‘De harde, vuile korst om mijn hart is aan het genezen’

‘De harde, vuile korst om mijn hart is aan het genezen’

Waar haal je hoop vandaan als het leven niet mals voor je is geweest? Sam gaat terug naar die ene avond waarop hij werd gegrepen door de muziek van The Alarm en kijkt terug op jaren vol verloren onschuld, liefdes, vriendschappen en levens.    

In 1985 lag ik in mijn pyjamaatje op bed, met fris gewassen haar en de walkman-koptelefoon van mijn broer op. Met van die oranje piepschuim oortjes. Ik was vijftien en lag heel stoer met de schakelaar van mijn nachtlampje te spelen en naar de radio te luisteren, ergens onderin een flat in een buitenwijk van het mooie Jeruzalem, waar ik mijn halve leven al gewoond had. 

Ik luisterde naar een radiospelletje op de late avond op Radio Jordan Broadcasting From Amman. Dat was natuurlijk ten strengste verboden volgens mijn Israëlische vriendjes. Maar daarom juist. En ook omdat ik mijn Engels wilde verbeteren. Het spelletje was namelijk een Brits-koloniaal relict dat Animal, Vegetable, Mineral? heette, ooit in de jaren vijftig heel populair op de BBC volgens Wikipedia. 

Een man met een rauwe stem

Toen het afgelopen was deed de presentatrice, die ook nieuwslezeres was en de reclames voorlas, met een gek stemmetje, uitgebreid verslag van hoe die dag his Majesty King Hussein de Orde van het Gulden Vlies had ontvangen van Juan Carlos I, the king of  Spain, wegens grote verdiensten. Maar dat was dagelijkse kost, dus ik hoorde dat maar half. Ook omdat ze instemmend begroet werd door het gehuil van een Mexicaanse Hond. Die had je toen nog. 

Toen de hond uitgehuild was, zei het vrouwtje van de radio: ‘And now, before we close for tonight, let me play you this beautiful song by The Alarm: The Spirit Of ’76.‘ Ze zette een 45-toerenplaatje op. Ik hoorde gekraak, en toen een akoestische gitaar en een mondharmonica. En een man met een rauwe stem, die over het echte leven zong. Daar had ik tot dan toe alleen nog maar van gelezen en gedroomd.

In the depths of those heady nights

We would dream of those bright lights

Oh my friend, Oh my friend

And my friend Johnny went away

He made some mistakes

Spent time in Walton jail

And now when I see him we still talk

But there’s no light shining in his eyes

And Susie, she was seventeen

And more beauty in this world

I swear you’ve never seen 

I was getting keen

And she was getting clean

But now all she does is hide behind her tears

Verloren vriendschappen, verloren banen, verloren liefdes, verloren onschuld, verloren levens, het kwam allemaal eventjes binnen vijf minuutjes voorbij, en ik lag daar met een brok in mijn tienerkeel op mijn bed, te hopen dat mijn broer die twee meter verderop in ons kleine kamertje lag niks merkte. De vrouw sloot af met een prachtig Brits accent met een licht Arabische zweem. Radio Jordan Broadcasting From Amman verdween in de kosmische ruis en ik was voorgoed fan.

Flash Forward dertig jaar

Inmiddels zijn we dertig jaar verder en weet ik precies waar Mike Peters van The Alarm in die ene nacht in 1985 over zong. Ik heb rond het millennium aardig wat politiecellen vanbinnen mogen bekijken, om van isoleercellen nog maar te zwijgen. De lichtjes in mijn ogen zijn dan ook flink uitgeblust geweest. Ik heb twee jaar aan de zelfkant geleefd, aardig wat Susie’s versleten ook. Mijn hart, dat ooit zo ver openstond, dat zo vol hoop was, is in die jaren hard geworden als een noot. 

