Besnijden? Dat deden we voor onze puberteit

Besnijden? Dat deden we voor onze puberteit

Abraham moest zich laten besnijden, maar Paulus was er juist fel tegen. Een tegenstrijdigheid? Welnee, zegt Rob Bell – dat was toen en nu is nu. Binnen de Bijbel zie je groeiend inzicht – net als in onszelf, hopelijk…

Het punt waar ik naartoe gewerkt heb de laatste tijd is erg simpel. En toch is dit een van de belangrijkste redenen waarom zoveel mensen in de war raken als ze de Bijbel lezen.

Om mijn punt te bereiken, eerst even een terugblik.

Het gaat over Gods stam

Het eerste deel van de Bijbel gaat over een stam. Een nieuwe stam, anders dan andere, een stam met de roeping om een zegen te zijn voor de wereld. Abraham is de stamvader en hij krijgt de vraag om God te vertrouwen dat alle dingen waarvan God zegt dat ze door Abraham zullen gebeuren ook daadwerkelijk gaan gebeuren. Met inbegrip van een man van negenennegentig jaar oud die een zoon zal krijgen.

Abraham moest daar trouwens om lachen. God maakte mensen aan het lachen in de Bijbel. (Wat is het eerste dat in je opkomt als je het woord God hoort? Lachen? Dat zou wel moeten.)

Na verloop van tijd hebben stammen initiaties, riten, rituelen nodig, manieren om vast te stellen wie er serieus is en wie niet, wie erbij hoort en wie niet, wie bij dit nieuwe wil horen en wie niet. De manier waarop deze rondzwervende stamleden dat duizenden jaren geleden deden was door zich te laten besnijden. Het was een symbool, een merkteken, een tastbaar bewijs van je identiteit. Totdat het niet meer zo was.

Paulus wilde van de besnijdenis af

Tegen de tijd dat de eerste christenen de boodschap van Jezus verspreidden, was dit een grote bron van conflicten geworden. Sommigen zeiden dat je besneden moest zijn om Jezus te kunnen volgen en anderen, zoals Paulus, zeiden dat dat niet hoefde.

Dit conflict staat centraal in de brief aan de Galaten in het Nieuwe Testament. Daar steekt de apostel Paulus een gigantische tirade af over bekeerde christenen die zich laten besnijden. Hij zegt dat dat helemaal geen evangelie is. Dat iemand die een evangelie verkondigt waarvan besnijden een onderdeel uitmaakt, vervloekt is. Dat mensen die daarin geloven betoverd zijn en tot slaaf gemaakt – hij schrijft als volgt over deze voorstanders van de besnijdenis:

Ze moesten zich laten castreren, die onruststokers!
Paulus in Galaten 5

Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt voor castreren of ontmannen is apokopto, letterlijk betekent dat eraf hakken.

Ik wilde wel dat ze van die van hen eraf hakten.

Dus hoe groeide de besnijdenis, die in een eerder stadium een centraal onderdeel uitmaakte van het verhaal, later uit een probleem? Hoe werd iets wat als goed werd beschouwd – en bevolen door God – tot iets wat Paulus slavernij noemt? Hoe werd dit teken van vertrouwen in God iets waarvan Paulus zegt dat het helemaal geen evangelie is?

Besnijden stamt uit de puberteit van Gods volk

Dat was toen, nu is nu. De Bijbel vertelt een verhaal dat zich ontvouwt, een groeiend bewustzijn, een toenemend begrip van God, en zo moet je het ook lezen.

Als je groeit, ga je door verschillende stadia heen. Je zou het kunnen vergelijken met de puberteit. Je bent zelf ook door de puberteit gegaan, dat zal wel een paar jaar geleden zijn, schat ik in.

Is de puberteit goed of fout?
Dat is niet de vraag, toch?
Je kunt beter zeggen noodzakelijk.

Het is een noodzakelijke fase van groei en ontwikkeling van je lichaam. Het brengt allerlei lastige, hormonale veranderingen en gevolgen met zich mee, maar toch, zonder dat zou je nog steeds een kind zijn. Je zou niet zijn wie je nu bent.

Paulus praat in soortgelijke termen over Abraham en hoe het verhaal van zijn stam zich ontwikkelt, in de aanloop naar Jezus. Hij vertelt hoe ze nu niet langer onder die afspraak staan, hoe ze eens minderjarig waren, hoe de wet op een bepaalde manier functioneerde, voor een bepaalde periode, tot aan zijn tijd, toen iets nieuws ontstond. Ze zijn nu volwassen geworden.

Dat was toen, nu is nu. Dus als je de Bijbel leest, moet je het lezen zoals het is, een verhaal in ontwikkeling, dat groei weerspiegelt en stadia van toenemend inzicht.

