Een boek vol mislukkingen

Een boek vol mislukkingen

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Een boek vol mislukkingen – PopUpGedachte woensdag 16 november

het is maar een raar boek, die Bijbel. De afgelopen maand zijn het vooral de profeten die van tussen de bladzijden me tegemoet schreeuwen, huilen, vervloeken, tieren, janken en flemen, flemen als in: tussen de harde taal zoete woorden spreken die het hart proberen te vermurwen. Het is een vreemd boek.

Elke ochtend rond zes uur valt weer zo’n profeet de godsdienstigen aan. Ze doen het niet goed, ze hebben het niet gezien, ze zijn vervloekt nog aan toe te beroerd om op een normale manier hun godsdienstigheid te uiten. Vanochtend is dat het. Pure luiheid zegt Maleachi. Het idee is dat de gelovige offert en dat dit mooie, gave dieren zijn, maar dat vindt zo’n herder wat overdreven en die brengt dat beestje met die gebroken poot want wat zou dat die god nu precies uitmaken. Woest is Maleachi, de profeet van vanochtend. Dat is verdomme de god die je het licht in je ogen heeft gegeven, die de wereld in de hand houdt en maakt dat je uberhaupt op twee benen staat. En jij denkt: niet te moeilijk doen, een bokje is een bokje. Een gegeven schaap mag je niet in de bek kijken, anders ben je een zeikerd, beste god.

Het was niet zozeer het verwijt dat me vanochtend fascineert, maar het feit dat die bijbel vol staat met verwijten. Maleachi roept: alle andere volken hebben tenminste respect voor God, maar jullie maken er een bende van. In de zin dat andere volken hun godsdienst serieus nemen? Normaal moet dat jodendom niks van andere godsdiensten hebben, dat gedoe met beelden, tempelprostitutie, feesten en alles – maar hier lijkt hij te zeggen: je kunt een hoop kritiek hebben op al die godsdienstigheid maar zij nemen het in elk geval serieus. Dat kun je van jullie, dienaars van JHWH de god der goden, niet zeggen.

En in Jezus verhaal vanochtend geneest hij 10 mensen van melaatsheid, en wie komt er terug om te bedanken? 1 buitenlander, een samaritaan, een volk dat ze niet konden luchten of zien.

Het maakt niet eens uit waar het over gaat, altijd is er kritiek. En dat is dan wat over de eeuwen bewaard is. Ze moesten zo’n bijbel samenstellen uit alle fragmenten en losse boeken en wat hebben ze bewaard alsof het een van de kostbaarste dingen was die in de geschiedenis hen gegeven was? De kritiek, de woede, de knal om de oren en het venijnige verwijt. Er zitten ook andere teksten tussen hoor, over troost, liefde, gebed om redding etc etc maar je kunt niet zeggen dat ze de zelfkritiek weggepoetst hebben, bij lange na niet, het lijkt wel alsof die een ereplaats heeft gekregen.

Iemand schreef ooit dat het christendom zo geloofwaardig is omdat de volgelingen er zo’n verschrikkelijke bende van maken en het dan toch nog steeds bestaat. Dan moet er iets inzitten wat niemand kwijt wil.

Ik vind het troostvol. Het is alsof die teksten en dat geloof pas gaan werken als het misgaat. Dat zolang alles een beetje loopt er niet zoveel nodig is, maar pas als we elkaar gaan haten, als we merken dat de energie wegloopt, als de vrije markt slachtoffers maakt of we wel voelen dat er iets niet klopt aan het verschil tussen salarissen in hoge torens en die aan de onderkant van de markt, dan gaan die teksten opeens spreken. En die bevragen dan iedereen, zowel de consument die meent ‘er ook niets aan te kunnen doen’ als de ontvanger van salarissen. Die heeft iets te zeggen tegen de vreemdelingenhater en de open-grenzen-fanaticus.

Pas waar het extreem wordt, waar mensen fouten maken, kan er iets gezegd worden over hoe het niet moet, veel meer is er blijkbaar niet te zeggen want al die teksten over hoe het niet moet zijn door de generaties gelovigen bewaard als hun grootste schat.

Het is een vreemde godsdienst dat joods-christendom. Als je er zelf eentje zou bedenken, zou het wat logischer doen. Het heeft meer weg van een tastende zoektocht, waarbij de momenten dat iemand met zijn hoofd tegen de muur loopt dan maar genoteerd worden, want die waren het helderst.

Alle reden om alle momenten te vieren dat het misloopt. Dan kunnen we namelijk weer een nieuw fragment toevoegen aan de geschiedenis en de opbouw van het geloof. Algemene statements over liefhebben, het goede doen, etc, dat kennen we wel, dat is niet zo moeilijk. Pas als iemand woedend de kerkdeur dichtflikkert omdat hij er niets meer mee te maken wil hebben, dan begint het verhaal. Wat doe je, hoe luister je, wat leer je.

Het oude adagium: het gaat er niet om of je fouten maakt maar of je ervan leert, is zo waar dat van het joods-christendom vooral de fouten en de belering zijn bewaard. Veel meer kunnen we niet weten. Het leven als doolhof met markeringen waar iemand een bloedneus heeft opgelopen, omdat we weten dat daar in elk geval een muur staat. En dat het dan niet de bedoeling is om daar weg te blijven, maar degenen met bloedneus te verzorgen. En samen verder te tasten. En de bloedneus te bedanken, want hij heeft ons inzicht gebracht. Een lastige godsdienst voor trotsen en strebers, of misschien juist wel een godsdienst voor hen – als je dat ergens kunt afleren dan is het hier wel. Een nieuwe dag, nieuwe kansen om onderuit te gaan en al liggend te ontdekken dat de wereld anders is dan we dachten. Om dat dan te vieren. Vrede en alle goeds.

Maleachi 1:1, 6-14

Jakobus 3:144:12

Lucas 17:11-19