Facebook-vriendschap

Facebook-vriendschap

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Facebookvrienschap – PopUpGedachte dinsdag 18 oktober

‘laat velen vriendschappelijk met je omgaan, maar laat slechts één op de duizend je raadgever zijn.’ schrijft het apocriefe Jezus Sirach, oude wijsheid uit 100 tot 200 voor Christus. Zo oud is al dat dilemma. Al die Facebookvrienden, waar dienen ze toe? Er zijn er sommigen die superselectief zijn, want ze hechten aan ware vriendschap. Anderen waarderen juist de veelheid. Het maakt niet zoveel uit zegt Sirach, zolang ze maar niet allemaal je raadgever zijn. Want daar ga je aan stuk.

Mijn boek is er bijna. En dat gaat naar een heleboel mensen, die er allemaal wat van kunnen vinden en de spanning zit diep in mijn maag. Interviews lees ik terug voor ze gepubliceerd worden en man, wat kan iemand zijn eigen draai er aan geven. Kan ik die indruk nog repareren? Ik voel de angst. Het is geen beroerd interview, maar ik herken me zelf zo weinig. En wie heeft er dan gelijk? Hij of ik? En wat moeten al die lezers denken? Het is een angst die me wakker houdt.

Als al die mensen iets gaan vinden over iets wat zo dichtbij mij ligt, waar blijf ik dan? Hoe blijf ik selecteren? Als ze allemaal juichen lijkt dat minder moeilijk dan als ze allemaal schelden of huilen om en op het resultaat. Toch is het precies hetzelfde probleem. Sirach hamert erop: wees voorzichtig. Test je vrienden. Laat slechts één op duizend je raadgever zijn.

Duizend meningen zijn er zo, net als duizend facebookvrienden – gewoon een paar keer vaker op accept klikken. Maar dan? Wat dan? Wat betekenen al die mensen?

‘Een trouwe vriend is een veilige schuilplaats, wie er een heeft gevonden, heeft een schat gevonden. Een trouwe vriend is onbetaalbaar, tegen zijn waarde weegt niets op.

Een trouwe vriend is een krachtig medicijn, wie ontzag heeft voor de Heer vindt zo’n vriend’ aldus Sirach.

Trouwe vrienden, degenen die je de waarheid zullen zeggen als je jezelf voorbij loopt en die je vangen als je valt. Zodat de kritiek van anderen die nergens op gebaseerd is je niet raakt, want je weet dat je vrienden je kennen, beter dan jijzelf. En als je valt? Ze zullen er zijn.

De ene keer voel ik vertrouwen, de andere keer angst. Als het afhangt van de mening van willekeurige anderen ben ik verloren. Ik heb een punt nodig, een vaste om naar terug te keren. Vanwaaruit eerlijke feedback en trouwe begrip alle ruis wegvaagt.

En wat als die vriend er niet is? Niet beschikbaar? Niet eerlijk? Niet voor handen? Ik heb nooit geoefend in vriendschappen. Wij verhuisden na een aantal jaar weer naar een ander dorp, zoals domineesgezinnen dat doen. En we leerden om onze oren nooit te laten hangen naar vrienden en stemmen van buiten, wat God zei was de weg en het gezin de veilige plek.

Leer mij vrienschap heer en ook: laat me niet zweven als er toevallig even niet iemand voor handen is. Is er nog iets als de ander ontbreekt? Die vriend of die partner? Als die even vooral bezig is met zijn eigen sores, want die zijn er ook altijd. Als ik even niet terug kan vallen, omdat ik de ander moet steunen? Als 1 op de duizend maar je raadgever mag zijn, dan kan die ene net ook even zonder raad zitten en vooral behoefte hebben aan een zwaar biertje in een donkere kroeg en een avond praten over niets.

Is er nog iets anders? Iets wat het uithoudt als zelfs vrienden niet voor handen zijn? Iets dat vertrouwen geeft dat er vrienden zullen zijn waar nodig. Iets dat me leert kijken, leert hopen en leer afzien van die duizenden raadgevers?

In openbaring staan de visioenen van een eenzame Johannes op een verlaten eiland in zee. Hij ziet een onafzienbare menigte, daar heb je al die vrienschappelijken uit Sirach, ze komen uit alle landen en volken stammen en taal en roepen: onze redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam. Het zijn mensen die volgens een toelichtende engel ‘uit de grote verdrukking komen’ – uit situaties waarbij je vrienden zelfs onthand zijn. En nu staan ze voor een soort troon, de tijd van honger en dorst is voorbij en van hitte. Er staat:

‘want het lam zal hen behoeden, hen naa rde waterbronnen van het leven brengen en god zal alle tranen uit hun ogen wissen.’

Terwijl het visioen me vreemd voortkomt, ik die mensenmassa met zijn palmtakken, zoals er staat, niet heel aantrekkelijk kan vinden, toch raakt die zin: de tranen afwissen, hen behoeden.

Laat er in Godsnaam achter die ene vrienschap die helpt, achter die duizenden vriendschappelijken en die ene raadgever een vast punt zijn, een plek om naar terug te keren, een troost als de innerlijke zee wat al te ruw wordt. Alleen al de gedachte dat het er zou kunnen zijn, het verlangen ernaar biedt iets van rust en troost. Dat er ergens een vast punt, iets dat mij kent en gezien heeft vanaf dat ik besta. En rust en troost wil bieden, sowieso. Dat maakt me al weer iets meer individu, iets minder versplinterd over allerlei meningen en zelfbeelden. De gedachte aan zo’n bron helpt, ook al kan het even duren voor het bij me aankomt.

Sirach 6:5-17

Openbaring 7:9-17

Lucas 10:1-16