Met wie ga jij om? – Mensen van de weg deel 5

Met wie ga jij om? – Mensen van de weg deel 5

Met wie ga je om? Deze vraag stond centraal tijdens de 5e testavond van Mensen van de weg, onze zoektocht naar de levensweg van Jezus. Dit is de handleiding waarmee we aan de slag gingen. 

Berichten de week ervoor (via de app-groep of mail) 

Als de volgende meeting binnen een week is, gaan de berichtjes elkaar overlappen: laat dan de zeven berichtjes die hieronder staan vervallen, of anders de zeven berichtjes die volgden op de vorige meeting.

  1. De volgende meeting is komende week bij ??? te ??? om ???.
  1. Hoe reageer je op mensen die ‘anders’ zijn? Op Youtube vind je spannende en ontluisterende experimenten: www.youtube.com/watch
  1. ‘Jezus zou vandaag de dag het homohuwelijk verdedigen.’ (Elton John)
  1. Denkvraag: hoe ziet je ideale vriendenkring eruit?
  1. Hoe gevoelig we zijn voor onze omgeving, blijkt uit dit grappige experiment: www.youtube.com/watch
  1. Voor deze meeting heb je twee foto’s nodig, uitgeprint of op je telefoon: van iemand die typerend is (een soort gemiddelde van) de mensen met wie je vaak omgaat, en van iemand die typerend is voor mensen met wie je nooit omgaat. Als je geen foto’s hebt van een van beiden of allebei, kun je ook hun namen noteren en op een notitievelletje meenemen.
  1. Straks zien we elkaar dus bij ??? te ??? om ???. Vergeet niet je afbeelding met de weg mee te nemen.

Samenvatting van de meeting

  1. De levensvraag: met wie ga ik om?
  2. Jezus’ weg bij deze levensvraag

Het verhaal: de Samaritaanse vrouw bij de waterput.

De quote: de Barmhartige Samaritaan

  1. Jouw reactie op Jezus’ weg
  2. Symbool: twee foto’s iets toewensen.

Extra voorbereiden en meenemen

Print het deelnemersvel (zie paragraaf hieronder) voor elke deelnemer uit.

Uitdelen bij de meeting

Met wie ga ik om?

Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen.

De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.

Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’

‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’

‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’

Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’

‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw.

‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’

Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’

‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden. Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid.’

(…) Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’

De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. (…) Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen.

*

Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten.

Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.

Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als

u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.”

 

1. De vraag: met wie ga ik om?

Met wie ga ik om? Hoe ziet mijn netwerk eruit? Wie zijn mijn kennissen en vrienden?

Dat is deze keer de levensvraag. Die is minder beroemd dan veel andere vragen die we bij Mensen van de weg behandelen. Wat is de zin van mijn leven – dat klinkt een stuk filosofischer en daar is ook meer over geschreven. Maar met wie je omgaat, daar denken we in de praktijk wel vaak over na en het bepaalt veel van ons alledaagse leven.

We gaan nooit alleen maar om met wie we ook wíllen omgaan. Er zijn altijd mensen die je liever minder ziet. Een plakkend familielid. Een lastige ex. Een moeilijke collega. En er zijn ook vast mensen met wie je juist meer contact wil.

Hoe kies je daarin? Toeval speelt natuurlijk een grote rol. Je loopt mensen wel of niet tegen het lijf. Maar je hebt er ook zelf invloed op. Je kunt actief het contact verbreken of juist opzoeken. Maar met wie? Je kunt niet met iedereen omgaan. Hoe kies je dan? Wat is daarin voor jou belangrijk?

Er zijn mensen die graag willen leren van anderen en dus interessante mensen om zich heen verzamelen. Anderen willen graag zorgen en hebben veel kwakkelende mensen in hun omgeving. Weer anderen zoeken vooral gezelligheid en gaan vooral om met feestnummers.

Nieuwsgierigheid, zorg, gezelligheid – dat kan belangrijk voor je zijn in hoe je je kennissen kiest. Er kan daarin nog veel meer belangrijk voor je zijn. Daarover gaat het deze bijeenkomst.

Ik heb eergisteren iedereen een berichtje gestuurd met de vraag om twee foto’s mee te nemen. Een van een persoon die typisch is voor de mensen met wie je veel omgaat, een soort gemiddelde van je netwerk. De andere van een persoon die typerend is voor mensen met wie je nooit omgaat.

Je hoeft deze foto’s niet te laten zien, maar ik wil je vragen te omschrijven wie er op staat. Je hoeft natuurlijk geen namen te noemen en je kunt het vaag en algemeen houden.

Wat typeert de mensen met wie je vaak omgaat? En wat met wie je nooit omgaat?

 

Je kunt het gesprek op gang brengen door te vragen naar kenmerken als man / vrouw, blank / gekleurd, gelovig / anders-gelovig, autochtoon / allochtoon, heteroseksueel / homoseksueel, enzovoorts: wie komt voor en wie niet in je netwerk?

 

Je kunt doorvragen met vragen als:

Om welke reden heb je veel / nooit contact met deze groep mensen?

Was het vroeger anders? Had je toen meer / minder contact met deze groep?

