Waarom de bijbel een vreemde eend is naast de tenach en de koran

Waarom de bijbel een vreemde eend is naast de tenach en de koran

Joden en moslims hebben een heilig boek. Maar hoe zit dat nou met die bijbel? Want daar is toch iets geks mee aan de hand, constateert Alain. En dat is de schuld van Johannes. 

Oef, Johannes 1. Ik voel het in mijn buik, als ik aan dat hoofdstuk in de bijbel denk. Deze week moest ik er voor het eerst weer veel aan denken, omdat ik een expositie in het Catharijneconvent bezocht. Drie heilige boeken (Hebreeuwse bijbel, christelijke bijbel en koran) worden daar naast elkaar tentoongesteld, in de meest prachtige middeleeuwse edities.

Waarom ik daarbij steeds aan Johannes 1 moet denken? Omdat die mooie proloog van het vierde evangelie het concept ‘heilig boek’ voor altijd verpest heeft voor christenen. Joden en moslims, zij leven uit het Woord van God dat in hun heilige taal door een gewijde schrijver is neergepend. Min of meer van boven gedicteerd.

De bijbel is niet het Woord van God

In het christendom werkt dat theologisch net even anders. Oh, de bijbel heeft zeker een enorme status in onze traditie. Maar geen christen kan de bijbel nog zonder meer het Woord van God noemen. De bijbel ligt een beetje als een vreemde eend tussen tenach en koran in dat heerlijke museum. Dankzij Johannes 1.

Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond… De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.

Sinds Johannes 1 kan geen christen zich meer over de Heilige Schrift buigen zonder dat stemmetje in het achterhoofd: het échte Woord van God heeft een naam, vlees en bloed en bestaat niet uit letters op papier.

Johannes 1 is een geniale tekst

Johannes 1 zit diep bij mij. Heel lang was het mijn favoriete bijbelgedeelte. Het was me zo lief, dat ik me nooit aan een preek over die tekst heb gewaagd. Wel ben ik als overmoedige eerstejaarsstudent aan een commentaar op het hoofdstuk begonnen. Ik wijdde er later mijn eindscriptie Nieuw Testament aan (met als titel ‘Here comes the Son’, een knipoog naar The Beatles, nog zo’n heilig fenomeen in mijn leven).

Het hoofdstuk is een inleiding waarin het hele verdere boek wordt samengevat. De boodschap: alles draait om Jezus. Nog steeds kan ik leeglopen over de genialiteit van deze woorden. De eerste zin:

In het begin was het Woord, het woord was bij God en het woord was God.

Het is een ambitieuze verwijzing naar Genesis 1 (‘In den beginne…’) om joodse lezers mee te pakken. Het bevat in alle poëtische eenvoud een vreemde paradox (hoe kun je tegelijk bij God zijn én God zijn?). Het verbindt met latere joodse wijsheids-spiritualiteit. Tegelijk gebruikt de schrijver hier het über-Griekse woord logos (woord). Een kernbegrip in de filosofie, met betekenissen die variëren van wereldorde en karma-achtige zaken tot rede (ons woord logica is van logos afgeleid) om de Lubachs van deze wereld te triggeren. Geniaal, hoe je in een paar zinnetjes alles kunt zeggen.

Ik kan er niet zoveel meer mee

Maar wát is dat ‘alles’ dan, wat wil die briljante schrijver dan zeggen? Een woord: Jezus. Een beetje zoals Cees Dekker tijdens de Lazarus 7keer7 tour geen zeven minuten, maar vijf letters nodig had om zijn hele geloof samen te vatten.

En daar komt mijn buikpijn om de hoek kijken. Vroeger nam ik er genoegen mee. Vond ik het prachtig, hoe Johannes met z’n scherpe pen naar zijn ene boodschap toewerkte, en die boodschap had een naam. Jezus.

Nu vind ik het nog steeds prachtig, maar begrijp ik niet meer hoe het werkt. Jezus als Woord van God, in plaats van een gestold Heilig Boek? Het is charmant, zolang je weet wat je met het woord ‘Jezus’ bedoelt. Ik weet het niet meer zo goed als vroeger. En zo blijf ik achter met een vacuüm waar vroeger mijn favoriete bijbeltekst zat.

Wat bedoelen we met ‘Jezus’ ?

Is het toch gewoon wat ik vroeger dacht? Dat het om Jezus’ kruisdood gaat, een verzoenend sterven van Gods eigen zoon was, als antwoord op alles? Ik vind de theologie hierachter wreed en krijg het niet meer verzoend met mijn geloofsleven. Bovendien heb ik de indruk dat de evangelist zelf drukker met Jezus’ leven dan met diens dood was.

Moet ik me dan op het leven van Jezus focussen? Zijn merkwaardige leven na proberen te leven – hoe dan? Of alle theologie overboord gooien en er een wat letterlijke Bergrede-moraal op na houden, zoals in de blogs van mijn collega’s Jan en Daan hier? Ik heb grote waardering voor hun verhalen, maar kan en wil dat praktisch en theologisch niet opbrengen.

Toch weer naar de heilige teksten

Mijn zoektocht naar de betekenis van Jezus werpt me automatisch terug op de bijbel. Ik probeer Jezus in z’n joodse context te plaatsen en vreet de Hebreeuwse Bijbel op. Ik probeer te zien wat Jezus’ eerste volgelingen ervan maakten en lees in het Nieuwe Testament.

Ondanks Johannes’ Het Woord is mens geworden is mijn christendom toch weer een geloof met een Heilig Boek. In de stugge overtuiging dat Jezus niet uit de lucht kwam vallen, maar juist ingebed is in deze literaire traditie.

Zo gebogen over die geschriften is er één besef dat me nooit loslaat. Het besef dat die boeken geen absolute zwart-op-wit waarheid vertegenwoordigen. Waarheid is altijd meer geest dan letter, waarheid is meer een verhaal dan een wetboek, waarheid is menselijker dan koude tijdloosheid.

Soms, in mijn meest optimistische buien, denk ik dat juist die gedachten bij Jezus vandaan komen. Dat ik juist daarmee in zijn spoor vaar. In die buien heb ik mijn Johannes 1 terug als ongeëvenaarde lievelingstekst en is de buikpijn weg.

Foto: Utrechts-Psalter, Reims of Hautvillers, ca. 830, handschrift op perkament, Utrecht, Universiteitsbibliotheek. Onderdeel van de tentoonstelling Heilig Schrift in het Catharijneconvent.