Een kwetsbare vraag tijdens de 6e Mensen van de weg: mag ik er zijn?

Een kwetsbare vraag tijdens de 6e Mensen van de weg: mag ik er zijn?

Mag ik er zijn? Deze vraag stond centraal tijdens de 6e testavond van Mensen van de weg, onze zoektocht naar de levensweg van Jezus. Dit is de handleiding waarmee we aan de slag gingen. 

Berichten de week ervoor

Als de volgende meeting binnen een week is, gaan de berichtjes elkaar overlappen: laat dan de zeven berichtjes die hieronder staan vervallen, of anders de zeven berichtjes die volgden op de vorige meeting.

  1. De volgende meeting is komende week bij ??? te ??? om ???.
  1. ‘Laat me vallen als ik moet vallen. Wie ik zal worden, zal me vangen.’ (rabbi Baäl Shem Tov)
  1. Herman Finkers met een grappig liedje dat raakt aan ons thema:

www.youtube.com/watch

  1. ‘[Jezus] leefde als een grotere kunstenaar dan alle andere kunstenaars, want hij gaf niet om marmer, klei of verf – hij vormde mensen.’ (Vincent van Gogh)
  1. Grappig experiment waaruit blijkt hoe gevoelig we zijn voor het oordeel van onze omgeving: www.youtube.com/watch
  1. ‘Jezus vond God in de chaos en het beperkte. En hij zei ons hetzelfde te doen, omdat we anders nooit tevreden zullen zijn.’ (Richard Rohr)

media-cache-ec0.pinimg.com/736x/d4/45/4e/d4454e5e1311ed007c6ac0745b51833e.jpg

  1. Straks zien we elkaar dus bij ??? te ??? om ???. Vergeet niet je afbeelding met de weg mee te nemen.

 

Samenvatting van de meeting

  1. De levensvraag: mag ik er zijn?
  2. Jezus’ weg bij deze levensvraag

Het verhaal: Jezus nodigt zichzelf uit bij Zacheüs.

De quote: de Verloren Zoon.

  1. Jouw reactie op Jezus’ weg
  2. Symbool: iedereen krijgt van iedereen anonieme complimenten in een zakje.

Extra voorbereiden en meenemen

Neem mooie velletjes papier mee, het aantal deelnemers in het kwadraat (dus bijvoorbeeld bij 6 deelnemers 36 velletjes) en voor iedere deelnemer een zakje met diens naam erop. Waarvoor dit nodig is, lees je aan het einde van deze handleiding, bij de symbolische handeling.

Print het deelnemersvel (zie paragraaf hieronder) voor elke deelnemer uit.

Uitdelen bij de meeting

Mag ik er zijn?

Jezus ging Jericho in en trok door de stad. Er was daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar. Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet vanwege de menigte, want hij was klein van stuk. Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien wanneer hij voorbijkwam.

Toen Jezus daar langskwam, keek hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven.’

Zacheüs kwam meteen naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis. Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: ‘Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht.’

Maar Zacheüs was gaan staan en zei tegen de Heer: ‘Kijk, Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig.’

Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’”

*

“Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.

Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem.

Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.

Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.”

Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.

De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans.Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.”

Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”

Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van

jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”

1. De vraag: mag ik er zijn?

Sommige vragen zijn interessant of zelfs wel cool om te bespreken. Andere vragen zijn heel kwetsbaar en stel je liever niet hardop. De levensvraag van deze meeting is er zo eentje.

Mag ik er zijn? Dat kan wat kinderachtig en onzeker klinken. En daarom stellen we deze vraag zelden in het bijzijn van anderen. Maar in ons hoofd speelt het wel degelijk. Accepteren de mensen in je omgeving je wel zoals je bent? Waarderen ze je echt je kwaliteiten? Zien ze je staan?

Mensen zien altijd maar een deel van je.Hebben vooroordelen. Kijken neer op wat jij graag doet. Keuren af wat jij juist belangrijk vindt.

En dan is er nog je eigen houding: accepteer je jezelf eigenlijk wel? We hebben ook onze eigen oordelen over onszelf, en die kunnen behoorlijk streng zijn. Soms zijn we veel harder voor onszelf dan voor anderen.

Iedereen verlangt naar acceptatie, zoveel is wel duidelijk. Waarom lukt dat zo vaak niet? En hoe kan dat anders? Zijn er manieren waarop we elkaar meer accepteren en elkaar kwaliteiten zien en ook die van onszelf? Daarover gaat het deze meeting.

Ik wil je vragen om een paar minuten in stilte na te denken over deze vraag:

Waar (bij wie) voel je je het meest geaccepteerd? En waar het minst?  

