Leren kijken

Leren kijken

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Leren kijken – PopUpGedachte vrijdag 2 september

Het schemert, de kleuren keren langzaam terug na de nacht. Binnen staat er kunstlicht aan, een beetje behelpen maar het geeft wel kleur aan de dingen. Buiten is alles nog blauwzwart, grijszwart, een vage sliert rood door de lucht, een indicatie van de opkomende lichtbron die al het kunstlicht overbodig maakt.

Ik heb leren kijken. Het duurde even maar langzaam heb ik het geleerd. Vroeger vond ik vooral iets van de dingen, ik probeerde te zien wat de logica van iets was. Had iemand een schilderij gemaakt ging ik op zoek naar wat het voorstelde en als ik dat zag en het een goede weergave was, dan vond ik het schilderij goed. Willekeurige kleuren, abstractheden, ik hoor mijn vader nog zeggen dat zijn kind dat ook kon. Hij wilde niet kijken, ik ook niet, natuurlijk niet. Wat een onzin.

In de kleedkamer met de theatergroep waar ik als groentje binnenkwam ging het over de volgende voorstelling en de vraag welke kleur de outfit moest hebben. Groen, riep er een. Die landde niet en een ander riep: Geel. Weer geen respons, een beetje gemurmel. Uiteindelijk Blauw, grijsblauw. En iedereen knikte enthousiast, tegelijk: Dat is het. Behalve ik. Ik voelde me totaal buitengesloten. Wie waren dit, hoe denken zij, hoe kan dit, waar is de logica? Tegelijk begon er ook een verlangen. Naar dergelijk intuitief kijken en zien of iets klopt. Langzaam begon ik te leren, onder andere van mijn vrouw, interieurarchitect. Dat is geen logica, kijk door de spleetjes van je ogen en zie of het klopt. En soms zie ik het.

Job haat zijn vrienden. Zijn leven is totaal geruineerd, door een speling van god en de duivel – een grieks drama in optima forma. ‘ Ik schreeuw Onrecht, maar krijg geen antwoord. Ik roep om hulp maar vind geen recht.’ Zijn vrienden eisen dogmatisch dat hij het opgeeft, dat hij toegeeft dat het zijn eigen schuld is. Hij steekt zijn bijna verteerde vingers in zijn zwerende oren en eist gerechtigheid. Hij gelooft. Ik weet, zegt hij, mijn redder leeft (waar die dan is en waarom die niet luistert weet hij niet, maar verdomme hij moet er zijn, ergens) en hij zal tenslotte hier op aarde ingrijpen, hoezeer mijn huid ook is geschonden, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen, ik zal hem aanschouwen, ik zal hem met eigen ogen zien, ik geen ander, heel mijn binnenste smacht van verlangen’.

De totale rucksichtloze overgave aan het geloof dat er gerechtigheid bestaat en dat het een bron heeft en hij die zal zien. Hij voelt het aan zijn wegterende botten en weigert op te geven.

De luxe van mijn leven is een schril contrast met deze man op de mestvaalt, maar het verlangen duwt me voort en schopt me uit bed op ochtenden als deze. God zien, in dit lichaam, hier en nu, op deze aarde. Wie of wat en hoe het ook moge zijn, welke logische, wetenschappelijke en kleinmenselijke rasters ik ook achter me moet laten, ik wil het zien, hem of haar of het zien en als ik het zie zal ik het weten. Net als de theatergroep in de kleedkamer.

Maar hebben zoveel mensen god gezien en vervolgens een wapenarsenaal aangelegd om andere minder verlichte mensen kapot te maken. Anderen hebben het licht gezien en hadden een dwangbuis nodig.

Wat als het zo simpel en klein is als de man uit Nazareth in het jaar 0. Die in de tekst van vanochtend een man zonder zicht, een medisch probleem die oogprothesen nodig heeft – maar ja, die bestaan niet – weer zicht geeft. Niet als medisch wonder, maar als symbool.

Ik ben stekeblind natuurlijk voor wat er werkelijk speelt. Ik zie niet eens wie ik echt ben, daar moeten mijn vrienden me op wijzen. Ik zie al helemaal niet wie anderen zijn, heel soms even als ik heel erg mijn best doe om te begrijpen. Ik zie een agenda en denk dat ik moet werken, ik zie een punt van kritiek en denk dat ik niets waard ben. Ik zie weinig en wil leren zien. Begint bij rust, bij een gok dat het ergens tussen de kaften van die Bijbel wel te vinden zal zijn en bij verlangen. Dat vooral. Het harde verlangen en de keus om het te voeden. Hier en nu God zien, wat het ook moge betekenen.

Het is zeven uur geworden. Het kunstlicht kan uit, er is licht.

Deze teksten inspireerden Rikko:

Job 19:1-7, 14-27

Handelingen 13:13-25

Johannes 9:18-41