Hoe word ik gelukkig? (meeting #8)

Hoe word ik gelukkig? (meeting #8)

Bij de achtste meeting van Mensen van de weg een classic: hoe word ik gelukkig? En wat is geluk eigenlijk? Hier de handleiding die we tijdens de testavond hebben gebruikt… 

Berichten de week ervoor

Als de volgende meeting binnen een week is, gaan de berichtjes elkaar overlappen: laat dan de zeven berichtjes die hieronder staan vervallen, of anders de zeven berichtjes die volgden op de vorige meeting.

  1. De volgende meeting is komende week bij ??? te ??? om ???.
  1. Denkvraag: wat is het beste advies dat je ooit gehoord hebt om gelukkig te worden? En wat het slechtste?
  1. Een traditionele Afrikaanse vrouw geeft antwoord op de vraag van onze meeting: www.youtube.com/watch
  1. We gaan het bij de komende meeting hebben over hoe je gelukkig wordt. Daar past wel wat lachen bij: www.youtube.com/watch
  1. Of nou, vooruit, een erg grappige sketch, die ook nog met het thema van overmorgen te maken heeft: www.youtube.com/watch
  1. ‘Het grootste geluk is beseffen dat je geliefd bent.’

(Victor Hugo)

img.picturequotes.com/2/2/1881/lifes-greatest-happiness-is-to-be-convinced-we-are-loved-quote-1.jpg

  1. Straks zien we elkaar dus bij ??? te ??? om ???. Vergeet niet je afbeelding met de weg mee te nemen.

 

Samenvatting van de meeting

  1. De levensvraag: hoe word ik gelukkig?
  2. Jezus’ weg bij deze levensvraag

Het verhaal: Jezus worstelt in Getsemane.

De quote: de Gelukkigsprekingen.

  1. Jouw reactie op Jezus’ weg
  2. Symbool: tien dankpunten noteren.

Extra voorbereiden en meenemen

Print het deelnemersvel (zie paragraaf hieronder) voor elke deelnemer uit.

Voor iedere deelnemer een mooi stuk papier en een pen of potlood.

Uitdelen bij de meeting

Hoe word ik gelukkig?

“[Nadat ze hun laatste maaltijd samen hadden gegeten] ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar

bidden.’ Hij nam Petrus, [Jakobus en Johannes] met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden, zei hij tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken.’

Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’

Hij liep terug naar de leerlingen en zag dat ze lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Konden jullie niet eens één uur met mij waken? Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’

Voor de tweede maal liep hij van hen weg en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het

wilt.’

Toen hij terugkwam, zag hij dat ze weer sliepen, want ze waren door vermoeidheid overmand. Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor. Daarna voegde hij zich weer bij de leerlingen en zei: ‘(…) Sta op, laten we gaan; kijk, hij die mij uitlevert, is al vlakbij.’

Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’ Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, rabbi!’ en kuste hem.

Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem gevangen.

Nu greep een van Jezus’ metgezellen naar zijn zwaard. Hij trok het, haalde uit en sloeg de dienaar van de hogepriester een oor af. Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen.’”

*

“Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van [God].

Gelukkig de treurenden,

want zij zullen getroost worden.

Gelukkig de zachtmoedigen,

want zij zullen het land bezitten.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,

want zij zullen verzadigd worden.

Gelukkig de barmhartigen,

want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.

Gelukkig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,

want voor hen is het koninkrijk van [God].”

1. De vraag: hoe word ik gelukkig?

In de boekhandel is er altijd wel een plank of zelfs een kast aan gewijd. Boeken waarmee je gelukkiger kunt worden. Op internet gaan alleen al in het Nederlands duizenden sites erover. Soms heel direct met titels als: Beter leven, of Relaxer in 10 dagen of iets dergelijks.

Meestal is de vraag wat verstopt. Dan lijkt het te gaan over lekker eten, mooie kleding, beter sporten en dergelijke, en daar gaat het natuurlijk ook over. Maar daaronder voel je die andere vraag: hoe word ik gelukkig? Dat lekkere eten, die mooie kleding, dat betere sporten, dat doen we allemaal niet zomaar, maar zodat lekkerder in ons vel zitten.

Elke grote denker in de geschiedenis heeft wel een visie op hoe je gelukkig wordt. Hun antwoord is nooit alleen maar: luister goed naar je lijf, naar wat je lekker en prettig vindt, en klaar, je bent gelukkig.

