘Die zijn sapstroom niet stuwt’.

Wij kunnen leren van die boom. Die staat. En geduldig wacht. Zijn tijd komt immers wel.

Dan heb je iets begrepen van zowel het begrip Wu Wei uit de Tao (‘niet handelen tegen de aard der dingen in’) als van het begrip genade. Uit hoofdstuk 8 en 43 van de Tao:

Te zijn als water, dat is het allerbeste.
Water doet alle dingen goed, zonder te wedijveren.
De massa veracht zijn nederige plaats.
Juist daarom is water zo dicht bij de Tao.
Het allerzachtste ter wereld overwint het allerhardste.
Wat leeg is kan doordringen in wat geen tussenruimte heeft.
Hierdoor weet ik waarom nietsdoen de voorkeur verdient.

Dat kan ik in één adem doorlezen met bijvoorbeeld wat Paulus in 1 Korintiërs 13 over ‘de liefde’ zegt. Of alles wat Jezus zegt over het kleine, het verachte, het zwakke…

Het liefst een beetje snel vrucht dragen

Als ik iets onder ogen heb gezien van het christelijke leven dan is het wel dat wij christenen meesters zijn in het willen stuwen van de sapstroom. Want ja, ‘je moet vrucht dragen’. En snel een beetje, het liefst nog dit seizoen. We willen het afdwingen. Daarin zijn we niet anders dan de cultuur waarin we leven. Het leven is immers wat je er zelf van maakt? En we leven maar één keer.

Daar vind ik het gedicht echt superchristelijk worden: rustig in de lentestormen staan ‘zonder de angst dat er straks geen zomer zal komen. Die zomer komt toch!’ En daar kom ik weer precies op die eindeloze kalme vlakte aan waar ik steeds weer aankom op Lazarus. Die omarmende haven van Gods eeuwigheid.

Heb geduld. Alles is er al. En was. En komt.