Wakker worden

Wakker worden

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wakker liggen – PopUpGedachte dinsdag 4 oktober

Zo, dat was een moeilijke nacht. Wakker liggen omdat mijn hoofd maar niet stil wil gaan staan. Omdat de angst me om het hart slaat om wat er allemaal moet gebeuren en of ik er wel tegen opgewassen ben. Bang en eenzaam, en buiten is het donker. De deken omarmt me niet meer, maar voelt als een klem, de stilte van de nacht is niet meer vredig maar stomvervelend. En je kunt er maar weinig aan doen.

Ik ga rechtop zitten en klik een lampje aan. Zet thee. Schrijf dat ik bang ben. En wordt al ietsje rustiger. Dat is vreemd. Met dat ik het constateer valt er al iets van me af. We zijn er nog niet. Ik vrees nog steeds dat mijn werk zinloos is, dat ik anderen teleurstel, mezelf vooral, dat het niet goed genoeg is – je kent het wel. Toch? Van die momenten? Alleen weet je in het moment zelf niet echt dat het maar een moment is. En dat het echt weer licht wordt. Op het moment zelf gaat de tijd heel langzaam voorbij. Maar met het constateren van de angst wordt het al ietsje lichter.

Afgelopen zondag was er in de PopUpKerk een jonge vrouw te gast die zich in augustus had laten dopen in Stroom. Ze had het niet breed bekend gemaakt bij haar vrienden zei ze, want het is zo’n absurde keus. Durfde het niet, wilde het wel. En we vroegen haar waarom ze in Godsnaam die keus maakt. Wat maakt dat een jonge gedreven activistische spirituele vrouw zich aansluit bij iets van een kerk en dan niet alleen uit interesse maar besluit dat dit haar weg is, haar toekomst, de grond onder het bestaan.

Ze vertelde dat ze getrouwd was ooit. Met een gelovende jongen. Zij geloofde niets. Of iets eigenlijk, dat er iets was. Meer niet. Hij had een dodelijke ziekte en hij stierf. Zij zat naast hem en voelde woede, frustratie een zo groot verdriet dat het woord verdriet geen enkel recht deed aan de verschrikkelijke emotie. De enige troost? Een gevoel dat iets out there zei dat het terecht was dat ze verdrietig was, dat het verschrikkelijk was, niet iets om je mee te verzoenen, niet iets met betekenis en bedoeling maar intens intens onrecht. Dat gevoel.

De spirituelen kunnen je proberen te overtuigen dat de dood er gewoon bij hoort. Bullshit. Dat weet iedereen die het van dichtbij heeft gezien. Die jongen in Amsterdam, dertiger, geschept door een politiebusje – niemand kon er iets aan doen maar hij was wel op slag dood. Liet een vriendin achter, ouders, vrienden in totale ontreddering. Een meisje in Kampen een paar weken eerder, waar ik tijden gestudeerd heb, op weg naar de middelbare school waar ik heenging, ook na een aanrijding. Op slag dood. Dat hoort niet. Zelfs als we oud worden hoort het nog niet. Het is angstig en eenzaam en verdrietig en oneerlijk. Al die doorgesneden banden. Natuurlijk is er een leven om te vieren en een vage hoop van een toekomst maar dood is dood en het is unfair.

En het troost dan dat er gezegd kan worden. Het is verschrikkelijk. En verdrietig. En unfair. En alles.

Vanochtend is Jezus onderweg naar een stad die Nain heet. En zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. Toen hij de poort van de stad naderde werd er een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de Heer haar zag, werd hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘weeklaag niet meer.’ Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: Jongeman, ik zeg je , sta op! De dode richtte zich op en begon te spreken en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘een groot profeet is onder ons opgestaan’ en ‘God heeft zich om zijn volk bekommerd’.

Mooi einde maar nog mooier begin. Hij werd door medelijden bewogen. Als er een god is die de zwoegende, lijdende mens ziet wordt hij door medelijden bewogen. Zij kon er niets aan doen, ging een eenzame lege toekomst tegemoet. Geen grond onder haar voeten. Dat hoort er niet bij, dat is erg. Daar moet ze niet aan wennen, die moet getroost worden.

Zondagochtend zei de vrouw tegen ons: als er dan een god zou zijn moest hij een antwoord hebben op die verschrikkelijke dood. Ik geloof nu omdat ik besef dat Jezus van Nazareth is opgestaan, lijfelijk en dat er een toekomst is voor de lijfelijke mens. Absurd om te geloven. Maar het absurde was precies de reden dat bijvoorbeeld kerkvader Tertullianus het zinnig vond. Credo quia absurdum, ik geloof omdat het absurd is.

De nacht was eenzaam, de rust ontstond pas in het erkennen van de angst. En een licht besef dat doorbreekt in mijn ziel dat het ergste wat kan gebeuren weleens niet het einde kon zijn, maar een nieuw begin. Als dat toch waar is… het ergst wordt dan niet ontkend, mijn angst of verdriet niet gebagatelliseerd of bekritiseerd, het is alleen niet het einde. Dan wordt ik weer een beetje nieuwsgierig, ga een beetje open, benieuwd naar wat er te wachten staat aan de andere kant van het donker.

Zo. en nu koffie.

Micha 1:1-9

Handelingen 23:12-22

Lucas 7:1-17