 

2. Jezus’ weg bij deze levensvraag

De levensvraag deze keer is: met wie ga je om? We gaan nu onderzoeken hoe Jezus met deze levensvraag omging. Hij maakte hierin opvallende keuzes die nog steeds kunnen inspireren. We lezen straks het langste verhaal dat over hem bekend is. Om je goed te kunnen inleven in Jezus’ keuzes, moet je iets meer over zijn cultuur weten.

We zijn in de eerste eeuw in Israël. Die samenleving lijkt behoorlijk op tegenwoordig nog het platteland in het Midden-Oosten of bijvoorbeeld Marokko. Denk aan hoe omzichtig mannen en vrouwen daar met elkaar omgaan. Als vrouw moet je heel zuinig zijn op je eer en draag je een hoofddoek. Als een man zich tegen je misdraagt, kan in elk geval niemand zeggen dat jij hem hebt uitgedaagd. De familie-eer moet je boven alles beschermen.

Mensen zijn ook heel gevoelig voor welk geloof je precies aanhangt. Zo was er in die tijd een groep Samaritanen. Tegenwoordig bestaat dat geloof trouwens nog steeds, maar het is heel klein: er zijn nog maar 700 aanhangers. De Joden beschouwden de Samaritanen als verraders. Ze hadden ooit samengewerkt met een vijand, lazen maar vijf van de tientallen Joodse heilige boeken, en hadden een eigen tempel. Er waren over en weer slachtpartijen geweest die iedereen nog wist.

Deze twee diepe gevoeligheden spelen mee in het verhaal dat we straks gaan lezen. Jezus is op de vlucht en neemt bewust een korte route, door Samaritaans gebied, iets wat Joden destijds vermeden. En hij komt aan op een plek waarover al eerder twisten zijn geweest, vlakbij de Samaritaanse tempel.

Wat je ten slotte nog moet weten is dat in warme landen normaliter vrouwen het water komen putten in de schemering, ‘s ochtends of ‘s avonds, want dan is het koel. Middenop de dag water putten, dat doe je alleen als je speciale redenen hebt: als je bijvoorbeeld liever de andere vrouwen vermijdt of als zij jou vermijden.

Het kan goed werken om met drie voorlezers te werken: een doet de verteller, de andere Jezus, de derde de vrouw. Dan is het lange gesprek beter te volgen.

“Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen.

De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.

Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’

‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’

‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’

Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’

‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw.

‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’

Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’

‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. (…) Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid.’

(…) Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’

De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. (…) Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen.”

 

Om het verhaal nog wat beter te plaatsen, nog wat uitleg over twee details. Die rare uitdrukking aan het einde, ‘God aanbidden in geest en in waarheid’, betekent zoiets als: aanbidden met je geest, dus met je gedachtes, en oprecht.

Jezus zegt dus dat God niet meer aan plaats gebonden is, aan een specifieke tempel waar je het beste contact met hem legt: iedereen kan overal contact zoeken, ‘in geest en in waarheid’. Waar je ook bent, als je je in gedachten tot hem richt, luistert hij.

Laten we doorpraten over dit verhaal om te ontdekken wat Jezus deed met de levensvraag: met wie ga je om? Later komt aan bod wat wij daar eventueel mee kunnen, nu zijn we nog op zoek naar zijn weg.

Dan doen we op een bijzondere manier: we gaan het verhaal ondertitelen. Dat betekent dat we het verhaal nog een keer hardop lezen, maar dan telkens als Jezus of de Samaritaanse vrouw iets gezegd heeft, zegt iemand uit de groep erbij wat hij of zij denkt, dat Jezus of de Samaritaanse vrouw toen dacht.

Om dat voor te bereiden splitsen we de groep in tweeën. De ene groep bereidt Jezus’ gedachtes voor, de andere die van de Samaritaanse vrouw. Over vijf minuten komen we weer bij elkaar. De vraag is dus na elke uitspraak in het verhaal:

Wat denkt Jezus / de Samaritaanse vrouw hier, volgens jou, bij deze zin die hij of zij uitspreekt?

Laten we dan nu het verhaal op deze manier ‘uitspelen’…

Als dat gelukt is, kunnen we hier nog over praten:

 

Waren er passages waarbij je dacht: Jezus / de Samaritaanse vrouw dacht hier, denk ik, iets anders? Kun je uitleggen waarom?

 

Jezus spreekt zelf over zijn weg

We lezen bij elke meeting eerst een verhaal over Jezus en daarna een beroemde uitspraak van hem. Daarin legt hij iets over zijn eigen keuzes uit en verklaart hij welke weg hij zelf gaat.

Dit keer een gelijkenis. Het is Jezus’ favoriete manier om iets uit te leggen. In kleine verhaaltjes, met een verrassende wending, legt hij uit hoe het leven mooier wordt en wat hij heeft ontdekt over Gods bedoelingen.

De gelijkenis die we nu gaan lezen is een van de beroemdste: deze is vaak bekend onder de titel De Barmhartige Samaritaan. De hoofdpersoon is inderdaad een Samaritaan, waarover we zojuist al een verhaal lazen, en die is in dit geval ook ‘barmhartig’, oftewel: meelevend.

