Met iemand meelijden, dat is alles

Met iemand meelijden, dat is alles

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Met iemand meelijden, dat is alles – PopUpGedachte donderdag 20 oktober

een wijze leider voedt zijn volk op, zegt Jezus Sirach vanochtend. En onwillekeurig gaan mijn gedachten naar Mark – geen visie – Rutte. En naar die uitspraak van Frans Timmermans die de vluchtelingendeals met landen met een heel beroerd rechtssysteem rechtvaardigt door te zeggen dat er nu eenmaal geen draagvlak is voor meer vluchtelingen in Europa. Punt. Opvoeden, Mark en Frans? Draagvlak creëren?

Ik richt me tot hen en betwijfel of dat zin heeft. Ik heb commentaar op het beleid, anderen roepen dat we toch ook niet iedereen kunnen opvangen en zo klotst zo’n discussie wat heen en weer. Over de grens aan menswaardigheid en medelijden. Dat is precies wat vanochtend een wetgeleerde uittest bij Rabbi Jezus. De eerste vraag is: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ En eeuwig leven is niet hetzelfde als naar de hemel gaan – het gaat om een aards voortbestaan, deel uitmaken van de vernieuwende werkelijkheid, de volgende fase van deze wereld. Als Jezus hem vraagt te zeggen wat erover in de wet geschreven is, antwoordt hij: ‘Heb de Heer uw God lief met heel uw hart en heel uw ziel, heel uw kracht en verstand en uw naaste als uzelf’. ‘Dat klopt,’ zegt Jezus, ‘doe dat en u zult leven.’ Maar de wetgeleerde wil zich rechtvaardigen, hij dacht een slimme vraag gesteld te hebben en komt nu met een echt serieus dilemma: ‘Wie is mijn naaste?’ die vraag wordt beloond met en verhaal, want met die vraag zitten we middenin het probleem. Hoe ver gaat onze verantwoordelijkheid, wie nemen we wel en niet op. Wie zijn nog mijn naaste en wie niet meer? Het verhaal van de Barmhartige Samaritaan volgt en pas vanochtend valt het weer verder op zijn plek. Een man wordt half dood geslagen op een gevaarlijke weg tussen twee grote steden en drie vertegenwoordigers van de godsdienst lopen eraan voorbij, een samaritaan (een doodsvijand voor velen van het Joodse volk toen), kreeg medelijden toen hij hem zag liggen en verzorgd hem op eigen kosten.

En velen zien hier het punt: zie eens hoe de vijand wel doet wat de leider van het eigen volk laat liggen? Zie eens wat een moraal? Nou dan! Maar dat is niet het punt. Het zegt ook iets, maar het punt ligt in de volgende vraag: Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ De wetgeleerde zei: ‘de man die medelijden heeft getoond.’ Amen, broeder. U hebt het gezien. Echt gezien. En Jezus antwoordt: ‘Doet u dan voortaan even zo’. Einde verhaal.

Wie is mijn naaste wordt totaal omgekeerd: wie heeft zich hier als een naaste gedragen? De ‘naaste’ is geen lijdend voorwerp, object van zorg meer maar een actief handelend persoon. Ieman ddie naast je komt staan. Wie heeft zich in mijn leven eigenlijk allemaal al naast mij gestaan, terwijl ik geestelijk of lichamelijk nog niet in staat was om iets toe te voegen aan deze planeet of zo in de kreukels lag dat ik niets kon toevoegen aan het leven op deze planeet.

Wie is de naaste die in een donkere tijd voor het volk Israël een verhaal van hoop komt brengen dat veel verder gaat dan politieke hoop van het moment? Wie komt er naast de mens staan in al zijn rottige dieptepunten? Wie is nabij gekomen?

Het moet wel een Joodse rabbi zijn deze man. Zo kundig omdenken dat ik deze pointe altijd gemist heb.

De wetgeleerde, de vragensteller, pakt het meteen. ‘Degene die medelijden betoond heeft.’ Ik dacht altijd nu dat hij het woord Samaritaan niet over zijn lippen wilde krijgen, maar hij noemt hier de figuur naar zijn waarde: Medelijden. Juist, zegt Jezus. Doe evenzo. Wees naaste. Lijdt mee. Met iemand. En heeft je leven zoveel zin dat het bestaan ervan verzekerd is. Want dan ben je nodig. En handel je als God zelf.

Ik vindt het een briljante omkering. Medelijden als de belangrijkste taak van een politicus. Medelijden als mijn belangrijkste drijfveer. Niet meelijwekkend, niet uit de hoogte maar in de kern van het woord besluiten mee te lijden. De vraag naar de objectieve grens voor hulp is opgeheven het gaat nu om wie er voor mij geweest is en wie ik wil zijn.

Men riep tegen Angela – wel visie – Merkel, u moet de joods-christelijke waarden hooghouden tegen al die vreemde binnenkomende ellende. Merkel keek de aggressieve reageerder aan en zei: wilt u de joods-christelijke waarden hooghouden, bezoek een kerk, verdiep u in de diensten en geloof. Het zal u goed doen. Zij wees hem terug op zijn handelende kracht, niet als aggressor maar als waardig individu. En ze vertrouwde het christelijk verhaal genoeg om te geloven dat bij werkelijke toewijding er een zachte, medelijdende man uit die kerk weer naar buiten zou komen. Dat zou kunnen, in elk geval. Met dit soort verhalen.

Sirach 10:1-18

Openbaring 9:1-12

Lucas 10:25-37