Al die denkers benadrukken dat geluk meer is dan alleen ‘lekker’. Of, zoals Jezus zei bij de verzoeking in de woestijn: ‘Een mens leeft van meer dan brood alleen.’ Misschien herinner je je dat nog van de derde meeting. Al die denkers stellen dat je soms je verlangens moet uitstellen, temperen, omvormen. Soms is gelukkig worden lastig of misschien zelfs pijnlijk… Er is in elk geval geen binnenbocht.

Ik wil je vragen om een paar minuten in stilte na te denken over de volgende vraag. Daar gaan we straks ook over doorpraten.

Op welke momenten ben jij echt gelukkig?  

Laten we een rondje doen over de vraag waarover je hebt nagedacht.

Je kunt doorvragen met vragen als:

Hoe vaak komt dit voor? Heb je hier invloed op? Duurt het lang?

Ben je hierin in de loop der jaren veranderd? Hoe zag je geluk bijvoorbeeld tien jaar terug?

Ben je hierin anders dan je naaste omgeving? In welk opzicht?

2. Jezus’ weg bij deze levensvraag

Je zult tijdens Mensen van de weg al wel hebben gemerkt, dat Jezus niet het soort denker is dat met lange en ingewikkelde theorieën aan komt zetten. Hij is veel meer iemand van de verhalen, de beelden, de oneliners, die het goed doen op straat onder de gewone bevolking, en vooral: hij is een man van de praktijk. Hij lijkt wat hij doet, veel belangrijker te vinden dan wat hij zegt.

Als het gaat over grote vragen als hoe je gelukkig wordt, zul je dus bij Jezus ook geen uitvoerige verhandelingen daarover vinden, maar wel concrete gebeurtenissen die iets zeggen over hoe hij er zelf mee omging.

We behandelen in Mensen van de weg de tien bekendste verhalen van Jezus in hun volgorde in de tijd. Vorige keer ging het over de voetwassing. De dag erna wordt hij berecht en geëxecuteerd. Deze keer gaat het over de nacht ertussen: zijn arrestatie.

Dat lijkt een wat wonderlijk verhaal om te lezen als je wil onderzoeken hoe iemand gelukkig denkt te worden. Maar Jezus staat onder gigantische druk dan, hij voelt aan dat hij wordt opgepakt en dat hij de doodstraf krijgt. Juist onder zo’n hoge stress wordt duidelijk wat je werkelijk belangrijk vindt.

Vlak ervoor heeft Jezus met zijn twaalf eerste studenten gegeten. Het is de traditionele Pesach-maaltijd die gezinnen op deze dag gewoonlijk eten. Pesach is het belangrijkste Joodse feest. Dan gedenken ze dat ze ooit, veertienhonderd jaar eerder, uit Egypte zijn ontsnapt. Sindsdien waren ze geen slaven meer, maar vrije mensen.

Halverwege deze maaltijd is Judas weggeglipt om aan de tempelpolitie te melden waar Jezus naartoe zal gaan. Inmiddels is dat hem duidelijk. Ze zijn er vaker: een kleine olijven-boomgaard net buiten Jeruzalem, Getsemane. Het is in deze tijd van het jaar warm genoeg om er buiten te slapen. Blijkbaar was het zo druk in de stad zelf dat ze er geen logeeradres konden vinden en waren de dorpjes in de buurt te ver lopen zo in de nacht.

Het kan goed werken om met twee voorlezers te werken: een doet de verteller (en Judas), de ander Jezus.

“[Nadat ze hun laatste maaltijd samen hadden gegeten] ging Jezus met zijn leerlingen naar een plek die Getsemane genoemd werd. Hij zei: ‘Blijven jullie hier zitten, ik ga daar

bidden.’ Hij nam Petrus, [Jakobus en Johannes] met zich mee. Toen hij zich bedroefd en angstig voelde worden, zei hij tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd; blijf hier met mij waken.’

Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’

Hij liep terug naar de leerlingen en zag dat ze lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Konden jullie niet eens één uur met mij waken? Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’

Voor de tweede maal liep hij van hen weg en bad: ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker aan mij voorbijgaat zonder dat ik eruit drink, laat het dan gebeuren zoals u het

wilt.’