Straks gaan we hierover doorpraten, maar als je dat prettiger vindt, hoef je dan natuurlijk geen namen te noemen en kun je het vaag houden. De bedoeling is nu dat je het voor jezelf scherp hebt en deze personen of plekken in gedachten houdt tijdens het vervolg van deze meeting.

Laten we een rondje doen over de vraag waarover je hebt nagedacht. Zoals al gezegd is het prima als je liever geen namen noemt en het vaag houdt.

Let erop dat de vraag heel breed is: het kan over een mens gaan, een groep, een plek, een tijdstip, enzovoorts.

Je kunt doorvragen met vragen als:

Welke vraag vind je makkelijker: over waar je het meest of het minst thuis voelt?

Waarom voel je je daar zo sterk of juist zo weinig geaccepteerd? Wat is de reden dat dit voor jou in die situatie zo werkt?

Was er ooit een periode dat het anders werkte, beter, slechter?

Heb je er ooit wat aan proberen te doen en zo ja, wat dan?

Ken je het gevoel ergens van? Aan wat dat je eerder hebt meegemaakt, doet het je denken?

2. Jezus’ weg bij deze levensvraag

De vorige keer ging het over hoe Jezus omging met een Samaritaan. Deze keer heel iemand anders: een tollenaar.

Tollenaars waren tolheffers, anders gezegd: de belastingambtenaren van toen. Nu is de belastingdienst in onze tijd ook niet populair, maar in die tijd hielden de Romeinen het land Israël bezet en waren deze tollenaars bij hen in dienst. Veel belastingen gingen naar de bezetter, naar hun legers en de keizer in Rome. Ze werden gezien als verraders. Door hun machtspositie en de onnauwkeurige administratie waren ze vaak corrupt en hielden ze veel achter voor zichzelf. Diverse opstanden in Jezus’ tijd hadden dan ook als aanleiding juist deze belastingen.

Houd dat in je achterhoofd als we het volgende verhaal lezen. Besef daarbij dat Jericho een beladen plek is. Het is waarschijnlijk de oudste stad ter wereld. Het komt eerder in de Bijbel voor. Ongeveer anderhalf duizend jaar eerder trok Jozua het land Israël binnen om het te veroveren. Jericho was de eerste plaats die hij innam en hij vernietigde het compleet – slechts een enkele prostituee spaarde hij, omdat ze zijn spionnen had geholpen.

Jezus is vernoemd naar deze Jozua. Hij is – zo merkten we in de allereerste meeting van Mensen van de weg – heel symbolisch door dezelfde rivier het land binnengetrokken. Ze hebben in hun taal dezelfde naam, en ook Jezus lijkt van plan het land te veroveren, maar hij pakt het wel heel anders aan…

Het kan goed werken om met drie voorlezers te werken: een doet de verteller, de ander Jezus, de derde Zacheüs. De rollen worden zo duidelijker.

“Jezus ging Jericho in en trok door de stad. Er was daar een man die Zacheüs heette, een rijke hoofdtollenaar. Hij wilde Jezus zien, om te weten te komen wat voor iemand het was, maar dat lukte hem niet vanwege de menigte, want hij was klein van stuk. Daarom liep hij snel vooruit en klom in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien wanneer hij voorbijkwam.

Toen Jezus daar langskwam, keek hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven.’

Zacheüs kwam meteen naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis. Allen die dit zagen, zeiden morrend tegen elkaar: ‘Hij is het huis van een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden voor de nacht.’

Maar Zacheüs was gaan staan en zei tegen de Heer: ‘Kijk, Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig.’

Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’”

Om het verhaal iets beter te kunnen plaatsen, nog wat uitleg over een paar details. Die term ‘zoon van Abraham’, dat is een groot compliment voor een Jood. Abraham is de stichter van het Joodse volk. Als je iemand zo noemt, zeg je dat hij daarbij hoort.

De term ‘de Mensenzoon’ verwijst naar een oude profetie. Daarin wordt aangekondigd dat er een bevrijder zou komen, een Messias, die het land zou redden. Jezus praat meestal over zichzelf als ‘ik’, maar soms ook wat afstandelijk als ‘de Mensenzoon’. Daarbij verwijst hij naar deze oude profetie.

We nemen ongeveer een half uur om dit verhaal te plaatsen en zo uiteindelijk te laten landen wat Jezus’ weg was. Hoe ging hij om met de levensvraag of je er mag zijn?

Laten we eerst proberen Zacheüs te begrijpen. Het gaat over de periode voordat hij Jezus ontmoet.

Wat kun je zeggen over hoe Zacheüs in elkaar zit voordat hij Jezus ontmoet?

Laten we nu proberen Jezus te begrijpen:

Hoe stelt Jezus zich op?

Welk effect heeft dat op Zacheüs? Kun je dat begrijpen?

