Meer pech onderweg

Meer pech onderweg

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Meer pech onderweg – PopUpGedachte 11 oktober 2016

Het schijnt een heel boeddhistisch ding te zijn om te geloven dat de weg al de aankomst is, ik heb geen idee maar het is in elk geval in de teksten van vanochtend heel erg waar. En dat was het ook in die vakantie toen we met een oude krakemikkige eend, ons eigen blikken gevaarte, naar Zuid-Frankrijk togen. Als we snel hadden willen aankomen, hadden we iets anders moeten doen dan met deze wagen gaan. We wilden zo onderweg zijn dat als we nooit aankwamen, we toch vakantie hadden. Al had ik alle vertrouwen hoor, we hadden bakken gereedschap mee en het telefoonnummer van mijn eendengarage-man in Amsterdam.

Geloof of spiritualiteit of de weg van Christus is zo’n brak eendje, een wagen die voortdurend hoest, rook uitbraakt en langs de weg stilstaat. Waarbij je elke keer je afvraagt of je er wel gaat komen, of je het nog wel vertrouwt, juist als het even lekker gaat. En dat lijkt leuk, aardig en retro, in zo’n eendje langs de weg maar stilstaan op de vluchtstrook met een volle wagen en een vermoeid hoofd en het verlangen naar aankomst in die villa van familie is niet leuk, je had werkelijk gewenst dat je met het vliegtuig was gegaan of met een serieuze auto. Maar ja, die was niet voor handen. In het geloof bestaan geen bolides.

Langs de weg staan met je hoop, geloof of liefde is een harde ervaring: Het overlijden van deze, de depressie van een derde of gewoon een algemeen totaal door zijn assen gezakte variant van dat waar je mee van huis vertrok ooit, het zijn pijnlijke, eenzame ervaringen. Toch is het de weg, niet de aankomst. Het moet altijd argwanend maken als zakengoeroe’s, spirituelen iets dergelijks zeggen – maar in dit geval kan ik er niet omheen.

Jona lees ik vanochtend. Het verhaal van de man met de vis. Hij krijgt een opdracht en moet op weg om een oordeel uit te spreken over een slechte stad. Tot zover niets nieuws. ‘En Jona maakte zich gereed’ – nog steeds niets nieuws, maar dan: ‘hij vluchtte naar Tarsis, weg van de Heer’.

Wie bij zijn gezonde verstand bedenkt dat? Weg van de Heer? als je als kind al geleerd hebt dat hij de hemel en aarde gemaakt heeft. Wat denkt hij in godsnaam? Niemand weet het, hij gaat aan boord, zijn geloof in zijn opdrachtgever stottert en braakt olie en rook uit, de wagen zwabbert en neemt een afslag.

Aan boord gaat het woest stormen en ze werpen het lot wiens schuld het is: ‘Hoe komt het dat deze ramp ons treft’ vragen ze aan Jona als het lot hem aanwijst. ‘ Ik ben een Hebreeër en vereer de God van de hemel, die zee en land gemaakt heeft’. Ze kijken hem ongelovig aan: en dan ga je varen als middel om te ontkomen? Op zijn zee? Totaal-idioot! Wat moeten we met je doen?

Me in het water kieperen, zegt Jona. Dat vinden ze te erg, eerst roeien. Als ze bijna allemaal vergaan, doen ze het toch na gebeden te hebben: ‘ach heer, laat ons toch niet vergaan als wij het leven van deze man opofferen. Reken het ons niet aan als hier een onschuldige sterft. U bent de Heer, al wat u wilt dat doet u.’ Ze kieperen hem in zee, de zee wordt rustig, de mannen vol ontzag en ze offeren aan de Heer en ‘doen hem geloften’.

Absurdistisch verhaal, maar met een point. De gekste dingen gebeuren op de momenten dat het misloopt. Een vastgelopen oldtimer versie van het geloof van Jona brengt naar boven hoe willekeurige scheepslieden meer geloof hebben en een god van zee en land ontdekken wat anders echt verborgen was gebleven. De weg of de aankomst? Hier is het absoluut de weg.

En Paulus in de volgende tekst vergaat het idem dito. Hij wordt gearresteerd in Jeruzalem, van de ene vorst naar de andere gesleept, terwijl men hem probeert te doden en overal weer de vraag: waarvoor willen ze je dood? Dat vraag ik me ook af, zegt Paulus want ik verkondig een puur Joods verhaal, lees de oude profeten er maar op na: Jezus van Nazareth matcht in alles met de aangekondigde Messias. En de ondervragend vorst zegt hem: Wat wilt u van me? Dadelijk krijgt u me nog zover dat ik me voor christen uitgeef. Waarop Paulus droog antwoordt: ‘ik zou het prachtig vinden als iedereen zo werd als ik, afgezien van deze ketenen.’ Paulus heeft zich overgegeven aan het onderweg-geloof. Voor hem is werkelijk een auto die hapert en sputtert, een moment van aankomst. Totdat de auto het weer zou doen, dan kun je verder. Maar geen frustratie, een kapotte auto betekent dat je in elk geval tijdelijk op je bestemming bent, tot je weer verder kan. Totaal Zen, die man.

Het is fascinerend dat we een Bijbel hebben meegekregen die bol staat van haperende gelovigen, van olie-lekkende systeempjes en vastgelopen oldtimers. Het geloof der vaderen wordt overgenomen door de jongere generatie maar loopt dan vast tot een profeet of een leider er weer op moet wijzen dat ze het totaal niet begrepen hebben. De bijbel is een voortdurende bron van pech langs de weg van het geloven en hoe dat weer gerepareerd, geherinterpreteerd en herzien wordt. Zo leren we langzaam, door alle falen en brokken de wagen kennen waarin ons geloof wordt vervoerd. Hoe meer pech met mijn eend, hoe beter ik’m leer kennen. Dat geldt voor geloven ook. Hoe vaker het spaak loopt, hoe meer kans op werkelijk begrip wat er onder de motorkap zit. Zelfs als we’m langs de weg zetten en maar gaan lopen of het opgeven, keren velen van ons er met een omweg weer naar terug. Kijken of ‘t ie nog wil starten na jarenlange stilstand.

De aankomst is niet interessant, of dat nu een hemel is of een gevoel van gelukzaligheid, het gevonden hebben of een goed gelovige zijn. Dat is allemaal nog de vakantieganger die pas bij gedroomde bestemming kan genieten. Alles gebeurt onderweg, alle zoeken en vinden en rusten en groeien en ontmoeten. Hoe brakker de auto, hoe minder snel je vooruitkomt, hoe sneller je dit leert. Zo werkt het met een oude 2cv, zo werkt het misschien ook wel met geloven. Pech wensen klinkt sadistisch en het is ook vaak existentieel diep ellendig, toch zit daar de kans op hoop en licht.
Jona 1:1-16

Handelingen 26:2427:8

Lucas 8:40-56