Hoe Jezus Christus de mythe van James Bond ontmaskert

Hoe Jezus Christus de mythe van James Bond ontmaskert

Een goede superheld gaat het gevecht aan met de slechterik en wint: al eeuwenlang vertelt de mensheid elkaar dat geweld dé manier is om het kwaad te verslaan. Maar dat verhaal is een mythe, zegt Daan. 

Geweldloosheid is geen natuurlijke houding, daarover schreef ik in mijn eerste blog van deze serie. Je zou kunnen zeggen dat wij geneigd zijn gewelddadig te denken. Hoe kan het dat geweld zo snel wordt gezien als de remedie tegen het kwaad? Het zit diep in ons DNA.

De oude scheppingsmythe van het volk Babylon is hierbij een goede illustratie. De god Marduk gaat hierin de strijd aan met de godin Tiamat, een strijd die hij op het nippertje wint. Het lijk van Tiamat verbouwt Marduk zo rigoureus dat hij uiteindelijk het hele heelal eruit weet te scheppen. De overwinning wordt beloond: aan Marduk wordt de hoogste plaats in de godenwereld toegekend. De goden die met Tiamat samenspanden, sluit hij op in een gevangenis. Op een dag haalt één van deze goden het in zijn hoofd om te klagen over het eten in die gevangenis. Dat moet hij met de dood bekopen en uit zijn bloed wordt de mens geschapen.

De implicaties van dit soort mythes werken door tot op de dag van vandaag. Er ligt namelijk aan ten grondslag dat:

– De mens het geweld niet heeft uitgevonden, maar dat het geweld de mens heeft uitgevonden. Geweld is de oorsprong van alles
– Om leefruimte te creëren je een gewelddadig strijd moet aangaan met de vijand.

In het begin was het geweld, het geweld was bij God en het geweld was God.

De mensheid ontstond uit het bloed van de vijand

De structuur van dit scheppingsverhaal verspreidde zich in de loop van de geschiedenis naar bijvoorbeeld Syrië, Egypte, Griekenland, Rome, Duitsland en India. In al die gebieden werden soortgelijke scheppingsverhalen verteld met goden als Wodan, Zeus, Indra en Marduk. De verhalen hadden dit gemeenschappelijk: een mannelijke oorlogsgod strijdt met een vrouwelijk goddelijk wezen, vaak afgebeeld als een monster of een draak die in de zee of afgrond woont. Na het verslaan van deze vijand vormt de god het heelal en de wereld uit het lichaam van het verslagen monster.

Volgens de Amerikaanse theoloog en activist Walter Wink geloven veel mensen nog altijd in de scheppingsmythe van Babylon. Misschien niet meer in god(en), maar wel in de principes uit die verhalen. Wink noemt dit de mythe van het bevrijdende geweld.

Deze vinden we bijvoorbeeld terug in televisieseries en literatuur. Het kijken naar een James Bond-film is een leuk voorbeeld: de goede superheld gaat de strijd aan met een door en door slechte vijand. Bond verslaat zijn vijand op het nippertje en lost zo de problemen in de film op. Happy end. Totdat er in de volgende film een nieuwe vijand op het toneel verschijnt.
Het kijken naar James Bond is een hedendaags ritueel waarbij het kwaad in de vorm van een absoluut slechte vijand uitgebannen wordt. Maar de mythe van het bevrijdend geweld heerst ook buiten de deuren van de bioscoop. Denk aan redeneringen rondom kernwapens: zolang wij er meer hebben dan zij, zijn we veilig.

En dan is er een God die schept uit pure liefde

Wat gebeurt er als we het christelijke verhaal tegenover deze mythes zetten? Het volk Israël schreef haar scheppingsverhaal uitgerekend in Babylon. Terwijl ze daar in onderdrukking leefden, kwamen de Israëlieten met hun versie van de schepping in opstand tegen het heersende politieke en religieuze gedachtegoed. Hun God schiep het heelal namelijk puur uit liefde, zonder daarbij geweld te gebruiken. En de mens werd haar of zijn evenbeeld geschapen evenbeeld geschapen als medescheppers op deze aarde. Op die manier rebelleerde het volk Israël tegen het idee dat geweld de basis is van de werkelijkheid.

Toen de christenen verdergingen met dit verhaal, kwam er alsnog een vermoorde God bij kijken. Opvallend dat hij in de kern van het christendom zit. Een God die in opstand kwam tegen het onrecht van zijn tijd. Deze God wordt alleen niet door een andere god vermoord. Hier zijn het de mensen zelf die moorden en is het God die vergeeft, verzoent en een nieuw begin maakt, door dit geweld op zich te nemen.

In het begin was niet het geweld. In het begin was het Woord. En het Woord werd vlees in de persoon van Jezus van Nazareth – de man die het geweld op zich nam, eraan kapotging en zijn vijanden vergaf.