Gert-Jan Segers ontmoet opperrabijn Binyomin Jacobs

Gert-Jan Segers ontmoet opperrabijn Binyomin Jacobs

Hij heeft een hek om z’n huis, dat door 7 politiecamera’s wordt bewaakt. De trein en openbare plekken zijn gevaarlijk voor hem. Opperrabbijn Binyomin Jacobs voelt de tegenstellingen in de samenleving. CU-voorman Gert-Jan Segers vraagt hoe hij daarmee omgaat.   

Binyomin Jacobs geeft als opperrabbijn leiding aan de meeste Joodse gemeenschappen in Nederland. Hij heeft een grijze baard met van die lokken voor de oren, draagt vaak een zwarte hoed en spreekt belezen, vanuit de diepe traditie van zijn volk. Zijn beide ouders overleefden ternauwernood de oorlog en tijdens ons gesprek voelde ik die dreiging op de achtergrond.

‘Als we kijken door de eeuwen heen, zien we altijd: als antisemitisme opkomt, dan is er eerst een verbod op ritueel slachten, en na een lang proces van steeds verdere beperkingen, krijg je de Jodenvervolging. De eerste wet die Hitler in Nederland heeft uitgevaardigd, is een verbod op ritueel slachten! Maar let goed op, ik zeg dus niet dat wie het verbod uitvaardigt, zelf antisemiet is. Maar het fenomeen is er door het geschiedenis heen wel de prelude van. Ik denk zelf trouwens dat wij helemaal niet ritueel slachten: wij dansen niet om die koe heen of iets dergelijks. Maar goed, gebruik je het woordje ritueel, dan is de meute tegen.’

Jacobs wijst erop hoe inconsequent dit wetsvoorstel was. De wetenschappelijke onderbouwing rammelde aan alle kanten: dieren die onverdoofd worden geslacht lijken juist helemaal niet meer te lijden. En jaarlijks worden in ons land ruim 550 miljoen dieren gedood, waarvan een groot deel hun leven lang in de bio-industrie heeft doorgebracht. Slechts 200.000 dieren zijn onverdoofd in hun laatste seconden, waarvan maar twee een procent bestemd is voor de Joodse markt.

‘Ik denk oprecht dat onze methode juist heel humaan is, als je daarvan kan spreken bij dieren. Het eventuele leed van dieren speelt zich niet alleen af bij de hals, het is veel breder: het gebeurt ook bij het transport, en al die maanden of jaren daarvoor, maar daar wordt niet naar gekeken. En de normale slacht gaat regelmatig mis: dan leven de dieren nog door terwijl ze aan de lopende band worden gehangen en in stukken worden gesneden. Sommigen zeggen zelfs dat het in 10 procent van de gevallen misgaat. Die aantallen zijn vele malen groter dan alle onverdoofde slacht bij elkaar.’

Ik begin over het hek dat om zijn huis staat: ‘Ik ben niet zo’n persoon die zich zorgen maakt, ik ben meer van het nu. Als je mij vraagt: is er toekomst voor de Joodse gemeenschap in Nederland, dan zucht ik diep. We kregen onlangs geen subsidie meer voor de Joodse school omdat we te weinig leden hebben. Dat is wat mij mateloos stoort, steeds weer, jullie hebben niet genoeg mensen. Daar kunnen we verdorie niets aan doen!’

Ik had ook een camera gezien bij de ingang: ‘Ik heb zeven politiecamera’s om mijn huis, ik loop met een machientje op mijn zak, als ik druk dan weten ze waar ik ben. Maar ik wil niet spreken over dé islam, er is verschrikkelijke verdeeldheid. Als we kijken naar ISIS, de meeste slachtoffers zijn moslims, vervolgens de christenen en dáárna de Joden pas. In de Tweede Wereldoorlog waren er geen islamieten in Nederland, hè. Dus het is te makkelijk om alleen naar hun religie te wijzen. Maar tegelijk, in de islam van de immigranten die nu binnenkomen, daarin zit wel redelijk wat antisemitisme.’

Hij vertelt dat hij wordt nageroepen met ‘Kankerjood’ of gewoon los ‘Jood’, wat blijkbaar op zich al een scheldwoord moet zijn. Ook heeft de politie hem sterk afgeraden met de trein te reizen, of in andere afgesloten openbare plekken te verkeren.

Toch blijft hij daaronder opmerkelijk laconiek: ‘In de trein kan je geen kant op als er iets gebeurt. Is er een baldadig iemand, dan ben ik nummer één die wordt aangevlogen. Dan kunnen ze niks doen voor me, ik zit in die trein. Ik weet niet anders. Maar de overheid zorgt heel goed voor mij: ik heb nooit hoeven vragen om bescherming. En ja, ik word uitgescholden, maar het gebeurt ook zo vaak dat er een wildvreemde naar me toekomt en zegt: ik sta achter je. Nadat mijn ruit was ingegooid, heb ik wekenlang bloemen gehad. Het was bijna de moeite waard. Dat meen ik. Het is zo verwarrend. Die bloemen kwamen ook van moslims, die zelfs persoonlijk hun excuses kwamen aanbieden. Je moet nooit generaliseren.’

We hebben het over bruggen bouwen. ‘Zeker, maar er zijn ook ophaalbruggen nodig. De vrijheid van godsdienst is niet onbeperkt. Ik bedoel, ik richt een nieuwe godsdienst op en die zegt dat je iedereen in het gezicht mag spuwen, ja, come on… Er zijn grenzen aan alles, democratie kent ook grenzen. Hitler is democratisch gekozen, ja.’ Er waren te weinig ophaalbruggen.

Foto: Gert-Jan Segers zit naast Binyomin Jacobs tijdens de presentatie van zijn boek ‘Hoop’. 


schermafbeelding-2016-09-29-om-11-03-06ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers besloot op zoek te gaan naar nieuwe hoop voor een verdeeld land. Hij sprak met denkers, doeners en ervaringsdeskundigen, onder wie Arjen Lubach, rabbijn Jacobs, Beatrice de Graaf, generaal b.d. Van Uhm, Paul Schnabel, Francis Fukuyama, Bruno Roche, Vonne van der Meer, Bert Keizer en Ahmed Aboutaleb.

Meer informatie vind je hier.