Het gaat al jarenlang heel goed met mij. Maar heel diep in me, om mijn veel te hard geraakte hart, zit nog steeds een korst van vuil, verloedering, angst en walging. Door alle nare dingen die ik meegemaakt heb. Die korst is de laatste tijd, door de emmers liefde die ik over me uitgestort krijg door de mensen om mij heen en de numineuze natuur, zacht aan het worden. Er ontstaan scheuren in, openingen. Soms pulk ik eraan en gaat het bloeden. Dus dat moet ik niet doen. Ik moet het laten betijen, zoals de Prediker in het 3e hoofdstuk zegt:

2 Er is een tijd om te doden en een tijd om te genezen …

een tijd om te kermen en een tijd om op te springen …

6 Een tijd om te zoeken en een tijd om verloren te laten gaan …

een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen

7 Een tijd om te scheuren en een tijd om toe te naaien

Alles in de numineuze natuur beweegt op deze manier. De maan trek geduldig het tij zonder te klagen, de bomen laten hun bladeren vallen en huilen niet, noch scheppen ze op als ze weer in knop staan.

Ik luister weer met een open hart

Ik ben van nature een ongeduldig mens. Zo ongeduldig zelfs, dat ik rond het millennium officieel de sticker bipolair op mijn neus geplakt kreeg. Daar hoort bij dat je eigenwijs bent, dat je je eigen plan trekt en niet goed in je buitenspiegels kijkt. Maar er zit ook een lyrische, open kant aan. Dat joch dat met een brok in zijn keel op dat bed lag in 1985.

Of je opengaat of gesloten blijft, heeft alles te maken met vertrouwen. Mijn vertrouwen in de ander is toch wel flink kapot gescheurd geweest, door veelvuldig onzorgvuldig gebruik. Maar blijkbaar is het nu weer tijd om toe te naaien.  

Vertrouwen in de ander geeft tijd en ruimte. In plaats van als een Martha continu met de bezem in de weer te zijn, zonder overleg met wie dan ook, om de wereld precies zo in te richten als ik vind dat hij zijn moet, durf ik de laatste tijd te ontspannen, te vertrouwen. 

Ik luister weer naar jullie. Met een open hart, net als Maria die aan de voeten van Jezus zat. Ik heb jarenlang alleen maar metal, punk en hardcore gedraaid. Ik durf weer bluegrass te draaien. En ik heb The Alarm, dat ene bandje waar ik zo gek op was als tiener, waar ik letterlijk een kwart eeuw niet meer naar geluisterd had, opnieuw opgezocht op iTunes. Eén liedje van ze draai ik helemaal grijs: Unbreak The Promise. 

Kom je gebroken beloftes alsnog na

Ik heb veel beloftes gebroken. Het leven zelf immers ook: van veelbelovend jongmens heeft het me snoeihard de psychiatrie in gedonderd. Daar ben ik heel lang heel bitter over geweest.

Maar het gevoel van toen ik vijftien was, is terug. Die bijna naïeve hoop, dat welhaast blinde vertrouwen. Mijn hartje klopt weer op volle kracht vooruit. En dan zonder manische blindheid voor de ander – het staat weer open. De harde, vuile korst om mijn hart is aan het genezen. Op een dag valt hij gewoon van me af. Als dat gebeurt, ga je mij er niet over horen. Dan ben ik iemand een knuffel aan het geven, of gewoon met een brok in mijn keel naar iemand aan het luisteren. Misschien wel naar Mike Peters met Unbreak the Promise:

There’s something that must now be spoken

Now that all the barriers are broken down

I want to bury my words in the heartland soil

Too much has fell on stony ground

I refuse to break

The promises we made

I will not forsake the vow

I will unbreak the promise

Foto: Bruce Springsteen (l) en Mike Peters van The Alarm. Foto gebruikt met toestemming. 


Sam noemt zichzelf graag een heiden, maar kan intussen de christelijke armen van zijn vader en moeder steeds beter om zich heen hebben.