Ze stond op en speelde

Ze stond op en speelde

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Ze stond op en speelde – PopUpGedachte woensdag 27 september

Ik was erbij, zondag op het Museumplein. De Parade van Ieder1, een gezellige bedoening onderweg, een hoop positieve energie van mensen van goede wil, maar ook daaronder mijn huid de frisse tegenzin omdat er iets jeukte. Maar wat? Het jeukte niet genoeg om thuis te blijven, want dit soort positiviteit verdient toch een hoop steun. Maar Arjan van Veelen schreef het op in een krant: demonstreren, actievoeren, opstaan – is dirty work, het is ergens tegen zijn, iets specifieks. Nou waren er genoeg mensen tegen Ieder1, zowel ter linker als ter rechterzijde. Verwijten van Gutmenschenparade voor het lekkere gevoel tot bedekkers van de echte problemen. Maar het punt van Arjan: maak het concreet, specifiek, tegen het zere been – die voel ik.

Op het podium hield een basisschool meisje met hoofddoek een knal van een speech. Zij legde volwassenen even uit hoe ze zinniger, liefdevoller en minder kortzichtig met elkaar konden omgaan. Toen kwam Nasrdin, die vond het niet eerlijk dat hij na haar moest speechen want daar kon hij niet meer overeen. Lachend zei hij: dat wil ik ook niet. In de praktijk kon hij het ook niet. Daarna speelde een violiste. In rolstoel. Tenminste, ze reed in een rolstoel het podium op. Alleen als ze speelde had ze de rolstoel niet nodig. Dat zei Eric Corton, als ze speelt dan houdt de muziek haar overeind. En we luisterden en keken. Een verlamde. Speelt, staat en overwint. Straks gaat ze weer af in haar rolstoel. Maar dat is geen belemmering meer lijkt het.

Dat beeld. De vrouw die speelt en staat, kan staan als ze speelt en straalt. Met haar rolstoel vlak achter haar voor als ze stopt met spelen. Misschien dat ik daardoor de tekst van vanochtend eindelijk een beetje begrijp.

Jezus geneest zieken, dat is de manier waarop hij iets toont van wat hij wil brengen.

‘Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen dus lieten ze hem op een bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus. Toen hij hun geloof zag, zei hij tegen hem. Uw zonden zijn u vergeven. De Schriftgeleerden en farizeeën begonnen zich af te vragen: wie is die man dat hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen? Maar Jezus begreep wat ze dachten en zei tegen hen: vanwaar toch al die bedenkingen? Wat is gemakkelijker, t e zeggen: Uw zonden zijn u vergeven of: Sta op en loop? Ik zal u laten zien dat de mensenzoon de volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’

Hij geneest de verlamde en iedereen staat versteld.

Hoezo zonden vergeven als je een verlamde ziet? En waarom is dat godslasterlijk? Wat als iemand de vrouw met de viool ooit had genezen? Voor ze de viool te pakken had? Wat dan? Wat dan?

Verlamden mochten niet meedoen. Toen niet, nu wel – maar vaak in theorie. Verlamden konden niet naar de tempel, zij waren uitgesloten van religieuze dienst, toen. Geen offers, geen vergeving, geen verbinding met God, geen rol in het volk, in de toekomst, in wat dan ook. [CORRECTIE om 9 uur: dit blijkt niet juist achteraf – verlamden mochten geen priester worden, dat is heel wat anders] En Jezus van Nazareth neemt eigenhandig de rol van de tempel over, vraagt geen offer van de man en zegt: de zonden zijn vergeven. En nee, dat gaat niet over kleinmorele foutjes, het betekent dat de man met een zuiver geweten voor de maker van de wereld kan staan en door diegene voor vol wordt aangezien. Hij kan zijn plek op het podium innemen.

Het is niet alleen godslasterlijk dat jezus van nazareth dat ‘zonden vergeven’ zich toe-eigent, als een verdwaalde straatprediker die opeens een pauselijk tenue aantrekt, een pausmobiel tevoorschijn trekt, ex cathedra uitspraken gaat doen en de mis gaat bedienen, dat is godslasterlijk en pretentieus genoeg: dat zonden vergeven. Maar hij lijkt ook voorbij te gaan aan de oude bepalingen dat gehandicapten of mensen met andere beperkingen niet in de tempel mogen komen. [ONJUIST DUS] Absurd voor ons hoofd, maar in hun tijd een vanzelfsprekend onderdeel van de religiositeit. Jezus van Nazareth pretendeert niet alleen de priester totaal te kunnen vervangen, maar hij deelt wat de priester te geven heeft uit aan wie hij wil.

De verlamde man staat niet te springen om te kunnen lopen, hij is voor vol aangezien – then and there – als de violiste op het podium van Ieder1. Maar omdat de omstanders vinden dat Jezus te ver is gegaan, terug moet in zijn hok en de verlamde man dus ook, besluit de gebedsgenezer uit Nazareth om de man dan ook maar van zijn verlamming te genezen. En zo geschiedt. De violiste zou dan het podium afwandelen en de rolstoel laten staan. Wat verbazing en verrassing op zou leveren en haar gelukkig zou maken – vast. Maar haar erkenning, haar positie, haar zichzelf zijn is daar niet van afhankelijk – dat had ze al, met die viool in haar handen.

Ik vind het een ongelukkige term: dat zonden vergeven, want het roept allemaal vermoeiende beelden op. Maar wat er gebeurt is dat hier een Jezus van Nazareth zelfstandig de macht naar zich toetrekt en de mogelijkheid bezit om outcasts die hopen om mee te mogen doen te bevrijden van alles wat hen in de schaduw hield. En daarvoor hoeven ze niet te genezen.

Die handicaps, de stemmen in het geweten of de karakterflaws, die ons klein houden, in de schaduw, kennen we allemaal wel. Blijkbaar zijn ze niet onoverkomelijk, geen reden om klein te blijven of in de schaduw.

Hosea 4:1-10

Handelingen 21:1-14