Handen wassen

Handen wassen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Handen wassen – PopUpGedachte donderdag 24 november

Op de terugweg uit Den Haag gisteren tetterde Radio 1 uit de speakertjes van de autoradio van mijn eend. Het oldtimertje maakt zoveel herrie dat de radio altijd hard moet staan en zo kom ik altijd met een hoop lawaai thuis aan. Het went. Met We Gaan Ze Halen hadden we zojuist overleg gehad met de politie, die niet blij wordt van een file van 500 auto’s in de binnenstad en wij het toch graag willen. Voet bij stuk houden maar, nu moet de burgemeester er weer iets over zeggen, het is een bijzonder spel.

Pieter Derks was aangeschoven en las zijn column. En het gebeurt me niet vaak maar ik zat opeens wat te sniffen bij zijn tekst. Dat gebeurt me toch niet gauw. Ik moet vaak lachen, soms wat grimlachen, maar ik heb nog nooit een traantje hoeven wegpinken. Hij eindige hiermee: Hij beschreef hoe de boze witte man tegen het systeem had gestemd, boos omdat hij het slachtoffer was geworden van ongebreideld kapitalisme van de few, boos omdat hij het slachtoffer was geworden van leugenachtige politici en dat ze daarom iemand kiezen die leet van ongebreidend kapitalisme en de grootste onwaarheden brengt als harde waarheid. En daar wordt niet meer om gelachen. Hij sloot af met deze woorden: ‘De ironie wordt komend weekend in besloten kring begraven. Het cynisme zal de werkzaamheden overnemen.’

Dat is echt treurig hoor. Omdat het waar is. En cynisme is de dood in de pot. Dan hebben we het opgegeven. Dat is wellicht den enige echte serieuze zonde. Vergeet seksuele escapades, katten knijpen in het donker, snoepjes stelen of vloeken zonder erbij na te denken. Het valt in het niet hierbij. Dat we het hebben opgegeven. Dat de realiteit en het eigenbelang en de volkswil en het ‘zo gaat het nu eenmaal’ sterker zijn dan alles.

Het fijne van zonde is dat die vergeven worden, tenminste dat is het idee van het vele schrijven over zonde in de bijbel. Als je niet weet dat het zonde is, kun je er niets mee. Dan is het gewoon de manier van doen. Het benoemen als ‘zonde’ is niet bedoeld om iemand ermee kapot te maken, maar het goede is dat zonde er zijn om te verdwijnen.

De tekst van vanochtend uit Zacharia, tussen alle woeste donderende, agressieve profetenteksten door die tekeer gaan tegen onrecht en chaos en machtsmisbruik en egoïsme en andere shit: ‘Op die dag zal er een bron ontspringen waarin de nakomelingen van David en de inwoners van Jeruzalem hun zonde en onreinheid kunnen afwassen.’

Wat een mooi beeld. Een bron, kun je heen, de shit van je handen spoelen en aan tafel. Met andere mensen die ook van hun shit afwilden. En dan zou ik heel graag dat fnuikende cynisme, verpakt als realisme, van mijn handen willen wassen. Dat je wel alle grenzen open zou kunnen willen zetten, maar geen hond die dat wil. Er is geen draagvlak voor de opvang van meer vluchtelingen in Europa, zo is het nu eenmaal, zegt Frans Timmermans en hij biedt moordende, corrupte regimes in Afrika geld om vluchtelingen tegen te houden. Hij zal er vast bij zeggen dat ze het wel een beetje netjes moeten doen, dat het niet de bedoeling is dat ze geld uitgeven aan vuurpeletons om al die vluchtende mensen neer te maaien, maar dat hij er natuurlijk niet over gaat. Dat is cynisme, Timmermans. Je hebt het opgegeven met Europa. Ga je mond spoelen en je handen wassen, anders mag je niet aan tafel. Waar is verdomme de hoop. En de verwachting.

In de brief aan de Efeziers schrijft Paulus:’Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven.’ Gelóóf dan! Hoop dan. Dan zul je misschien iets zien van die kracht. Geloof niet in de politiek, maar geloof dat mensen in staat zijn om lief te hebben, te omarmen, over hun eigen schaduw heen te springen, hun angst te parkeren, dat er alleen maar vertrouwen nodig is, een uitnodiging, dat je er een beroep op moet doen. Het is er.

Het cynisme behandelt de samenleving als een stel met de voeten stemmende egoïsten, en dan worden we een stel met de voeten stemmende egoïsten. Terwijl als we van onszelf ruimhartig verwachten en van de ander, dan is er opeens veel meer voorhanden dan je denkt. De politie in Den Haag vindt het maar niks, maar op hetzelfde moment zegt een grote partij in Den Haag dat ze hun parkeerplaats ter waarde van 3000 euro gratis aan ons ter beschikking stellen om te verzamelen. Het is gewoon voorhanden, maar durven we het te zien. Sterker nog, willen we het zien, want als we het zien moeten we er iets mee.

Jezus van Nazareth vertelt een verhaal waarin een koning bij vertrek aan tien mensen een fortuin toevertrouwt. Bij terugkeer vraagt hij hun rekenschap. De eersten hebben er royaal mee gehandeld en bij verdiend. Maar hij wordt witheet van de derde, die zegt: ‘Heer, hier is uw geld, ik heb het in een doek voor u bewaard, ik was bang voor u, omdat u streng bent.’

Vanmorgen dus maar deze conclusie: we hebben een enorme kracht in bewaring gekregen, visie, bevlogenheid, hoop, het ironische is dat we niet vertrouwen dat het er is of dat we er iets goeds mee kunnen doen en dat is bijna grappig treurig. Als we nu eens om onszelf leren lachen, rap onze handen wassen en aan tafel gaan om elkaar in de ogen te kijken en te realiseren dat we samen tot veel meer in staat zijn dan we durven hopen. En dan gewoon maar iets beginnen.

– en dat ik niet anders dan zo vaag af kan sluiten is ook wel weer ironisch. Met je drive en je hoop moeten eindigen met ‘iets beginnen’. Tsja. Ik hoop dat de ironie gewoon weer opstaat op de derde dag en zijn geest geeft – zodat we om onszelf leren lachen en opnieuw ons toewijden.

Zacharia 13:1-9

Efeziërs 1:15-23

Lucas 19:11-27