Om het te kunnen plaatsen is het handig om te weten dat Jezus middenin een discussie zit. Een religieuze kenner wil hem betrappen op missers. Jezus heeft net uitgelegd dat het belangrijkste is dat je van God houdt en van je naaste als jezelf – dat lazen we ook al bij de tweede meeting. Maar die religieuze kenner gaat daarop door en vraagt: wie is precies mijn naaste?

Daarmee zitten we middenin het onderwerp van onze meeting: met wie ga je om? De religieuze kenner wil weten wie je dan allemaal moet liefhebben van Jezus. Iedereen, dat kan niet. Alleen je vriendjes, nee, dat ook niet, dat snapt hij ook wel weer. Maar tot hoe ver reikt je verantwoordelijkheid? Met wie ga je om?

En dan als antwoord vertelt Jezus dit verhaal…

“Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten.

Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.

Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als

u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.””

Een paar details met wat uitleg nog… De tempel was in Jeruzalem. Het lijkt erop dat de priester daar net dienst heeft gehad en terugloopt naar zijn gezin in een dorpje in de buurt: Joodse priesters waren meestal getrouwd. Een Leviet is een tempelhulpje: die heeft zijn shift er ook net opzitten en loopt ook naar zijn familie terug, zo lijkt het.

In de discussie geeft naderhand Jezus dit verhaal een extra verrassende wending. De vraag van de religieuze kenner was dus: wie is mijn naaste? Maar Jezus stelt na deze gelijkenis de vraag: wie is de naaste geworden van wie was overvallen? De religieuze kenner moet vervolgens toegeven dat het de Samaritaan was – waar hij waarschijnlijk op neerkeek.

Jezus draait de vraag dus om: de religieuze kenner vraagt eigenlijk wie hij allemaal moet helpen, terwijl Jezus ervan maakt: wanneer word jij een helper?

Zo, dat was veel uitleg, maar dan spreekt het verhaal waarschijnlijk wel voor zich. Wellichten kunnen we het nu laten landen:

Wat zegt deze gelijkenis over met wie Jezus wilde omgaan? Wat was zijn weg hierin?

 

Het kan nuttig zijn de tekst actueel te maken met een vraag als:

Wat zou tegenwoordig een ‘Samaritaan’ zijn?

Hoe zou in onze situatie, Nederland in de 21ste eeuw, deze gelijkenis klinken?

 

3. Jouw reactie op Jezus’ weg

Je hebt aan het begin twee mensen genoemd: iemand die typerend is voor met wie je vaak omgaat, en een voor met wie nooit omgaat. Pak eventueel de twee foto’s erbij.

Als je Jezus’ weg zou proberen in hoe je omgaat met deze twee mensen, wat zou je dan doen?

Zou je dat ook daadwerkelijk zelf willen proberen, of wil je het anders aanpakken?

Je kunt het gesprek helpen met vragen als:

Vind je Jezus’ weg realistisch in jouw situatie? Zou het werken?

Waarin volg jij al deze weg? En hoe pakte dat uit?

 

4. Symbolisch afsluiten

We eindigen elke meeting bij Mensen van de weg met een klein symbool. Deze keer gaat het over de twee foto’s die je hebt meegenomen, of eventueel de twee namen als je geen foto’s had, en over wie we het al eerder hebben gehad.

De bedoeling is om in stilte iets tegen deze twee personen te zeggen. Pak er een foto bij, kijk er rustig naar en spreek in stilte deze persoon aan.

Wat zou je tegen deze persoon willen zeggen?

Je kunt uiteraard alles zeggen. Jezus’ weg kan je inspireren, maar dat hoeft niet.

Ten slotte wil ik je vragen je afbeelding met een weg erop erbij te pakken.

Is er nog iets wat je hierbij wilt noteren of tekenen? Of wil je juist iets schrappen of veranderen?

 

Berichten de week erna (via de app-groep of mail)

  1. Ontzettend bedankt dat jullie er waren. Ik heb genoten van jullie bijdrage! Als je iets lastig vond, bericht het me. Als je iets prettig vond, vind ik dat natuurlijk ook fijn om te horen.
  1. Hier zie je een filmversie van het verhaal dat we lazen: www.youtube.com/watch
  1. Hier de filmversie van een ander verhaal wat er wel wat op lijkt: www.youtube.com/watch
  1. ‘Jezus liet zien dat iedereen waardigheid bezit,

ook als de vromen diegene dat ontzeggen.

Dit houdt ik me regelmatig voor ogen

en dat loont.’

(Angela Merkel)

  1. Een experiment op Youtube die nogal anders loopt dan je zou verwachten: www.youtube.com/watch
  1. Denkvraag: als je een persoon in je kenniskring kon omruilen voor iemand anders: met wie zou je dan geen contact meer willen en met wie vanaf nu wel?
  1. Een liedje over ‘spiritueel omdenken’: www.youtube.com/watch Hier het oorspronkelijke gebed waarop het is gebaseerd: http://www.ricktimmermans.eu/2013/03/franciscaanse-zegenbede/