Cadeautje: een exclusief fragment uit het nieuwe boek van Rikko Voorberg

Cadeautje: een exclusief fragment uit het nieuwe boek van Rikko Voorberg

Vandaag presenteert Rikko officieel zijn eerste boek De Dominee Leert Vloeken. Wellicht heb je er al veel over gehoord, maar hier op Lazarus geven we je alvast een voorproefje met een leesfragment. En we mogen ook nog vijf exemplaren weggeven! 

Het is zaterdagavond, de hele dag was het huis vol met vrienden en familie. We hebben de verjaardag van mijn zoontje gevierd. Hij is drie geworden en bedolven onder liefde en cadeaus, waarvan sommige nog onuitgepakt liggen te wachten.

‘Laat dat cadeautje nog maar even, mama,’ zegt hij. ‘Eerst even met deze spelen.’ Het is een talig mannetje, en hij is gelukkig. We staan met een paar overgebleven vrienden in de keuken af te wassen. Mijn telefoon gaat. Onbekend nummer. Laat maar zitten, denk ik, en druk de beller weg. Hij belt direct een tweede keer, en ik neem op.

‘Hallo, met Hans.’ Ik herken de stem niet. ‘Ben jij degene die de Facebookpagina “Benno L. welkom in onze straat” heeft gemaakt?’

Er gaan alarmbellen af in mijn hoofd. De bedreigingen naar aanleiding van die pagina waren weliswaar online, maar ze waren niet om vrolijk van te worden. Behoedzaam vraag ik: ‘Wie wil dat weten?’

Nu hoor ik duidelijk een Duits accent als hij zegt: ‘Nou, ik noem mezelf Hans tegenwoordig, maar ik ben eigenlijk Benno L., en ik wil je bedanken.’

Benno L., geboren in Duitsland, wordt in de media de ‘zwembadpedo’ genoemd, hij was zwemleraar en eigenaar van een particuliere zwemschool in Den Bosch. In 2010 verklaart de rechter hem schuldig aan drie gevallen van gedwongen ontucht en nog zevenendertig andere gevallen van ontucht met minderjarige meisjes. Meer dan zeshonderd ongeruste ouders bezoeken de bijeenkomsten die worden belegd om informatie te geven over de zaak. Benno wordt in eerste instantie veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf zonder tbs, maar als het Openbaar Ministerie in hoger beroep gaat om een ho- gere straf te eisen, krijgt hij een lagere straf van zes jaar.

Begin 2014 wordt hij voorwaardelijk vrijgelaten, maar vanwege de commotie rond zijn zaak wil geen burgemeester hem onderdak bieden. Uiteindelijk besluit burgemeester Henri Lenferink dat Benno L. welkom is in Leiden. Dit blijft geheim, totdat nrc Handelsblad zijn adres bekendmaakt. De krant geeft later toe hiermee een journalistieke fout te hebben gemaakt, maar het kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Al snel staan er ruim tweehonderd mensen te protesteren voor de deur van Benno L. Ze scanderen ‘Weg met die pedofiel’ en ‘Benno, rot op’. In het tv-programma Pauw & Witteman stellen de demonstranten de burgemeester een ultimatum: als hij Benno L. die zaterdagochtend voor acht uur niet heeft verwijderd, zullen ze het zelf doen. Het is dan maandagavond. Op de vraag of de demonstranten bedoelen dat ze geweld zullen gebruiken, geven ze geen antwoord.

De Leidse dominee Ad Alblas schiet burgemeester Lenferink te hulp en mobiliseert een aantal vrijwilligers. Zij gaan met Benno L. mee naar buiten als hij boodschappen moet doen. Voorlopig moeten ze die boodschappen echter zelf halen, want Benno L. kan niet zonder gevaar voor eigen leven de deur uit. Een demonstrante zegt: ‘De kinderen kunnen nu niet buiten fietsen. Dat kan niet, door zo’n viezerik. Gewoon een kogel door zijn kop.’

Linkse columnisten spreken schande van deze heksenjacht en op Facebook worden de demonstranten uitgescholden voor ‘achterlijke plathoofden’. De kritiek op de demonstranten is terecht, maar ook gemakkelijk.