Nuttige vragen om het gesprek om gang te helpen zijn:

Welke aanwijzigingen biedt het verhaal zelf om iets te zeggen over de motieven van Zacheüs en Jezus?

Hoe zou je in één woord de houding van Zacheüs typeren? En die van Jezus?

Hoe had je verwacht dat Zacheüs zou reageren? Wat vind je er verrassend aan?

Idem voor Jezus: hoe had je verwacht dat hij zich zou opstellen?

Enkele opmerkelijke kanten aan het verhaal, waar je op kunt wijzen:

1) In een boom klimmen om een belangrijk persoon te kunnen zien is helemaal niet zo vreemd en gebeurt in veel landen nog vaak (en trouwens ook in Nederland nog wel op Prinsjesdag o.i.d.).

2) Er wordt wel nadrukkelijk gezegd dat Zacheüs ook voor die tijd opvallend klein van stuk was: hij zal kleiner dan 1,5 meter zijn geweest.

3) Een hoofdtollenaar was wel het ergste-van-het-ergste: hij moet carrière hebben gemaakt in dit beroep en al lange tijd bezig zijn en bij iedereen bekend.

4) Zacheüs’ bekering lijkt vrij uiterlijk: hij lijkt ‘voor de bühne’ geld te betalen en bekend geen schuld maar zegt alleen ‘áls ik iets misdaan heb…’

Jezus spreekt zelf over zijn weg

We hebben zojuist gelezen hoe Jezus zich opstelt. Zijn houding legt hij ook vaak uit. Dat ontdekken we in een gelijkenis die we straks gaan lezen: het is het langste verhaal dat hij verteld in de Bijbel. Andere gelijkenissen zal hij vast ook veel tijd hebben gegeven en in geuren en kleuren hebben verteld, maar die zijn veel korter in de Bijbel gekomen.

Jezus begint de meeste gelijkenissen met een vaste formule: ‘Het koninkrijk van God is als…’ en dan volgt het verhaal.

Die term ‘koninkrijk van God’ was ontzettend belangrijk voor Jezus’ tijdgenoten. Het staat voor de situatie waar Gods wil gebeurt. Waar hij, anders gezegd, ‘regeert’. En omdat Joden God het mooiste vinden dat er is, staat het dus voor alle mooie situaties. Jezus legt in zijn gelijkenissen dus uit hoe het leven mooi wordt en wat er gebeurt als mensen afstemmen op God.

We lezen straks het verhaal van de Verloren Zoon. Het wordt vaak een pareltje van vertelkunst genoemd, omdat er zo ontzettend veel in gebeurd. Er is een zoon die ‘verloren’ is – Jezus gebruikte datzelfde woord bij Zacheüs. Maar er is ook een andere zoon, en die blijft dat wel keurig thuis, maar misschien is hij wel meer ‘verloren’.

Maar genoeg ter inleiding, laten we het gewoon gaan lezen!

Het kan goed werken om vijf rollen te verdelen bij het voorlezen: 1) de verteller, 2) de jongste zoon, 3) de oudste zoon, 4) de vader, 5) de bediende.

“Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.

Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem.

Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.

Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.”

Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.

De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.”

Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”

Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van

jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’

Een paar details zijn nog wel even nuttig om te weten. Wat die jongste zoon dus doet is zijn deel van de erfenis in het voren vragen. Dat was volgens de wetten van die tijd eenderde van het bezit van zijn vader: zijn oudste broer kreeg tweederde. Praktisch vraagt die jongste zoon dus aan zijn vader om eenderde van zijn land, want hij al binnen enkele dagen verkoopt en dus waarschijnlijk voor een dumpprijs, en met het geld gaat het ver weg lekker feesten… Dat moet er behoorlijk hebben ingehakt bij die vader.

Die varkens zijn een sprekend detail: dat zijn onreine dieren voor Joden, die je niet mag eten of zelfs aanraken. Deze Joodse jongen leeft dus een tijd onder niet-Joden en gaat ‘als een beest’ tekeer.

Verder zullen de omstanders waarschijnlijk hebben gelachen om die vader die op zijn zoon afrent. Dat ziet er sowieso koddig uit: hij moet zijn kleed opheffen en dan zo’n oude heer van stand… Maar vooral dééd je zoiets niet: je zoon was een schande voor je en die moest eerst maar naar jou toekomen.

Ik ben benieuwd of dit verhaal dat Jezus vertelt, meteen helder is of dat je onderdelen niet goed begrijpt.

Vindt iemand iets onduidelijk aan deze tekst? Heeft iemand een gedachte die daarbij kan helpen?

