Laat eens zien dan

Laat eens zien dan

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Laat eens zien dan! – PopUpGedachte woensdag 21 september

Elke keer als dan mensen zeggen: ik kom graag een keer kijken in die PopUpkerk van je, slaat me heel even de angst om het hart. Wat als het niet matcht met wat ik zojuist heb verteld erover? Snel ga ik na wat ik over die zondagochtenden gezegd heb. Heb ik niet teveel beloofd. Straks zijn ze teleurgesteld of erger, ze kijken me aan met van die opgetrokken wenkbrauwen die vragen: is dit alles?

Het is maar een flits maar het is er altijd. Ik wil ten diepste bewijzen dat ik wat waard ben, dat de overtuiging waarmee ik dingen breng, geen gebakken lucht is. En daarmee is de mooie, kwetsbare en waarderende zin: ik kom graag eens kijken in mijn hoofd door een duivels filtertje gegaan en hoor ik opeens: we zullen wel eens komen kijken of dat allemaal zo mooi is, vriend.

Net gedoopt, een stem uit de hemel gehoord, jij bent mijn geliefde en vervolgens aan het zwerven door de woestijn. ‘Al die tijd at hij niets en toen de veertig dagen verstreken waren, had hij grote honger. De duivel zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen’.

Hij voelt de razende honger zelf. En iemand zegt: jij met je pretenties, laat eens zien dan. Een dubbel verleidelijke vraag. Iemand wil weten of jij wel werkelijk kan wat je vertelt, of je wel werkelijk levert wat je belooft, of je staat voor je overtuigingen. En god, wat willen we dat graag – dat iemand van ons zou zeggen: nou, die staat voor zijn overtuigingen hoor, die levert. Als dat over je gezegd wordt, kun je zo’n beetje je CV thuislaten, een man of vrouw uit een stuk.

En hier wil de zogenaamde duivel een bewijs.

Maar Jezus weigert. Hij krabbelt niet terug op dat Zoon van God-heid. We zijn tenslotte allemaal zonen en dochters van God, zegt hij even verderop. Hij pretendeert de lead te nemen in wat dat betekent, zoon van God zijn. En een van de dingen die dat betekent is: niet voor elke joker die opduikt in de woestijn je uit de naad gaan werken om te bewijzen dat je echt niet zo’n idioot bent als de ander lijkt te denken. Niet gaan werken opdat die wantrouwende blik een blik van waardering wordt.

Omdat het zo vaak niet kan, omdat het verspilde tijd is. Hoe belangrijk is die criticast nu helemaal. Waarom opeens halt houden op de ingeslagen weg, een zoekende weg waar je de toekomst ook niet van weet, en aan een willekeurige chagerijnige voorbijganger omstandig gaan uitleggen dat dit werkelijk de goede weg is, jezelf een tikje overschreeuwen als wist jij waar het heen leidde, en de achterdocht en de overwinning bij de ander zien groeien, want je rijdt niet meer. Je bent niet meer onderweg.

Jezus antwoordt: Er staat geschreven; de mens leeft niet van brood alleen. En daarop volgt, zoals elke goede jood weet, maar van ieder woord dat uit de mond van god uitgaat. En daar gaat de onderliggende heldere steek onder water van uit: de vraag naar bewijs, het ‘laat eens zien dan’, komt volgens Jezus niet uit de mond van God – dus behoeft verder geen antwoord.

Er zijn criticasters langs de weg die je halt doen houden omdat ze eerst willen weten wat voor vlees ze in de kuip hebben voor ze je vertrouwen. Maar wie zegt dat het nodig is dat zij je vertrouwen? Er zijn criticasters in mijn hoofd die menen dat ik iedereen die langs komt wel moet overtuigen en hoop met samengeknepen billen dat mijn kunstwerk/popupkerk/lezing/popupgedachte voldoet aan de verwachting. Maar wiens verwachting is dat, toch van die ander?

In het boek Ester is de eerzuchtige eerste minister nog steeds onderweg om de Jood Mordekai te vernietigen, de man die maar niet voor hem wil buigen. Als hij bij de koning komt om daar toestemming voor te vragen, heeft die echter net besloten (vanwege een oude geschiedenis) dat Mordekai eer bewezen moet worden en dat Haman, de minister de juiste man is. Diep vernederd keert hij aan het eind van de dag terug naar huis en daar zegt zijn vrouw: Als die Mordekai van wie je nu voor het eerst hebt verlorn tot het Joodse volk behoort, kun je niet tegen hem op, je zult het volledig van hem verliezen’.

En Mordekai doet niets. Die staat alleen maar bij de poort en houdt zijn nichtje, de kersverse koniging Ester een beetje in het oog.

Als de ingeslagen weg, waar wantrouwende criticasters van vinden dat de resultaten niet echt in verhouding staan tot de geleverde inspanning, waar de criticasters in het hoofd van zeggen: hou toch op, gooi het bijltje erbij neer, wat is je impact, als die ingeslagen weg de goede weg is om te gaan dan zullen muren steeds weer deuren blijken te hebben en de kleine impact zullen rimpelingen veroorzaken die precies dat doen waar je naar verlangt.

De mens leeft niet van impact, resultaat, feit, bewijs alleen – en heeft dus niet altijd boodschap te hebben aan iemand die dat eist – op de achtergrond klinkt de vertrouwde stem van degene die je op deze weg stuurde. Dat is de enige echt interessante stem in de rug, hoe vaak is willen-bewijzen niet tijdverspilling, stilstand en de reden om water bij de wijn te doen. Terwijl het idee andersom was: wat water leek, bleek wijn.

Rikko las vanochtend deze teksten ter inspiratie:

Ester 6:1-14

Handelingen 19:1-10

Lucas 4:1-13