Toen hij terugkwam, zag hij dat ze weer sliepen, want ze waren door vermoeidheid overmand. Hij liet hen achter, liep opnieuw wat verder en bad voor de derde maal, met dezelfde woorden als daarvoor. Daarna voegde hij zich weer bij de leerlingen en zei: ‘(…) Sta op, laten we gaan; kijk, hij die mij uitlevert, is al vlakbij.’

Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. Met hen had zijn verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is het, die moet je gevangennemen.’ Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet, rabbi!’ en kuste hem.

Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem gevangen.

Nu greep een van Jezus’ metgezellen naar zijn zwaard. Hij trok het, haalde uit en sloeg de dienaar van de hogepriester een oor af. Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen.’”

We nemen ongeveer een half uur om dit verhaal te plaatsen en zo uiteindelijk te laten landen wat Jezus’ weg was: hoe hij omging met de vraag hoe je gelukkig wordt.

Zoals al gezegd, dit verhaal ligt niet voor de hand om dan te lezen. Jezus is hier allerminst gelukkig. Maar juist daarom kan dit verhaal toch heel veel vertellen. Dat is de vraag voor nu:

Wat vindt Jezus het belangrijkste om te doen nu hij zo ongelooflijk in de put zit?

Je kunt het gesprek helpen met vragen als:

Wat had je verwacht dat Jezus had gedaan? Wat had voor de hand gelegen?

Kun je in één woord typeren hoe Jezus zich opstelt?

Je kunt het gesprek eventueel verdiepen door erop te wijzen dat Jezus eerder hevig geworsteld heeft: tijdens zijn veertig dagen in de woestijn, een verhaal dat we bij de derde meeting onderzochten. Je kunt met de groep zoeken naar parallellen.

Jezus spreekt zelf over zijn weg

We hebben zojuist gelezen hoe Jezus zich opstelt. Zijn houding legt hij ook vaak uit.

We gaan zo een passage lezen uit de Bergrede, waarschijnlijk de beroemdste toespraak uit de geschiedenis. Deze heet zo omdat Jezus voor de akoestiek op een helling stond. Er waren in die tijd geen microfoons natuurlijk en hij moest zich soms voor honderden en in een paar gevallen zelfs voor duizenden verstaanbaar maken.

We lezen de beroemde openingszinnen. Het zet allemaal oneliners, in een mooie cadans, die prikkelen en de boel nogal op de kop zetten. Ze werden later de Zaligsprekingen genoemd, omdat het eerste woord steeds ‘Zalig’ was in de oude vertalingen. Maar omdat weinig mensen dat woord nog gebruiken, beginnen de zinnen tegenwoordig met ‘Gelukkig’: je kunt het ook wel de ‘Gelukkigsprekingen’ noemen.

Deze keer gaan we, voor de verandering, voordat we de tekst lezen, alvast een korte oefening doen. We gaan een soort moderne Gelukkigsprekingen maken. Jezus noemt acht soorten mensen gelukkig. De vraag is of je de woorden waarmee Jezus begint – ‘Gelukkig wie…’ zelf wil aanvullen volgens hoe de mensen in je omgeving erover denken, plus hun uitleg erbij. Laten we een rondje doen.

Vul aan: ‘Gelukkig wie…’, met iets waarvan mensen met wie je veel omgaat denken dat je moet doen, of hebben, of zijn om gelukkig te zijn. Zeg daarna: ‘Want…’ en vul de reden aan die zij daarvoor geven.

Laten we dan nu de oorspronkelijke Gelukkigsprekingen lezen. Jezus heeft, zoals eerder gezegd, geen uitvoerige theorie over geluk. Deze Gelukkigsprekingen zijn wat hij erover heeft gezegd:

Het kan goed werken om elke zin door een andere deelnemer te laten uitspreken.

“Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van [God].

Gelukkig de treurenden,

want zij zullen getroost worden.

Gelukkig de zachtmoedigen,

want zij zullen het land bezitten.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,

want zij zullen verzadigd worden.

Gelukkig de barmhartigen,

want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.

Gelukkig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,

want voor hen is het koninkrijk van [God].”

Nog een paar details, omdat niet alles meteen duidelijk zal zijn. Dat ‘koninkrijk van de hemel’ (of God), daarmee werd in Jezus’ cultuur niet de hemel bedoeld: het is een rijk op aarde, maar zo mooi dat je het ‘hemels’ kunt noemen, vandaar de naam. Het is een andere term voor: de plek waar iedereen tot zijn recht komt, waar de dingen gaan zoals ze horen te gaan, de hemel op aarde.

