Je bent wat je doet

Je bent wat je doet

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Je bent wat je doet – PopUpGedachte maandag 14 november,

we zijn weer begonnen. De nacht is stil, een enkele overbuur heeft het licht al aan: vroege vogels die slaapdronken een ontbijtje klaar maken om aan een nieuwe dag te beginnen. En ik staar naar de nacht die nu binnenkort plaats moet maken voor de dag. Dat geloof ik. Ik geloof dat de dag binnenkort begint en heb me dus alvast aangekleed, mijn lenzen ingedaan, doe mijn moment van stilte, gebed, lezen, schrijven alsof de dag al begonnen is terwijl dat aan de lucht nog niet te zien is. Want daar is het gewoon stikdonker.

Dat is geloven. Weten dat het eraan komt zonder dat je het ziet. En er alvast naar handelen. Wie zegt dat hij gelooft dat de dag eraan komt, de kinderen inderdaad naar school moeten en het ontbijt nu inderdaad gemaakt moet worden, maar zich weer omdraait en in slaap valt, is vrij irritant voor de partner die dat nu allemaal alleen moet doen en irritant voor het kind dat te laat op school komt. Een zinloos geloof. Er moet iets gebeuren. Alvast.

Jakobus zegt dat vanochtend: broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar. Zou dat geloof hem soms kunnen redden? Als een broeder of zusters nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekortkomt, en een van u zegt dan: Het ga je goed, kleed je warm en eet smakelijk! Zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin? Zo is het ook met het geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het dood.

Het gaat er niet om dat we de wereld veranderen, of het licht maken, dat gebeurt wel. De enige vraag is of we werkelijk geloven dat het licht gaat worden. En geloven dat het licht gaat worden in de wereld is een stuk moeilijk geworden met de verkeerde mensen op de verkeerde plek. De heer Trump is ze aan het installeren – as we speak. Tegelijk merk ik een activiteit, een verzet, een geloof onder main-stream-burgers dat er iets anders nodig is dan dit, dat we dit niet kunnen laten gebeuren. Een latent geloof in een ander soort wereld dan waar deze populist voor staat, krijgt opeens handen en voeten.

Jezus vertelt een verhaal over een rijke Joodse man die in de hel terechtkomt en dan verderop de bedelaar die altijd aan zijn poort zat bij Abraham in de hemel ziet zitten. Hij vraagt aan Abraham of die bedelaar even kan komen met een druppeltje water, want het is smerig heet in de hel. Hij wil zo graag bescheiden zijn, deze man. Een drupje maar. Hij hoeft niet weg, hij hoeft geen liters, een drupje. Maar begrijpen dat er iets fundamenteel mis is met de mindset, met zijn opvatting over zichzelf en de arme, dat lukt hem nog niet echt. Als Abraham zegt dat het niet kan en hoeft, want de rollen zijn omgedraaid en de kloof tussen hemel en hel is te groot – zo vertelt Jezus zijn beeldverhaal verder – wil de rijke man nog een ideetje delen: stuur Lazarus naar de aarde, en overtuig mijn broers dat ze anders moeten gaan leven.

Grootmoedig klinkt dat in zijn eigen oren waarschijnlijk, maar nog steeds moet de arme rennen voor de rijke. En Abraham zegt de harde woorden: ze hebben mozes en de profeten, wat we het Oude Testament noemen, als ze daar niet naar luisteren zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.

Harde woorden voor iemand die zelf later zal opstaan.

Er is een mentale verandering nodig die blijkt uit de omgang met de mensen om je heen. Geloof is niet een hoop voor later, maar de wetenschap dat het dag wordt en er alvast aan beginnen. Weten dat er een moment aanbreekt waarin de arme aan de poort naast je komt staan en je vraagt hoe jij je tijd op aarde hebt gehad en even terugvraagt naar je keuzes toen. In dit geval was het een arme aan de poort, nu zijn het armen in landen waar we onze fabricage naar outsourcen – zij hopen te krijgen wat bij ons van de tafel valt en dat is maar weinig. Soms net genoeg om van te leven. Geloven in een god van de mensheid en niet hier kwaad, verdrietig of angstig van worden over ons lot, is een dood geloof. Zinloos.

Het doet me altijd denken aan Stanley Hauerwas, de grove theoloog uit de United States, die een essay schreef met de titel: how to take the bible out of the hands of northern american christians. Wie het niet leeft, mag het verhaal ook niet hebben,zegt hij want dan vind je in de teksten van de bijbel alleen maar bevestiging van je manier van leven en blijft het geloof dood. Het moet geleefd worden, een geloof dat het licht wordt en een handelen ernaar, dan gaan de teksten zin krijgen. Voor mij ging die bijbel weer leven tussen activisten met een dodelijke hekel aan gelovigen en kerk. Zij haatten het omdat ze er zoveel doodsheid meenden te zien. Een karikatuur misschien, maar zij geloofden ergens in. Dat bleek wel. Door hun acties gingen bij mij de ogen open voor de relevantie van de teksten van het christendom. Wat niet helemaal hun bedoeling was – maar wel leuk voor mij.

Het is geen doen om goed genoeg te zijn voor een oordelende God, het is beseffen dat al onze keuzes getuigen van een visie op mens, wereld en onszelf. En dat het egocentrisme van de rijke man niet bestreden wordt met gebeden, meer synagogebezoek en de opstanding van jezus maar met een deken, een kop hete koffie en een warm bed. Al was het maar voor 1 nacht. Er zullen rollen worden omgedraaid, wie dat gelooft kan er maar beter aan beginnen.

Habakuk 2:1-4, 9-20

Jakobus 2:14-26

Lucas 16:19-31