Je moet de Bijbel ánders lezen

Als je twee teksten neemt uit verschillende gedeelten van de Bijbel en je legt ze naast elkaar, dan kan het lijken alsof ze heel verschillende dingen zeggen, omdat ze heel verschillende dingen zeggen.

Dit zie je vaak in kritiek op de Bijbel. Iemand haalt een vers aan uit één gedeelte en verwijst dan naar een verhaal uit een ander deel en noemt een passage van vroeger of een idee van later als bewijs van hoe primitief of tegenstrijdig het is.

Dit is een naïef perspectief, ongeacht hoe intelligent die persoon ook is. (Interessant hoe mensen die gelovigen bekritiseren om het feit dat ze alles letterlijk nemen, hun kritiek vaak baseren op hun eigen versie van letterknechterij. Beide partijen nemen verzen uit verschillende gedeelten van de Bijbel letterlijk en proberen er iets zinnigs in te ontdekken, terwijl ze er niet in slagen om de Bijbel te lezen als een verzameling van boeken.)

Je moet het anders lezen. Je moet je afvragen waar jij staat in het verhaal. Je moet het niet lezen als een vlak verhaal zonder ontwikkeling, waaruit je naar believen iets kunt kiezen, maar als een weerspiegeling van hoe mensen de dingen zagen in de verschillende stadia van het verhaal.

Dat was toen, nu is nu!

Ik krijg vaak vragen over de Bijbel die beginnen met een zinsnede als deze:
Waarom had God niet gewoon…

gevolgd door iets als
…iedereen naar de hemel kunnen laten gaan, zodat niemand hoeft te lijden?
of
…dat hele systeem van offeren kunnen weglaten, omdat het zinloos was?
of
…die boom uit de tuin kunnen laten?
of
…een manier kunnen verzinnen om alles recht te zetten, zonder dat Jezus moest sterven?

Achter dit soort vragen gaat de overtuiging schuil dat de Bijbel één versie van de gebeurtenissen weergeeft, die eenvoudig veranderd zou kunnen worden als God gewoon had besloten om anders te handelen.

Maar dat is niet wat je in de Bijbel tegenkomt. Wat je in feite hebt is een verslag van toenemende menselijke ervaring van God. Vragen waarom dingen niet op de een of andere manier gingen is zinloos. Het leidt af van begrijpen waar je nu staat.

Dit heeft enorm veel betekenis voor hoe je denkt over je leven. Geloof je nog op precies dezelfde manier als vroeger? Heb je vandaag de dag nog dezelfde opvattingen als tien jaar geleden? Denk je nog net zo over de wereld en andere mensen als toen je vijftien was?

Waarschijnlijk niet. Dat was toen, nu is nu. Je kunt niet terug in de tijd om die standpunten te veranderen. Dat was hoe je toen de wereld zag, nu zie je de dingen anders.

Je hoeft niet bitter te zijn. Vier je groei!

Ik krijg ook vragen van mensen die zijn opgegroeid in een benauwde religieuze omgeving, en inmiddels andere overtuigingen hebben. Ze zijn vaak bitter over hun verleden.

Dat hoeft niet.
Je bent nu volwassen. Vier dat. Je kunt je erin verheugen dat je veranderd bent en gerijpt. God moet wel van je houden als Hij je een nieuw, groeiend, verdiepend inzicht geeft. Verzoen je met je opvoeding.

Dat was toen, nu is nu.
Die ervaringen hebben jou gemaakt tot wie je nu bent. Ze zijn een deel van je. Er boos of verbitterd over zijn betekent dat je je niet met jezelf hebt verzoend. Je groeit omdat je wat licht krijgt en erop reageert, en dan krijg je wat meer inzicht en je denkt erover na, en dan heb je een ervaring die je ogen nog wat verder opent… en dan krijg je nog wat meer licht.

Stap voor stap voor stap.
Je kunt niet alles in één keer verwerken.
Groeit gebeurt geleidelijk.

Waar gaat het dan om?

Als Paulus spreekt over besnijdenis, dan legt hij dat uit als iets wat toen van grote betekenis was, iets wat z’n doel diende, iets wat vooruitwees naar iets wat nog moest komen.

Het was niet verkeerd, het was toen.
En toen is niet nu.

Dus als mensen toen nemen en er nu van proberen te maken, dan begrijpen ze het niet. Dan werken ze de oorspronkelijke richting tegen van deze verzameling boeken die we Bijbel noemen.

(Zijn er dingen die toen waar waren en nu nog steeds waar zijn? Natuurlijk.)

En deze verzameling boeken gaat over de God die jou vraagt om te vertrouwen en te geloven dat er meer is. Dat dit nog maar het begin is. Dat je net bent begonnen. In welke fase van groei, ontwikkeling, geloof, evolutie en verlichting jij je nu ook bevindt.

Want dat was toen,
en nu is nu.