Tweestrijd en of ik in een god geloof

Tweestrijd en of ik in een god geloof

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Tweestrijd – PopUpGedachte donderdag 27 oktober

‘Geloof jij dan in een god’, vroeg Roelof Hemmen, de presentator van BNR nieuwsradio live in de uitzending om half twee ‘s middags in de studio naast station Amstel in Amsterdam. Geloof jij dan in een God? En ik draaide er omheen. Geen rechtstreeks antwoord, een weerzin om er volmondig ‘ja’ op te zeggen, door de blik, door de toon – en dan mag ik Roelof Hemmen graag, als interviewer en ook persoonlijk, gebaseerd op de manier waarop hij je in de studio ontvangt.

Maar de vraag. Geloof jij in een god dan?

Ben ik bang om voor gek versleten te worden? De tekst vanochtend is vrij helder:’wie mij verloochend bij de mensen, zal verloochend worden bij de engelen van God’. Zo’n tekst uit mijn jeugd die voelt als een zweepslag en je lijkt te dwingen om elke keer maar weer zonder na te denken vierkant je geloofsovertuiging op tafel te leggen. Ik was inderdaad bang om voor gek versleten te worden, op dat moment, aan die tafel. Wat had hij ermee gewonnen als ik voluit ‘ja’ had gezegd? Ik voelde de kloof gapen, met een volmondig ‘ja’ was mijn zorgvuldig opgebouwde betoog over de verbinding tussen gelovigen die niet langer zelf in de hemel willen komen en seculieren die verlangen naar een andere wereld teniet gedaan.

Ik geloof niet dat het gaat over de statische uitspraak van geloof. Ik geloof niet dat het interessant is wat je zegt. Dat zei ik hem. Wat je doet, daaruit leidt ik wel af of je geloof, hoop of liefde hebt. Hij keek een beetje ongemakkelijk, maar op een manier die me aanstond. Met dat ik volmondig ‘ja’ zou hebben gezegd, had er een opluchting plaats kunnen vinden. Zo eentje dat al die drive om in de wereld te staan, te hopen op verandering en er alvast aan te beginnen voor Hemmen zelf niet van toepassing was, niet op die manier, want ja, hij was tenslotte geen gelovige. Veilig aan de andere kant van de brug.

Heb ik ontkend wat mij drijft? Ben ik onhelder geweest? Op twitter reageerde iemand dat theologen altijd dezelfde bullshit redeneringen ophangen. Het was hem waarschijnlijk niet helder genoeg. Zeg nou waar je voor staat. Ik weet het niet, ik denk het niet, ik geloof het niet. Zeg me waar je staat, dan kunnen we je aan je overtuigingen ophangen, zeg me dat je de messias bent dan kunnen we je aan een kruis spijkeren, zeg me dat je god gelooft dan ben je op dat moment een vreemdeling geworden, een artefact met een andere levensstijl die ik zal bestuderen maar waar ik niets mee hoef. Dat vrees ik. Zo wil ik niet voor gek versleten worden. Dan toch maar liever voor gek versleten door de geloofsgenoten die kronkelingen zien in mijn redeneringen en zich afvragen of ik nog wel aan hun kant sta.

Tweestrijd, dat zat in dat gesprek. Maar het was ook de tweestrijd op aarde die ik gebruikte als indicator voor de mogelijkheid van God. En de uitspraak dat als God niet bestond, hij per direct uitgevonden moest worden want als het onrecht en de cynische staat van de wereld je naar de keel vliegt, zodat je liever de hoop opgeeft en je eigen leventje maar uitzit, hoe blijf je dan hoopvol handelen? Hoe blijf je dan je verantwoordelijk voelen voor deze wereld, zonder daaraan onderdoor te gaan. Daartoe dient dat verhaal van God, en het geloven. Geloof staat niet tegenover ongeloof en gaat niet over bepaalde kennisuitspraken, het staat tegenover cynisme en gaat over hoopvol handelen.

In de Openbaring-tekst van vanochtend, (dat Lord of the Rings boek uit de Bijbel maar dan veel raarder nog) staat: ‘De draak en zijn engelen boden tegenstand tegen Michael en zijn engelen maar werden verslagen, sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Wee de aarde en de zee, de duivel is naar jullie afgedaald. Hij is woedend en weet dat hij geen tijd te verliezen heeft.’

Oei, oeps, angstig? In de schulp kruipen nu en om je heen kijken of er niet ergens een duiveltje loert? Ik zei tegen Hemmen dat ik geloof dat er een kracht in de wereld actief is die werkt aan het goede, het liefdevolle, het schone ook als ik het opgegeven heb, machteloos wordt, cynisch toekijk. En dat ik daarvan deel wil uitmaken.

Nu ik openbaring lees, realiseer ik me dat het een tweestrijd is. De strijd om het goede, het houden van hoop en liefde is een gevecht tegen die andere macht, die niet meer hoopt, die de bak ellende die weer plaatsvind in vluchtelingenkampen in Calais, in Griekenland, de gore verhalen over IS, het dodental op de middellandse zee, die ene macht, die vervloekte slang zoals dat heet, fluistert dat het te groot is, te moeilijk, te zwaar om te dragen en zegt dat je nu je heus terug mag trekken. Dit kun je niet aan. De andere stem bevestigt dat je het niet aankunt, maar houdt je erbij. Bij het verdriet. En de pijn. En bij het geloven dat dit niet het einde van de zaak is. Dat de wereld aan het veranderen is en nodigt mij uit om die hoop tegen de klippen op vast te houden, zodat we in het klein en waar we kunnen alvast iets gaan doen met wat die goede, komende wereld strookt. Die ene maaltijd, dat gebaar, die Facebook-post of die kaars die je brandt brengt niet de verandering, maar het toont dat je het nog niet opgegeven hebt. Zo geloven, en hopen, en liefhebben, daadwerkelijk. Dat zegt iets over waar je in gelooft, denk ik

Sirach 31:12-28 – 32:2

Openbaring 12:7-17

Lucas 11:5312:12