Er valt me een gedachte in die me niet meer loslaat. Als je kritiek hebt op de ongeremde agressie richting deze pedofiel, moet je dan ook niet durven zeggen dat hij wél welkom is in jouw eigen straat? Maar wie durft dat? Een Facebookpagina met de titel ‘Benno L. welkom in onze straat’ zou een mooi statement zijn. Iedereen die ook vindt dat Benno in zijn of haar eigen straat welkom is, kan dan de pagina liken. Maar wie durft dat? Voor je het weet word je weggezet als pedovriendje.

Ik herken de angst van de demonstranten, ik heb ook een zoontje van drie. Je moet er niet aan denken dat er iets met hem gebeurt. Moet ik gewoon wachten tot het overwaait? Normaal gesproken zou ik het erbij gelaten hebben, maar vandaag niet. En dat heeft alles te maken met wat er eerder die ochtend is gebeurd, toen twee mannen vlak voor mijn neus met elkaar op de vuist gin- gen.

Het is zo’n ochtend waarop ik na een vroege afspraak nog rustig de tijd heb om in de zon over de markt te lopen, op zoek naar een paar rijpe avocado’s en verse groente. Met de fiets aan de hand sta ik bij mijn favoriete groentekraam. Opeens is er onrust achter me en schreeuwt iemand uit volle borst: ‘Vieze kankerbuitenlander, tief op naar je eigen land. Je hoort hier niet. Ga weg!’

Ik draai me om en zie een grijzende vijftiger, rood aangelopen met geheven vuist. Om me heen fronsen mensen hun wenkbrauwen. Ik aarzel, maar zeg dan half hardop: ‘Hé, doe effe normaal, man. Rustig.’

Meneer heeft het gehoord en zegt kwaad tegen mij: ‘Normaal doen, normaal doen? Die gasten moeten eens normaal doen. Elke dag lopen ze langs mijn kraam en jatten iets mee. Tuig is het. Elke dag! Mag ik nu ook eens even?’

Hij wil zich alweer omdraaien, maar ik kan het niet laten, ik zeg voorzichtig: ‘Nee, ik denk het niet.’

Het klinkt wat wijsneuzig, maar ik meen het. Moet hij maar niet vragen om toestemming voor zijn gedrag. De man kijkt verstoord. Zijn vraag was retorisch bedoeld en hij had net weer ingeademd om op vol volume zijn scheldkanonnade te vervolgen.

‘En het helpt ook niet echt, hè?’ voeg ik snel toe, hoewel ik zijn frustratie kan begrijpen.

Verderop staat de oorzaak van zijn woede, een man van in de dertig met een vriend die hem mee probeert te trekken, weg van de markt en van deze vruchteloze ru- zie. Het zijn twee Nederlanders van Marokkaanse komaf. De man schreeuwt en scheldt terug, en als hij merkt dat ik me ermee bemoei, begint hij ook naar mij te schreeuwen: ‘Hij zegt dat we stelen, de teringlijer.’ Goed Amsterdams schelden is dat.

Door mijn opmerking ben ik opeens scheidsrechter geworden in een wedstrijd die ik niet heb gezien. Ik trek me terug met een armen-ten-hemelbeweging die machteloosheid en frustratie moet uitdrukken. Als ik me omdraai, krijgt de vijftiger een klap in zijn gezicht. Een vuistslag. Zijn bril vliegt af. Ik gooi mijn fiets tegen de grond en begin nu ook te schreeuwen. Dat ze normaal moeten doen en wel meteen.

De dertiger wordt door zijn vriend weggesleurd van de plaats delict. De marktkoopman probeert nog terug te meppen, maar zijn arm maait in de lucht. Logisch, want zijn bril ligt nog aan zijn voeten. Hij schreeuwt en tiert, toestemming vraagt hij daarvoor niet meer. De jonge mannen schelden terug. Ik sta ertussenin en kijk vertwijfeld naar beide partijen. Op een afstandje roepen de twee dertigers: ‘Waar bemoei jij je eigenlijk mee!’

