Volgens Kierkegaard moeten we bescheiden over het geloof spreken. Vooral met onze kinderen

Volgens Kierkegaard moeten we bescheiden over het geloof spreken. Vooral met onze kinderen

Kierkegaard had niet zoveel met geloofsopvoeding. Want een kant-en-klaar geloofspakketje aanbieden, is puur (zelf)bedrog. Geert Jan legt uit waarom de Deense filosoof daar zo stellig over was. 

Hoe spreek je over Jezus? Laten we een kind nemen, een kind dat niet op school verknoeid is doordat het daar een simpel lesje over Jezus Christus’ lijden en dood heeft leren opdreunen, een kind dat nu voor het eerst het verhaal te horen krijgt. Laat het eerst mooie plaatjes zien. Van een keizer als Napoleon aan het hoofd van duizenden mannen, van een jager als Wilhelm Tell die met een vastberaden blik langs zijn boog tuurt. Bij elk plaatje vertel je een mooi verhaal over zo’n mens en over wat hij allemaal deed. Dan kom je bij een plaatje dat er met opzet tussen is gelegd. Een plaatje van een gekruisigde. Je legt uit dat een kruisiging een pijnlijke en vernederende straf was. Als het kind dan, nieuwsgierig als het is, vraagt wie die man aan dat kruis is, en wat hij gedaan heeft, zeg dan dat dit de meest liefdevolle mens is die ooit geleefd heeft. De reactie zal waarschijnlijk zijn: ‘maar waarom zijn ze dan zo gemeen tegen hem geweest’? Vertel dan dat hij de liefde zelf was, die naar de wereld is gekomen, hoe hij mensen hielp die ziek waren en vol zorgen, en vertel over hoe de mensen daar niet tegen konden, hoe hij verraden werd door een vriend en zo uiteindelijk aan dat kruis terechtkwam. Kijk, dat zal een kind niet allemaal begrijpen, maar het zal hem niet loslaten. Ook niet als hij ouder en volwassen geworden is.
Vrij geciteerd uit Oefening in Christendom van Søren Kierkegaard

Kierkegaard is nogal kritisch op geloofsopvoeding. Zijn eigen ouderlijk huis was vergeven van het theologisch gepieker van zijn vader, die zijn slimme, jongste zoon daar al heel snel in meenam. Kierkegaard lijkt regelmatig te suggereren dat hij daardoor als kind zo veel te snel in de reflectie is geschoten. Waar veel mensen in de loop van hun leven bij stukjes en beetjes wat gaan nadenken over zichzelf en het leven, zijn er sommige mensen –zegt Kierkegaard- die de ontwikkeling andersom doormaken. Ze zijn van jongs af aan afstandelijk met leven bezig en komen daarna (hopelijk) pas tot een vorm van ‘onmiddellijkheid’, tot meer eenvoud.

Het is dan ook niet zo vreemd dat Kierkegaards werk gelezen kan worden als een magistrale poging om het denken een meer bescheiden plaats toe te kennen. Om zo uit de verstrikking van al die van buitenaf en met beste bedoelingen aangedragen en opgelegde schema’s te komen.

Meer positief geformuleerd: hij vindt het hart van het evangelie zo waardevol dat hij er alles aan doet om het zo fris en nieuw als maar mogelijk is bij iedere enkeling te laten aankomen, om te beginnen bij zichzelf. Zijn overtuiging dat alleen indirecte mededeling daarvoor geschikt is, heeft daar alles mee te maken. Een existentiële waarheid is niet objectief, direct mee te delen en over te dragen. Ironie, humor, speelsheid, verwarring zijn onvermijdelijk om het vrije klimaat te scheppen waarin de ontdekking van het ‘zelf’ en de verhouding tot God elkaar niet in de weg zitten.

Alles voortdurend passend houden

Want dat geldt misschien wel voor iedereen die orthodox-christelijk is opgevoed: doordat er al zoveel met begrippen en verklaringen is dichtgesmeerd, raakt het het verstand murw of maakt het overuren om dat alles voortdurend passend en compleet te houden. Ook als je aan de meer bevindelijke en/of blije kant van de kerk ter wereld bent gekomen en het gevoel een grote rol speelt in je geloofsopvoeding, gaat dat op. Wie weet zelfs nog meer, ben ik op basis van m’n eigen ervaring geneigd te zeggen. Want je moet dan niet alleen een wereldbeeld in de lucht houden, maar je innerlijk moet daar ook nog voortdurend mee sporen.

Dat de wereld zoals je die kent snel zal ophouden te bestaan wanneer Jezus terugkomt (om maar een ‘klein’ voorbeeld te noemen) is een-op-een verbonden met de vraag hoe het met je hart is gesteld. Dat bepaalt immers hoe het met je gaat aflopen op dat moment. Als je dan ook nog opgroeit in een omgeving waarin niet iedereen dat denkt en gelooft, dan heb je je mentale huiswerk wel binnen. Genoeg in ieder geval om in de reflectie te schieten en daar met een beetje pech behoorlijk angstig in vast te komen zitten. Niet vreemd dat geloven en jezelf zijn dan twee verschillende werelden worden, en dat het geloof vaak in de hoek gesmakt wordt om ruimte voor het zelf te maken.

Voorzichtigheid is op z’n plaats

Door die valse tegenstelling tussen God en zelfwording worden mensen nog dagelijks, onnodig, bij het christelijk geloof vandaan gejaagd. Niet alleen in geloofsopvoeding, maar in elke vorm van spreken over geloof zouden voorzichtigheid en bescheidenheid op z’n plaats zijn. Juist in het zoeken en spelen met woorden en metaforen, met verhalen en beelden krijgt de dans van God en ‘het wordende zelf’ pas echt de ruimte. Paradoxaal genoeg gebeurt dat vaak in de seculiere wereld. Tenzij we belang hechten aan het snel overtuigen van mensen om zich in ‘onze’ veilige denkconstructie te laten opnemen.

Om maar een gigantisch cliché te gebruiken: christenen hebben de waarheid niet, zelfs niet in pacht. Ze zijn geraakt door Jezus en willen je op zijn verhaal opmerkzaam maken. En dat is een raar verhaal, vol onbegrijpelijkheden en paradoxen. Dat aan te bevelen of zelfs aan te bieden als een afgeronde levensbeschouwing of een mooie set waarden en normen waarin je geleidelijk en systematisch opgevoed kunt worden, is in Kierkegaards ogen puur (zelf)bedrog.

Alsmaar experimenteren

Volgens zijn biograaf Garff kon Kierkegaard wel eens grafomanie gehad hebben, een onbedwingbare neiging tot schrijven die te maken kan hebben met een vorm van epilepsie. Net als veel in het bijna 800 pagina’s tellende boek van Garff is dat een aardige speculatie, het brengt ons alleen niet zoveel dichter bij de betekenis van Kierkegaard werk.

Mocht het kloppen, van die schrijfdwang, dan ben ik blij dat Søren ermee gedaan heeft wat hij er mee gedaan heeft: alsmaar blijven cirkelen rond die nooit in de kern te beschrijven werkelijkheid van wat het is om mens te zijn ‘voor God’. Alsmaar experimenteren met woorden en verhalen, met invalshoeken en personages om opmerkzaam te maken op het mysterie van liefde en genade, van afhankelijkheid en vertrouwen.