Hoe de jongste zoon in elkaar steekt, is misschien nog wel eenvoudig na te voelen. Hij wil lekker feesten, let niet op de lange termijn, komt in de problemen en denkt: oeps, ik moet toch maar terug naar huis. Die oudste zoon is eigenlijk verrassender, en veel uitleggers denken dat het verhaal ook eigenlijk over zijn reactie gaat.

Als je je inleeft in de oudste zoon, wat begrijp je dan van zijn houding? Waarom doet hij zo?

Ik legde hiervoor uit dat Jezus zijn gelijkenissen vaak begint met een vaste formule: ‘Het koninkrijk van God is als…’ Dat betekent zoiets als: waar God regeert, waar zijn wil gebeurt, waar het leven mooi is… daar werkt het zo. En dan volgt het verhaal. Dit verhaal van de Verloren Zoon begint dan toevallig niet zo, maar het had wel gekund.

Als je zo dit verhaal leest, als een uitleg van wat er gebeurt als Gods wil plaatsvindt, wat bedoelt Jezus dan te zeggen?

Dit verhaal zegt natuurlijk ook alles over welke weg Jezus zelf ging. Daarin kun je ook het verhaal dat we lazen over Zacheüs laten meewegen.

Wat vond Jezus belangrijk in de vraag of je er mag zijn? Welke weg ging hij hierin?

3. Jouw reactie op Jezus’ weg

Aan het begin heeft iedereen twee situaties of personen genoemd: waar je je geaccepteerd voelt, en waar juist niet. Over die tweede gaat het nu: waar je je het minst thuis voelt. En combineer dat met wat we hiervoor hebben besproken:

Als je Jezus’ weg zou proberen in deze situatie, hoe zou dat dan werken?

En zou dat ook echt willen uitproberen of wil je het anders aanpakken?

Let erop dat Jezus’ weg deels gericht is op wat jij zelf kunt doen, hoe jij zelf anderen kunt accepteren, terwijl de situaties gaan over of jij zelf wordt geaccepteerd. Wees er alert op dat dit verwarring en ruis kan opleveren in hoe de deelnemers reageren.

Je kunt het gesprek helpen met vragen als:

Wat zou jij er zelf aan kunnen doen om anderen te accepteren en hun kwaliteiten te zien?

Vind je Jezus’ weg realistisch in jouw situatie? Zou het werken?

Waarin volg jij al deze weg? En hoe pakte dat uit?

Je kunt het gesprek verdiepen door het ook over zelfacceptatie en zelfveroordeling te gaan hebben:

Hoe vaak heb je stemmetje in je hoofd dat je het eigenlijk niet goed doet, dat je niet geschikt bent, dat je het eigenlijk niet waard bent?

Wat zou Jezus’ weg hierin betekenen?

Als jij jezelf veroordeelt, ga je dan ook anders over anderen denken?

4. Symbolisch afsluiten

We eindigen elke meeting bij Mensen van de weg met een klein symbool. Deze keer is dat het complimenteren van iedereen. Iedereen krijgt genoeg briefjes, voor elke deelnemer eentje, en je schrijft daarop wat je bijzonder vindt aan diegene. Je hebt elkaar al behoorlijk leren kennen in de afgelopen weken, dus dat moet wel kunnen… Schrijf niet je eigen naam erbij: het is anoniem.

Wat vind je bijzonder aan deze deelnemer?

Straks laten we de zakjes rondgaan en doet doet iedereen zijn of haar complimenten daarin. Ten slotte krijgt iedereen het zakje met zijn of haar eigen naam erop. Open die pas als je thuis bent. Dat is een mooie verrassing straks.

Ten slotte wil ik je vragen je afbeelding met een weg erop erbij te pakken.

Is er nog iets wat je hierbij wilt noteren of tekenen? Of wil je juist iets schrappen of veranderen?

Berichten de week erna

  1. Ontzettend bedankt dat jullie er waren. Ik heb genoten van jullie bijdrage! Als je iets lastig vond, bericht het me. Als je iets prettig vond, vind ik dat natuurlijk ook fijn om te horen.
  1. Hier zie je een filmversie van het verhaal dat we lazen: www.youtube.com/watch
  1. Hier een cartoon-versie van het verhaal dat we lazen: www.youtube.com/watch
  1. Ontroerende video waarin blijkt wat het oordeel van anderen met je kan doen: www.youtube.com/watch
  1. ‘Oordeel niet, want zoals jij oordeelt over anderen, zo wordt er over jou geoordeeld.’

(Jezus)

R.E.M. zong een ontroerend liedje over deze uitspraak van Jezus: www.youtube.com/watch Check de tekst op www.azlyrics.com/lyrics/rem/newtestleper.html

  1. Denkvraag: wat zou je kunnen doen om jezelf meer te accepteren zoals je bent?
  1. Liedje met een tekst van een enkele zin uit de Bijbel: www.youtube.com/watch