De gok wagen

De gok wagen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

De gok wagen – PopUpGedachte vrijdag 18 november

De week loopt weer op een eind, het is vrijdag. Een ongewoon warme oktober, wat al niet meer echt doordringt tot de gemiddelde Europeaan want ongewoon warm is bijzonder gewoon geworden. En dat is dan weer bijzonder zorgwekkend.

‘U mag uw zorgen op hem afwentelen want u ligt hem na aan het hart’ zegt briefschrijver Jakobus vanochtend en dat is een mooie zin. De zorg over het klimaatakkoord, de zorg over Trump, Wilders en andere nationalistisch-populistische geluiden. Maar ook de zorg over je project, je bankrekening, je zieke oma of de veilige aankomst van vrouw en kinderen van huisgenoot Mohamad. Die arriveren morgen op Schiphol. Insjallah of Deo Volente, zoals mijn moeder hem leerde. Deo Volente. Zo de Here wil. En wat als hij niet wil? ‘U mag uw zorgen op hem afwentelen want u ligt hem na aan het hart.’ Een lichte geruststelling, een uitnodiging die vraagt om iets van vertrouwen, die een bijna nostalgisch-kinderlijk verlangen aanspreekt. Dat je de zorgen af kan wentelen omdat iemand om je geeft. Toen we nog geloofden dat anderen veel meer konden dan wij. Toen ik nog geloofde dat God alles goed zou maken. Geloof ik dat nog? En wat gebeurt er als ik dat doe, die zogenaamde zorgen ‘afwentelen’?

Jezus van Nazareth vertelt een verhaal over een onrechtvaardige rechter die het werkelijk kon roesten wie zijn recht kreeg of niet. En een weduwe wilde haar recht en kwam elke dag terug om het te halen. En uit angst dat zij hem op een gegeven moment nog iets aan zou doen als hij niet zou luisteren, gaf hij haar het recht waar ze om vroeg. En dan zegt Jezus van Nazareth: zal God dan niet aan zijn mensen geven waar ze om vragen? ‘Ik zeg jullie, zegt hij ’dat hij hen spoedig recht zal verschaffen maar als de mensenzoon komt zal hij dan nog geloof vinden op aarde.’

Dat is de cruciale vraag. Zullen er nog weduwen en anderen dag in dag uit eisen dat het goed komt, roepen dat er recht gedaan moet worden, volhouden om elke klok te luiden die er geluid moet worden, elk gebed op te zenden om herstel en vervloeking die opgezonden moet worden en elke cynicus die het al heeft opgegeven hard uit te foeteren omdat cynisme een self-fulfulling prophecy is.

Blijf timmeren op de deur van de hemel en eisen dat de Maker zijn aardbol niet in de steek laat. Met de kans dat hij open doet en ons vraagt waarom wij in godsnaam zijn aardbol en zijn mensen in de steek hebben gelaten, maar dat is niet erg, dan is er contact, het codewoord is dan erkennen, toegeven, door het stof want dat is terecht en ondertussen de voet tussen de deur houden en soebatten om hoop, om energie, om toekomst.

Try me, zegt God volgens Maleachi, Stel mij maar op de proef. Sta dat deel af van je oogst, van je tijd, deel met armen, wezen, weduwen en zie of er toekomst is op deze aardbol voor je kinderen, of er een oplossing gevonden zal worden voor een aantal problemen in het klimaat. Dien God. En dan niet vroom in een tempel, maar met je keuze voor welke kleur stroom je in je huis binnenhaalt, of je de producten koopt van iemand die de aarde afgraast en totaal uitgeput achterlaat of voor bedrijven die tenminste hun best doen om iets biologisch, ethisch te produceren. Dien de maker en laat de producten van die overbekoeiing van de aarde, grootste opwarming-veroorzaker ever, even in de schappen. Maleachi zegt het allemaal niet zo hoor, het zijn maar mijn gevolgtrekkingen maar de zin waarmee Maleachi begint is duidelijk: try me, geloof me, hoop nog, heb lief – zal de mensenzoon, degene die komen zou, als hij komt (whatever that may be) nog geloof vinden op aarde.

Zullen er nog mensen zijn bij krimpende oogsten, groeiende vluchtelingenstromen, doordraaiend consumentisme en populistisch gedoe, zullen er dan nog mensen zijn die geloven dat eenvoudig het goede gedaan moet worden: het beetje eten wat je hebt delen met de ander uit respect voor de gever van het leven, het dak wat je boven je hoofd nog hebt delen met mensen zonder dak boven hun hoofd, en die ook bij schaarste weigeren om gebruik te maken van goedkope, aarde-verklotende troep zoals dat slechte vlees en die goedkope kleding.

Er zal recht gedaan worden aan de roepende weduwe die blijft volhouden, spoedig. Maar is het spoedig genoeg voor mijn ongeduld, voor mijn gevoel van nu-leveren-anders-los-ik-het-zelf-wel-op, voor mijn: als niemand voor mij zorgt hoef ik ook niet voor een ander te zorgen.

Blijven geloven, hopen en liefhebben – blijven vertrouwen dat als wij voor de ander zorgen dat er voor ons wordt gezorgd, dat als we de opbrengst van onze handen dankbaar delen dat de opbrengst dan groeit, dat soort geloof is geloof in God, in de maker, hoopvol geloven dat zich heel concreet vertaald in supermarkt, kledingwinkel en gewoon op straat als iemand vraagt om een euro voor een koffie.

Stel mij maar op de proef, zegt de Heer van de hemelse machten. Kijk maar eens of ik doe wat ik beloof als jullie de menselijkheid betonen die ik van jullie vraag. Try me. Geloof net voldoende voor de gok.

Maleachi 3:1-12

Jakobus 5:7-12

Lucas 18:1-8