Het klinkt vrij eenvoudig

Het klinkt vrij eenvoudig

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Het klinkt vrij eenvoudig – PopUpGedachte maandag 28 november

Een nieuwe week is begonnen. De nacht is zwart, de sterren flonkeren en het is koud buiten, goed koud, winterkoud. Aan tafel lees ik de drie fragmenten van de dag, mijn poging om niet eerst het werk te zien wat er die dag moet gebeuren, of vanaf mijn bed, via aanrecht, koelkast, ontbijttafel en krant achter mijn bureau te rollen en pas halverwege de dag (of helemaal niet) me af te vragen waarom, wat en hoe vandaag. Daarom de teksten en ik lees ze tot er een gedachte oppopt die voor vandaag is om mee te nemen.

Vanochtend blijft dit fragment van de grote profeet Jesaja steken in mijn hoofd, het opent met de cynische vraag van de god aan zijn mensen: ‘wie heeft u gevraagd mijn voorhoven plat te lopen’, de voorhoven van de goddelijke tempel. Een onheilspellende vraag, je weet dat er iets helemaal niet klopt. Want je liep daar met je offergave menend iets goeds te doen, zo deden we dat. Naar de kerk, of die bijbel lezen, popupgedachtes formuleren of bidden: ‘wie heeft u gevraagd mijn voorhoven plat te lopen, en uw feesten? – je weet wel, die vereringen van het hogere, van het kerstkind of van de paasochtend – uw feesten, ik haat ze hartgrondig.’ Niet best. Wat is het probleem?

‘Wanneer u uw handen uitstrekt, sluit ik mijn ogen voor u, uw handen zitten vol bloed. Was u, reinig u, uit mijn ogen met uw misdaden, leer het goede te doen’.

Oeps. Het is de kritiek van zoveel ex- en onkerkelijken: de hypocrisie van de gelovige, de zelffelicitatie van mensen die niet het goede doen, maar wel gebeden prevelen. Het is exact de kritiek van de maker zelf, die dat soort gebeden en vieringen nauwelijks kan verdragen en op zijn troon met zijn vingers in de oren naar beneden roept: hou op, hou toch op.

Maar hoezo, bloed aan de handen he? Waar hebben we het dan over? Waar doen ze niet het goede?

Het is zo’n filosofische vraag wat het goede is. Daar kun je toch niet zo concreet over zijn als god? Het gaat toch over intenties, en het hart en wat je kunt weten.

Tijdens een lezing voor de kunstacademie legde een student uit het publiek me het nog eens haarfijn uit: ieder heeft een eigen voorstelling van de wereld en binnen zijn kaders is wat hij doet goed. Je kunt niet zeggen dat iets goed is of niet. Dat bestaat niet.

Een idee dat geboren is uit een terechte kritiek op alteveel machtsaanspraken van leiders die meenden te weten wat het goede is en hun volgelingen de volgende oorlog inleidden. Of er zelf niet naar leefden, wat dan ook.

Dat hele relativisme is belangrijk, het maakt dat je niet van de ene goeroe naar de andere rent. Toch is er nog iets anders, die Jesaja is namelijk heel concreet: ‘Leer het goede te doen’ zegt hij ‘ help verdrukten, verschaf recht aan wezen, verdedig weduwen’. Dat is het. En dat staat er niet één keer, dat is het refrein van het Oude Testament. Dus voor mij: als iemand weer zegt dat het zo ingewikkeld is en er rekening gehouden moet worden met het belang van zovelen, is er in mijn achterhoofd nu maar een stemmetje: ja dat zal wel, maar wordt er voor wezen en weduwen gezorgd. Obamacare afschaffen? Fine, als je het niet vind werken, maar wordt er voor vreemdelingen wezen en weduwen gezorgd. En Trump kan toch meevallen? Alleen als hij echt voor vreemdelingen wezen en weduwen zorgt. En bij wie koop ik mijn spullen? Bij een bedrijf dat goed voor vreemdelingen, wezen en weduwen zorgt – ook die in de geoutsourcte landen.

Maar dat gaat helemaal niet. Er wordt niet goed voor hen gezorgd. De producten die ik koop, de voetafdruk die ik op deze wereld zet, is echt en werkelijk een probleem voor vreemdelingen wezen en weduwen – de economisch rechtelozen, de mensen in de knel – in zoveel landen in de wereld.

Ik wil er ook vaak geen rekening mee houden, want dan heb ik geen leven. Het is gewoon te veel en ik heb ook nog mijn eigen sores. Een bevriend stel wat is uit elkaar is, en met een knal. Een vriendin met een conflict waar ze niet uit komt, terwijl ze zo het goede wil. En dan ook nog dit? Hoe dan? Wat wil die Maker dan?

Niet veel meer dan dit: dat we onze vermoeide en bebloede handen – klinkt een beetje goor, maar je snapt het idee – vermoeide en bebloede of schuldige handen opheffen en tonen en zeggen: ‘dit willen we niet.’ Dat is het enige.

Geen goeroe – stappen met vijftien fases om er vanaf te komen, geen opleiding tot goed mens of een donderpreek dat je nu eindelijk eens werk moet gaan maken van dit of dat. Maar die voorhoven waar het over gaat in Jesaja, die feesten, en het opheffen van de handen gebruiken om weer te beseffen hoe diep het zit in de mensheid: dat misbruik maken van anderen in zwakke posities. Het vergoeilijken en zeggen dat je zelf ook een hoop aan je hoofd hebt. En niet dat het niet waar is, het is alleen geen excuus. Dus heffen we de handen en erkennen het falen. Met pijn in het hart.

Dat is het begin van alle verandering: dat het er mag zijn, niet meer ontkennen, niet allereerst je best doen om niet zo’n faalhaas te zijn, maar de erkenning. Een verklote vriendschap begint niet met je best doen om een leukere vriend te zijn, maar een simpel: i fucked up. That’s it. Dat is de weg voor ons, individueel soms, maar ook gewoon namens de mensheid waar we deel van uitmaken. We fucked up. Een mooi thema voor feesten, voorhoven en religie. Met een heel simpel goeddoen focus in het hoofd: verdrukten, wezen (mensen zonder bescherming), weduwen (mensen zonder eigen inkomen). De rest is bonus.

Jesaja 1:10-20

1 Tessalonicenzen 1:1-10

Lucas 20:1-8