‘Ik gun hem wat meer geluk’

‘Ik gun hem wat meer geluk’

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Ik gun hem wat meer geluk’ – PopUpGedachte 28 oktober vrijdag

‘Dit is niet bedoeld als veilige gemeenschap’, zei ik terwijl ik het glas hief om de brunchbijeenkomst van de PopUpKerk af te sluiten met het drinken van de wijn. We hadden net een pittig gesprek achter de rug naar aanleiding van de Bijbeltekst. Iemand was fel uit de hoek gekomen, een ander had er weer fel op gereageerd. Het was ongemakkelijk en spannend.

In veel gemeenschappen worden lastige stemmen vanzelf weggewerkt, bewust of onbewust. Spelbrekers of onaangepasten trekken zichzelf terug of wordt te verstaan gegeven dat hun gedrag echt niet kan. De gemiddelde mens moet zich veilig voelen. En zo is kerk niet bedoeld, denk ik. Het is geen veilige gemeenschap. Met name omdat je iets met Jezus van Nazareth wilt.

Het paradoxale is dat deze uitspraak veiligheid geeft aan vreemde stemmen, aan dwarse opmerkingen en het gevoel geeft aan de betrokkenen dat het ongemakkelijke gevoel van de confrontatie niet erg is. Ik geloofde dat we dat konden hebben en sprak dat uit. Rondom de tafel knikte men instemmend en hief het glas.

Dit staat er vanochtend in Jezus Sirach: De ogen van de Heer zijn gericht op wie hem liefheeft, hij is een machtig schild, een sterke steun, hij beschut en geeft schaduw, hij hoedt je voor struikelen en vult het hart met vreugde. Hij geeft leven en zegen.

Die veronderstelling, die gedachte alleen al even toelaten. Even loslaten wat je er niet van gelooft, wat de werkelijkheid om je heen allemaal zegt, even voor een klein moment besluiten dat je het gelooft, als experiment. Dat voelt wel zo relaxed. De gedachte dat er iemand liefdevol op me neerziet, een machtig schild, een steun, die schaduw geeft en die me behoedt voor echt struikelen. Dat zou inderdaad met vreugde vullen en leven en zegen geven.

Dan stap ik vrolijker in de auto naar mijn werk, met nog een soort knipoog in de lucht. Dan schrijf ik dit makkelijker, want er kijkt iemand liefdevol waarderend mee. Dan maakt het allemaal niet zo veel uit. Dat even geloven?

In het theater en de literatuur gebruiken ze de term: a willing suspension of disbelief – een welwillend tijdelijk parkeren van het ongeloof. Dat is nodig om mee te gaan in het verhaal op het podium. Je moet even geloven dat het echt is, zo ook voor de film. Alleen als het voor kinderen te eng is, zeggen we dat het ketchup is allemaal en niet echt. Verder hebben we de willing suspension of disbelief nodig. En met zo’n tekst word ik even gelukkig bij die willing suspension of disbelief. Een machtig schild, een sterke steun. Laat het ‘voor wie hem liefheeft’ even buiten beschouwing – alsof dat een voorwaarde zou zijn. De rust van de gedachte van een welwillende aanwezigheid om me heen, is zo aantrekkelijk dat ik vanzelf die aanwezigheid ga liefhebben.

Toch, terug naar de werkelijkheid: ik word natuurlijk helemaal niet behoed voor struikelen, en schaduw? En beschutting? Nou soms misschien. Maar niet altijd, en er zijn honderden om me heen bij wie ik het niet zie.

‘Ik gun hem wat meer geluk’ zei Correspondent-chef en agnost of atheïst Rob Wijnberg over zijn adjunct en gelovige Karel Smouter. Hij is zo goed voor anderen, de grootste reden dat ik niet in God geloof is de onrechtvaardigheid dat zo’n goede jongen best wel veel persoonlijke struggle heeft te verwerken. Ziekte thuis, in de familie, pech in het huis.

Er is iets met die uitspraak. Hij is super liefdevol en toch klopt er iets niet.

‘Wie oren heeft moet horen’, staat er in het boek Openbaringen vanochtend. En Karel heeft iets gehoord, reken maar. ‘Wie gevangenschap moet verduren, zal in gevangenschap gaan. En wie door het zwaard moet sterven, zal sterven door het zwaard. Hier komt het aan op standvastigheid en trouw.’

Het zou de standvastigheid en trouw die Karel uitstraalt naar medewerkers die bij hem ‘te biecht’ gaan zoals Rob dat noemt, als ze even hun shit kwijt moeten en de zorg voor de mensen met wie hij werkt, dat trouw doen en standvastig, juist als er links en rechts soms dingen afbreken en stuk gaan, dat zou hem nieuwsgierig moeten maken naar de bron achter dat alles. De God is niet de paraplu die de shit afweert, maar die de ziel en het hart bewaart terwijl shit happens.

Dat verdiept Sirachs wijsheid over de Heer die schild en steun is, beschut en behoedt. Niet tegen gevangenschap en het zwaard, maar tegen de uitwerking van gevangenschap en zwaard op je ziel.

Een rijk man, vertelt Jezus van Nazareth, ging het zo voor de wind dat hij zijn rijkdom had opgeslagen in schuren en niets meer hoefde te doen. Hij was veilig, dacht hij. Schaapjes op het droge. Die nacht stierf hij.

Als het je goed gaat, hoe zal je dan weten of je ziel de pijn aankan? Als nooit iets is afgebroken in je leven, hoe weet je dan dat je hart wordt beschermd – of dat je gewoon geluk hebt gehad en anderen stomme pech?

Het zijn niet de veilige situaties die je het gevoel geven dat je werkelijk leeft. Tegelijk gun je niemand de afbraak van de eigen veiligheid, maar is het zoveel safer als de veiligheid van binnen ligt. Omdat je gezien bent, of geliefd. Een fikse suspension of our disbelief is nodig, maar daardoor zie je meer. Word je op een dieper niveau geraakt en geheeld. Net als in de film.

Sirach 34:1-8, 18-22

Openbaring 13:1-10

Lucas 12:13-21