Bang voor wat kan

Bang voor wat kan

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Een nieuwe week, een koude ochtend en krakend verse teksten. Elke keer weer diezelfde vraag: hoe doen de teksten die ik deze ochtend via dat oude rooster in de maag heb gesplitst de nieuwe dag oplichten. Wat haakt er in die oude woorden? Vandaag is het dit: ‘Ze vonden de man uit wie de duivels waren weggegaan aan zijn voeten zitten, gekleed en goed bij zijn verstand en ze werden door vrees bevangen. Die het gezien hadden, verhaalden hun hoe de bezetene genezen was. Heel de bevolking der Gerassenen vroeg Hem nu bij hem weg te gaan, want zij waren van grote vrees bevangen’.

Er is een man bij zijn verstand gekomen en men wordt er doodsbang. Er is een zieke geest genezen en men zou willen dat het niet gebeurd was. Niet nog meer hiervan, ga weg, alsjeblieft.

Een vriendin werkt in de geestelijke gezondheidszorg en legt me uit hoe ze ‘bezetenheid’ van heel dichtbij kent. De donkere floers die over de ogen kan vallen, de onherkenbaarheid van de ander, de oerkracht die er boven komt. Het is niet zo ver weg van ons. Vroeger woonden ze buiten de stad en men waagde zich niet in de buurt, het kon je dood betekenen. Men vreesde zo’n mens en vertelde aan de kinderen spookverhalen om te zorgen dat ze er uit de buurt bleven.

‘Deze man verbleef niet in een huis maar in grafspelonken staat er, menigmaal werd hij dan in hand en voetboeien geketend, maar hij trok de boeien stuk en werd door de duivel de eenzaamheid ingejaagd.’ Hier kunnen ze mee leven, de mensen uit het gebied van de zogenaamde Gerasenen. Het is angstig en het is donker maar het is vertrouwd.

Dan komt Jezus van Nazareth, raakt bewogen door die man, de geesten in het hoofd van de man smeken of ze in de kudde varkens mogen trekken – ja het verhaal kan gekker – Jezus van Nazareth staat het hen toe en ze verlaten de arme man en de kudde zwijnen wordt dol en stort zich in zee en verdrinkt. Dat is wat de varkenshoeders zien. Hun kudde, hun levensonderhoud kapot en de bezeten man keurig in gesprek met die Joodse Rabbi.

Het is niet zo heel gek dat ze hem vragen te vertrekken. Wat kan zo’n man nog meer voor rare tovenarij? Wat is hier gaande? Hun vertrouwde omgeving met levende varkens en een ziek-gestoorde man, dat kende ze. Niemand heeft het over de verloren gegane kudde tegen Jezus, ze komen niet een schadevergoeding indienen. Ze zijn veel te bang. Als deze man kwade geesten in varkens kan sturen, wat moeten zij dan als hij boos wordt. Ze zijn bang voor de macht, bang voor wat er mogelijk is. En het lijkt alsof niemand de ex-bezetene ziet die gekleed en goed bij zijn verstand daar met Jezus zit te praten. Als zij het konden terugdraaien zouden ze het doen, dan was de man weer bezeten, waarschuwden ze hun kinderen voor de gestoorde, liepen er met een boog omheen en weiden hun kudde. Met hem in de buurt kun je echter van alles verwachten.

Een vriend, dominee, zei ooit: Goede vrijdag kan ik nog wel preken, de dag dat Jezus stierf, het lijden, de pijn, de ellende. Dat is ergens nog mooi, je identificeren met de lijdende mens, dat kunnen we en dat lukt. Maar Pasen, de opstanding, dat er een mens weer rondloopt na zijn dood en dat dit ook onze bestemming is – dat is niet te doen. Hoe moet ik dat vertellen? Het is niet alleen ongeloofwaardig, het maakt ook dat alles in een ander perspectief komt te staan en ik me een beetje verloren voel – ontheemd.

Ik kan de vinger er nog niet opleggen. Op de angst. Toch herken ik hem. Het is de irritatie die opkomt als een fairphone mogelijk lijkt. Een eerlijke telefoon? Oh, dan is de mijne dus oneerlijk. Dat wil ik niet weten, liefst. Waarschijnlijk is die fairphone ook niet al te fair. En wel hartstikke duur hè. Het equivalent: eerst maar eens kijken of die man echt genezen is en als alle genezingen gepaard gaan met een dode kudde zwijnen, dan gaan we straks allemaal dood van de honger. De cynicus, het schild tegen een hoopvolle werkelijkheid, niet onlogisch, wel koud en wat donker van aard.

De verwarring bij mezelf na de reis naar Lesbos. Je kunt blijkbaar op een achternamiddag besluiten om een onbekende situatie van onrecht (er was nog nauwelijks nieuws over de vluchtleningencrisis daar) op te zoeken, een ticket boeken en een week later met je voeten in het zand staan daar en kinderen uit rubberboten aanpakken, iets wat je alleen kent uit het nieuws en dat je dan een schakeltje bent in een proces waardoor stromen hulp op gang komen. Ze varen nu op de Middellandse zee, die stichting Bootvluchteling en trekken honderden verdrinkende wanhopige mensen uit het water. Ze zijn er, ze genezen, ze doen, het kan. Help, het kan. Hoe kan ik dan nog naar mijn kantoor gaan. Een avondje uit met vrienden, hoe moet ik dan nog rustig mijn tijd verspillen aan een serie met een schoon geweten. Dat kon ik omdat ik wist dat het toch allemaal niet veranderbaar was, als dat het wel is? Help! ‘Heel de bevolking vroeg Hem nu bij hen weg te gaan want zij waren van grote vrees bevangen’.

Vrede sluiten met het kwaad omdat je denkt dat het nu eenmaal zo is. Dat maakt de geest rustig. Omdat iedereen weet dat het niet kan, totdat iemand langs komt die dat niet weet.

Een nieuwe week vol onrustbarende mogelijkheden. Alleen leuk voor nieuwsgierige mensen, die weinig te verliezen hebben. Dat zou ik best willen zijn, zo iemand

Micha 7:1-7

Handelingen 26:1-23

Lucas 8:26-39