O, nu wordt het mooi, denk ik. Ik roep terug: ‘Ik maak zelf wel uit waar ik me mee bemoei!’ Wat een kinderachtig gedoe. Als het basisschoolleerlingen waren, zou de leraar ze in het nekvel grijpen, ze door elkaar rammelen, en dan moesten ze de ander een handje geven. ‘Zo! En nu lief spelen.’ Maar dat gaat niet meer, ze zijn te groot.

Ik geef het nu echt op, pak mijn fiets, en duw mezelf tussen de mensen door die eromheen zijn komen staan. Klaar, mensen, niks meer te zien.

Thuisgekomen van de markt plof ik neer achter mijn bureau. Ik zoek afleiding, ik wil dat het wat rustiger wordt in mijn hoofd zodat ik me kan concentreren op mijn werk. Ik blader door de nieuwsberichten op de site van de nos. Het is februari 2014 en de eerste berichten gaan over de opstand in Oekraïne. De mh17 is nog niet neergehaald en er is ook nog geen oorlog; wel zijn er grote vreedzame demonstraties tegen de regering, die niet wil samenwerken met de Europese Unie. Een pianist die tijdens de demonstraties op straat speelt, wordt een boegbeeld van een jonge generatie die vooruit wil met het land en niet langer tegen Rusland aan wil schurken.

Een prachtige demonstratie is het, maar de vreedzaamheid is de afgelopen tijd afgebrokkeld, terwijl daar de kracht van deze opstand zat. Tegen vreedzame jongeren is het moeilijk vechten. Want wat zal de publieke opinie zeggen als geharnaste militairen losgaan op ongewapende, zingende burgers? Dan worden er door een paar radicale demonstranten schoten gelost. Het is een turning point. Het leger heeft hierop gewacht, want nu kan het doen waar het goed in is: oorlog voeren. Geweld lokt geweld uit, woede meer woede, de neerwaartse spiraal is ingezet. Tussen de partijen staan nog eenzaam en alleen priesters van de Oosters-orthodoxe kerk als levend schild, in vol ornaat, het gewijde goud om hun nek. De pianist speelt, de vrede brokkelt verder uiteen en uiteindelijk ontaardt alles in oorlog. Het is om cynisch van te worden, maar dat is het laatste wat ik wil.

De markt voelt alweer ver weg, al rommelt het nog in mijn lijf. Oekraïne is ook ver weg, maar het nieuws voedt mijn frustratie. Mijn vrouw Joanne verbaast zich altijd over het feit dat ik zo emotioneel word van het nieuws. Zij is de rustige van ons tweeën, en van haar leer ik dat je niet overal meteen wat mee kunt. Soms heeft iets tijd nodig. Ze heeft een creatief vak en weet wat het is om te wachten tot dingen op hun plek vallen.

Vanochtend is bij mij de frustratie te groot, de adrenaline maakt me onrustig. Nu ik gestuit ben op de controverse rond Benno L. wil ik die welkomstpagina maken, en ik word boos op mezelf dat ik het niet durf. Gefrustreerd plaats ik een bericht op Facebook, alleen zichtbaar voor vrienden:

Roep net een vijftiger tot de orde die scheldend een allochtone Nederlander terug naar ‘zijn eigen land’ verwijst. Als ik bijna wegloop, krijgt hij nog een klap op zijn smoel. Het is allemaal zo fucking kinderachtig. Van beide kanten. Het schoolplein in het groot.
Ondertussen loopt mijn timeline vol met beelden uit Kiev en lees en zie ik Leiden schelden op Benno en columnisten die daar weer tegenin schrijven over een heksenjacht. Ik zou wel een pagina willen maken met ‘Benno L. welkom in onze straat’ en kijken hoeveel likes die krijgt, maar ik weet nog niet of ik het durf. Man man man. Ik ga nu een cappuccino maken, en daar word ik dan helemaal cynisch van. Klote.

Foto:  © Roger Cremers – Lumen Photo 


voorberg_de-dominee-leert-vloeken3

De Dominee leert Vloeken, Rikko Voorberg, Arbeiderspers
Meer info vind je hier.

Winnen? Win 1 van de 5 exemplaren van Rikko’s boek door hieronder of op een van onze socialmediakanalen een vraag voor Rikko achter te laten. De 5 beste vragen worden door Rikko beantwoord en de vraagstellers winnen zijn boek.