Je moeder zal wel trots zijn

Je moeder zal wel trots zijn

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wat zal je moeder blij met je zijn – PopUpGedachte dinsdag 25 oktober

Daar sta ik dan, bij de uitgever. Hier, alsjeblieft. Het papieren exemplaar. Gefeliciteerd. Kopje koffie erbij? En dan als altijd als je denkt – in het geval van een boek – dat nu het grootste werk wel achter de rug is, dit zinnetje: nu begint het pas hè. Nu moet het opgepakt worden, spannend hoor. Het heeft zoveel potentie. En ik hoor weer een opdracht, aan de bak, aan de slag, let’s make this happen.

Ik geloof in dit boek. In de content in elk geval. Ik ben zo blij dat ik dit gevonden heb, het mocht doorakkeren het afgelopen jaar en er vaste grond voor vinden. Waarvoor dan precies? Voor het voeden van je verontwaardiging over het onrecht dat plaatsvind, heel klein en heel groot. En dat uiten en delen met mensen om je heen, met God zodat de overtuiging groeit dat sommige dingen echt niet kunnen en niet mogen – of dat nu gaat over vluchtelingenproblematiek of een ouderenverzorgingstehuis waar het niet meer rendabel is om de oudjes in het weekend een warme maaltijd voor te zetten. Woede en dan de creativiteit, de speelse overtuiging, gevoed vanuit de hoop dat het anders kan en anders mag – die kijkt of we niet zelf in elk geval een paar keer maaltijden kunnen fiksen, en dan doen we er een ouderenbingo en een Andre Hazes karaoke bij. Omdat het leuk is. En die op reis gaat. En zich afvraagt wat er nu moet gebeuren nu Calais wordt ontruimd. En daar wakker van ligt. Allebei tegelijk: het vrolijke oppakken van iets nieuws en het koesteren van de frustratie over iets wat nog ligt.

Wel, het boek is er. ‘En je moeder zal wel trots op je zijn,’ zei iemand. ‘Nou,’ zei ik, ‘dat weet ik nog niet helemaal.’ ‘Maar, ik bedoel, ehmm. Je ouders zullen toch wel…’ ‘Ja hoor, denk ik,’ antwoordt ik. Een ongemakkelijk gesprekje. Het was bedoeld als compliment, geformuleerd via mijn ouders en het liep meteen vast. Geeft niet, wel onhandig.

Jezus loopt door Jeruzalem, mensen genezend en scherpe uitspraken doende tegen zijn volksgenoten die het licht maar niet lijken te willen zien. En toen ‘verhief een vrouw uit de menigte haar stem, staat er vanochtend, ‘en riep tegen hem: ‘Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt!’ Een versie van ‘je moeder zal wel trots op je zijn.’ ‘Maar hij zei: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven.’

Oh, ok. De vrouw met de uitroep druipt af.

Jezus wil dat ze anders kijken. Niet naar een voetstuk, een prestatie, niet naar een man die toch maar mooi gelukt is en een moeder die trots in het publiek kan zitten als was het The Voice of Holland. Hij wil inhoud.

Je moeder zal wel trots op je zijn, hoe superlief bedoelt ook, komt wegwandelen uit een wereldbeeld waar iedereen toch probeert te lukken, te slagen, bijzonder te zijn. En we weten allemaal dat maar een paar dit lukt, dus die kunnen zich dan gelukkig prijzen. De spotlights zijn schaars, wie erin staat, hoort trots te zijn want dat wil iedereen. Het is gelukt bijzonder te worden, het verschil te maken, dat er veel mensen luisteren en zich om die man verdringen. Dat is toch tof? Net als een boek? Of een krantenartikel?

De man uit Nazareth is niet geïnteresseerd. En in zijn geval terecht, want hij weet dat zijn moeder de grootst mogelijke pijn gaat lijden die een moeder kan overkomen als zij bij zijn kruisiging toekijkt. Door haar ziel zal een zwaard gaan, werd ooit aangekondigd. Hoezo gelukkig?

JC wil sowieso maar één ding: dat er mensen zijn die dat oude ‘Woord van God’ zoals hij het noemt oppikken en ernaar gaan handelen. Het maakt geen moer uit door wie dat gebeurt en wie daarin welke rol heeft. De één staat op een zeepkist, een ander schrijft er een verhaal over, een derde stelt een goede vraag, een vierde komt een glas water brengen voor een verdroogd strottenhoofd. Wie nog bezig is met zijn eigen rolletje daarin en met het trots maken van zijn vader, zijn moeder of zijn oma, moet nog even doorgroeien. Het is niet erg, maar wel lastig en onberekenbaar. De acteur die op het podium middenin het stuk knipoogt naar zijn moeder, kijk eens mam, zie je mij? Of naar zijn vrienden. Kinderlijk is het, basisschool werk. Weg is het maken van de voorstelling, en weg is de overgave, het stuk, zijn rol, alles.

Wat bruusk wijst hij het van de hand, dit compliment. Lief bedoeld maar afkomstig uit een wereldbeeld waar hij niets mee kan. Niets trots maken, maar doen wat er gedaan moet worden.

Calvinistisch bescheiden? Wellicht. Of iemand die ziet hoe verleidelijk het is om te proberen zo te leven dat iemand trots op je kan zijn omdat je toch maar mooi iets bereikt hebt.

Iets bereikt? Het is niet zo belangrijk. Wat je hebt bereikt dan? Eigenlijk ook niet. Wat er in de wereld is bereikt, dat is de vraag en de manier van kijken waar Jezus toe uitnodigt. Wordt er anders geleefd, wordt er meer liefgehad, wordt er doorgegroeid, klopt de wereld meer met zijn bestemming? De blik van boven en van buiten, kijken naar het geheel en vieren als er iets goeds gebeurt. Door wie of wat dan ook. En beseffen dat elke moeder zelf een rol speelt en elke zoon of dochter een heel eigen. En trots? Zeker: die hoort bij de overtuiging deel uit te maken van een beweging die de toekomst heeft. Diep dankbare trots en plezier.

Zullen ze trots zijn, mijn ouders? Het is mogelijk. Het is niet heel belangrijk. We zullen zien..

Sirach 24:1-12

Openbaring 11:14-19

Lucas 11:27-36