Christian Wiman: ‘Geloof zit vooral in mijn relaties met andere mensen’

Christian Wiman: ‘Geloof zit vooral in mijn relaties met andere mensen’

De Amerikaanse dichter en essayist Christian Wiman was de afgelopen dagen in Nederland. Zijn boek Mijn heldere afgrond maakte de afgelopen tijd diepe indruk. Ook op Rick, die Wiman een aantal vragen mocht voorleggen. 

Wimans boek is niet los te zien van de lijdensweg waarop kanker hem bracht. De pijn, de destructie en het wegvallen van al z’n zekerheden drukt een rauw en eerlijk stempel op elke zin.  Verrassend genoeg bleek God aanwezig in z’n lijden. Tastend onderzoekt hij die ervaring in zijn boek.

U schrijft: zwijgen is de taal van geloof. Wat bedoelt u? 

‘Stilte is de taal, ons handelen de vertaling. Kunst kan zo’n handeling zijn. Maar er is een zwijgen in het centrum. Die stilte proberen we op een zo goed mogelijke manier om te zetten. We kunnen niet anders. In een gedicht of in liefdadigheid, bijvoorbeeld.’

Kun je de stilte niet beter stil laten? 

‘Sommige mensen kunnen dat. Dat zou de hoogste vorm zijn. Maar toch, altijd stilte? Je wilt dingen doen in de wereld en reageren op die stilte.’

Welke rol speelt dit zwijgen in uw eigen leven? 

‘Het diepste zwijgen ontstaat paradoxaal in poëzie. Vooral in het schrijven. Als de taal oprijst uit de stilte, voel ik mij het meest verbonden met het zwijgen. Jarenlang overleefde het geloof in mij door de poëzie. Tegenwoordig zie ik het geloof minder in mijn innerlijk, maar vooral in relaties met andere mensen. Er is een beroemde passage van Dietrich Bonhoeffer: Christus is altijd sterker aanwezig in het hart van onze broeder dan in dat van onszelf. Dat is het precies. We voelen het geloof niet, totdat het in reflectie tot ons wederkeert.’

Veranderde Christus toen voor u? 

‘Ja, daarvoor was het geloof iets wat ik voor mezelf probeerde uit te vogelen. Christus werd van een idee íemand die aanwezig was in mijn broeders hart. Toen werd hij geloofwaardig voor mij.’

U leest theologie, maar ik heb het idee dat u meer leert van de mystici… 

‘Die schrijvers, Thomas Merton, Meister Eckhart en Simone Weil, geven mij een weg om de ruimte van het geloof te bewonen, voordat ze stellige uitspraken doen over het geloof. Ik leer veel van vrouwen, merk ik. Ik denk dat vrouwen beter in staat zijn ruimtes te creëren waarbinnen je het geloof kunt voelen dan dat ze manieren aanreiken die je helpen om over het geloof na te denken.’

Uw boek gaat over uw persoonlijke ervaringen. Is dat de enige manier om iets te zeggen over God? 

‘Dat was specifiek voor die periode, dat boek. Dus nee, op zich niet. Maar ik denk dat we in deze dagen iets pas vertrouwen als ze door een persoon zijn gefilterd. Die erfenis draag ik ook in mij. We moeten weten waar het vandaan komt. Dat kan wel te ver gaan. Ik deed het voor dat boek, maar zou dat niet constant doen.’

U zegt: God is voorzienig, maar hij is ook in het toeval. Kunt u dat uitleggen? 

De poëet John Keats heeft het over negatief vermogen. Het in staat zijn om twee schijnbaar tegengestelde uitspraken in je geest te houden zonder dat ze met elkaar conflicteren. Ik geloof in de voorzienigheid van God en dat hij een plan heeft en tegelijkertijd geloof ik in toeval.

Nog meer lezen over Wiman? Literair tijdschrift vroeg schrijvers, wetenschapper en theologen om te reageren op een citaat uit Wimans boek. Hun verhalen vind je hier.

Foto: Maarten Boersema/boersemabeeldtaal.nl