‘Vanwege de gerechtigheid vervolgd worden’ is een beetje raar Nederlands. Het betekent zoiets als dat je onderdrukt wordt omdat je rechtvaardig en eerlijk wil zijn. ‘Zachtmoedig’ is mild. ‘Barmhartig’ is warm.

Jezus geeft hier acht verrassende omschrijvingen van geluk. Laten we ruim de tijd nemen om het te laten landen. Laten we zin voor zin langs gaan:

Kun je in eigen woorden uitdrukken wie in deze zin volgens Jezus gelukkig zijn?

Je kunt het gesprek helpen met een vraag als: kun je hier ook een naam bij noemen, van iemand die dit ook echt doet?

Je kunt er ook op wijzen dat deze Gelukkigsprekingen goed bij het eerdere verhaal lijken te passen: Jezus voert daar uit wat hij in de Gelukkigsprekingen zegt.

Deze omschrijvingen voor echt geluk zijn in onze cultuur opvallend, maar waren dat ook al in Jezus’ tijd:

Kun je benoemen in welke opzichten Jezus een heel andere omschrijving geeft van wie gelukkig is dan gebruikelijk is in Nederland?

Laten we dan nu de lijntjes bij elkaar brengen:

Hoe gaat Jezus om met de levensvraag hoe je gelukkig wordt? Wat is zijn weg hierin?

3. Jouw reactie op Jezus’ weg

Laten we weer persoonlijker maken. We hebben Jezus’ weg onderzocht in hoe hij met geluk omgaat. Nu is het tijd om te onderzoeken wat jij daar zelf mee kunt. We begonnen ermee dat je omschreef wat je als geluk zag en hoe je dat probeert te bereiken.

In hoeverre vult Jezus’ weg aan hoe jij met geluk omgaat?

Wat hoeft niet zo van jou? Wat zou je hiervan willen uitproberen?

Je kunt het gesprek helpen met vragen als:

Vind je Jezus’ weg realistisch in jouw situatie? Zou het werken?

Waarin volg jij al deze weg? En hoe pakte dat uit?

4. Symbolisch afsluiten

We eindigen elke meeting bij Mensen van de weg met een klein symbool. Deze keer proberen we om op een andere manier te kijken naar wat je bent en doet. De oefening is: tien dankpunten opschrijven. Ik deel pennen en papier uit en de vraag is dus om in stilte een lijstje te maken: je mag het delen, maar het hoeft niet:

Welke tien dingen die vandaag gebeurd zijn, ben je dankbaar voor?

Dit zijn punten die je, als je gelovig bent, ook tegen God kan zeggen. Het kan mooi zijn het lijstje mee naar huis te nemen en ergens op te hangen. Je kunt er een gewoonte van gaan maken: elke dag schrijf je tien punten om waar je die dag dankbaar voor bent. Dit kan je trainen op een heel andere manier naar je leven te kijken.

Ten slotte wil ik je vragen je afbeelding met een weg erop erbij te pakken.

Is er nog iets wat je hierbij wilt noteren of tekenen? Of wil je juist iets schrappen of veranderen?

Berichten de week erna

  1. Ontzettend bedankt dat jullie er waren. Ik heb genoten van jullie bijdrage! Als je iets lastig vond, bericht het me. Als je iets prettig vond, vind ik dat natuurlijk ook fijn om te horen.
  1. Hier zie je een filmversie van het verhaal dat we lazen: www.youtube.com/watch
  1. twitter.com/Fred_Buechner/status/672127637192638464

‘Wat is bidden?

Het is pijlen schieten in het donker.

Het is reiken naar een hand die je niet kan voelen.’

(Frederich Buechner)

  1. ‘Geluk is als wat je denkt, wat je doet, en wat je zegt in harmonie zijn met elkaar.’

(Mahatma Gandhi)

inspirationboost.com/wp-content/uploads/2014/07/Mahatma-Gandhi-Happiness-Quotes.jpg

  1. ‘Iedereen volgt iemand. Iedereen heeft vertrouwen in iets en iemand. We zijn allemaal gelovigen.’

(Rob Bell)

  1. Cabaretier Herman Finkers over God: www.youtube.com/watch
  1. Denkvraag: wat kun jij in het komende kwartier doen om iemand die je kent iets gelukkiger te maken?