‘Voel ik me getroost als ik worstel met de vraag of er ooit nog iemand komt die me vasthoudt?’

‘Voel ik me getroost als ik worstel met de vraag of er ooit nog iemand komt die me vasthoudt?’

Rebecca schreef een boek over single zijn. Nu het uit is, en ze haar eigen woorden leest over het omarmen van een gemis, vraagt ze zich af of ze zelf wel volgens haar eigen woorden leeft. Wat merkt ze eigenlijk van het geloof in haar dagelijks leven?

Heb je een relatie met Jezus? In mijn evangelische puber-verleden werd die vraag me weleens gesteld. Een persoonlijke relatie, werd er dan bij gezegd. Alsof er niet-persoonlijke relaties bestaan…

Als bijna-twintiger schrok ik terug voor deze vraag. Een beetje alsof me gevraagd werd of ik al met iemand naar bed was geweest.. ‘Nou… Tja… Het is maar net hoe je het bekijkt… Euh… Wat heet…’

Hoe kun je een relatie hebben met iemand die hier en nu niet fysiek bestaat, en die je ook niet lijfelijk hebt leren kennen? Ik kom Jezus niet tegen, ik weet niet hoe zijn stem klinkt en van zijn uiterlijk zijn geen fotografische weergaven. Alles wat ik van Jezus weet is indirect – via verhalen en afbeeldingen waarin anderen hun beeld van hem geven. En soms denk ik zelf iets van hem te ervaren of te begrijpen. Maar uit het niets komt zo’n ervaring nooit.

God in het dagelijks leven

Pas overviel ik kerkgangers tijdens de dienst met de opdracht om met een buurman in de bank de vraag te bespreken: ‘Wat heb je deze week van God gemerkt?’ Er was wel een preek(je) aan vooraf gegaan over de moeite om over God te spreken. Hoe praat je zo over God dat het ruimte maakt voor de ander om te ontdekken hoe de Eeuwige haar leven raakt? Hoeveel ruimte is er in het begrip ‘God’?

Het was een vrolijk gegons in de kerk. Of het woord ‘God’ echt viel, kon ik niet controleren. Ik hoefde zelf de vraag niet te beantwoorden en dat was natuurlijk lekker makkelijk. Achteraf hoorde ik dat sommigen het gesprek later wilden voortzetten. Eenvoudig was het niet. Want wat ontdekken wij van God in ons dagelijks leven? Zien we een relatie tussen de God van de woorden die je leest in de Bijbel of hoort uit de mond van een ander en het heel gewone, eigen, dagelijkse leven?

Nieuwste date

Heb je een relatie met Jezus? Een puber in 2016 die niet in de evangelische wereld gesocialiseerd is, vraagt zich vast af of J mijn nieuwste date is. Met single zijn en daten had deze vraag toen – in Youth for Christ kringen- niets te maken. Toch vraag ik het me nu, als single volwassene (met kinderen in de puberleeftijd) wel af: heb ik in wat ik dagelijks meemaak, en dus als single, een relatie met Jezus? Of: wat betekent geloof voor mij in het dagelijkse leven? Heb ik er iets aan? Leef ik ermee? Helpt het me om overeind te blijven?

Vlak voor de zomer maakte ik het manuscript af van een boekje over single zijn. Het laatste wat ik schreef waren tips voor singles en de inleiding, waarin ik het heb over de worsteling die alleen leven soms is. Toen het klaar was en verstuurd naar de uitgever kwam de vraag ineens hard bij me binnen: maar wat bak ik er nu zelf van? Met mijn mooie verhalen en goede adviezen? Ik schrijf over het omarmen van een leven met gemis. Ik verwijs naar Bijbelverhalen en vertel over vertrouwen. Maar doe ik wel wat ik schrijf? Vertrouw ik ook echt, en op iemand?

Heb ik als single een relatie met Jezus? Voel ik me getroost en gezien in mijn momenten van alleen-zijn en geworstel met de vraag of er ooit nog iemand komt om me vast te houden?

Christus op het raam

Ik ken Jezus ‘alleen’ uit de verhalen. Verhalen die ik zelf deel en verder vertel. De Ignatiaanse vorm van mediteren heeft mij geholpen om toch iets dichterbij te komen. Ze leert me dat ik, in de stilte, verhalen zelf als het ware binnen mag gaan. Ik lees een verhaal, sluit mijn ogen en laat het tot me door dringen. Ik stel me voor hoe ik er zelf in stap. Wat zie ik dan, wat hoor ik en voel ik? Met wie identificeer ik me in het verhaal? Zie ik Jezus voor me? En wat zegt Hij me? Ik mag in het verhaal van Jezus stappen. Maakt hij daardoor ook deel uit van het mijne?

Onlangs was ik 2 dagen in een klooster met een groep collega’s. Tussen vrolijkheid en diepzinnigheid door zaten we in de kapel, in de banken die voor de gasten bestemd zijn. Die bank kijkt uit op een raam aan de overkant. Terwijl de zusters haperend zongen en wij bladerend door versleten psalmboeken probeerden mee te komen, dwaalden mijn gedachten steeds af. Ik dacht aan alles wat er in m’n leven speelt. Aan keuzes die ik alleen maken moet. En ondertussen viel mijn blik steeds op dat raam.  Daarop stond een Christusfiguur in een kruisvorm – met open gespreide armen, grote handen en voeten die samen bijna de vorm van een hart hebben.

Op die plek in de bank, toen het stil was in de kapel, had ik zomaar een relatie met Jezus.


schermafbeelding-2016-10-03-om-22-59-01Meer weten over Rebecca’s boek Mooi niet alleen? In dit interviewtje vertelt ze er alles over.