Nooit meer praten

Nooit meer praten

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Nooit meer praten – PopUpGedachte dinsdag 15 november

Vorige week zaten we met een man of 15 in het klaslokaal dat Joanne en ik de studio noemen. Een oud Amsterdamse School-gebouw, ouderwets hoge ramen en plafonds en na heel lang leegstand weer in gebruik genomen als creatieve-hotspot met liefde voor de buurt, zoiets. Het was een workshop die avond over Non-Violent-Communication, omdat het blijkbaar nogal veel oefening en training vraagt om je communicatie niet gewelddadig te laten zijn. De briefschrijver Jakobus zegt dat vanochtend zo: ‘Kijk eens hoe reusachtige schepen, voortgestuwd door hevige wind, met een klein roer in de richting worden gestuurd die de stuurman bepaalt. Zo is ook de tong een klein orgaan, maar wat een grootspraak kan hij voortbrengen. Bedenk eens hoe een kleine vlam een enorme bosbrand veroorzaakt. Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna, de hel.’

Nou, nou Jakobus. Is dat schrijftestosteron – dat je al schrijvend denkt: dat kan vetter en dikker en met nog meer pathos? Ik weet het niet, feit is dat je als je hem leest nooit meer zou praten. Of anders met drie handen voor de mond.

De workshopleidster had haar leven hieraan gegeven, zij reisde door de wereld om mensen te trainen – en dat zijn intensieve langdurige trainingen om de gewelddadigheid waarmee we communiceren af te leren. Ze had beginnerscursussen, gevorderden en professionals – en een paar mensen meegenomen die al verder waren. Ze zou het waarschijnlijk niet zo zeggen als Jakobus, maar zij wist wat woorden normaal gesproken doen en alleen al door het feit dat ze deze cursus gaf, leerde mij dat zij wist dat anders dan gewelddadig communiceren een hele lang weg zou zijn.

En wat is dan gewelddadig? Volgens haar lag dat in het oordeel en in het weten.

Ze refereerde geen enkele keer aan god, geloof of bijbel en had dat ook niet als bron, des te opvallender was haar opening:

De bron van alle ellende, zei ze is het feit dat we menen te weten wat goed en fout is, dat we dat voor een ander of onszelf menen te weten. We denken dat we god zelf zijn. Terwijl iedereen weet dat je momenten hebt dat je heel zeker weet dat iets goed voor je is en dat je dan dat drie keer doet en realiseert: dit is echt niks voor mij. Je hebt geen idee wat goed is, al niet voor jezelf, laat staan voor een ander. Je vindt dat een ander meer aandacht voor je moet hebben en grauwt: jij denkt ook altijd alleen aan jezelf. Je bent een hele grote jongen of een heel volwassen dame als je daarop met heel je hart kunt zeggen: wat bedoel je. In het dagelijks verkeer is er een grauw terug, een tegenbelediging, een negeren, wat dan ook. Het is een vonk of een vlam, en je hebt zomaar bosbrand.

Je moet niet ophouden met oordelen, zei ze. Want dat doe je gewoon, je moet ze alleen niet uitspreken naar de ander alsof het iets met waarheid of zinnigheid te maken had. Jakobus roept op tot bewustzijn. Niet zomaar laten gaan die tong. Beseffen dat je oordeelt, jezelf dwingen te beseffen dat het oordeel niet de waarheid is, je bent tenslotte god niet. Mocht je dat wel vinden, dan moet je even langs bij een professional om wat te praten.

De cursusleidster liet ons ons oordeel ontleden, welke gevoel erbij hoorde: frustratie, woede, angst, verdriet, dat benoemen en uiteindelijk komen bij de behoefte die ten grondslag lag aan de zweepslag, het oordeel, waarmee onze tong onszelf of de ander hard om de oren sloeg. Er was altijd een behoefte. Ver weggestopt, maar hij was er. En het was hard werken.

‘De mens heeft alle mogelijke dieren weten te temmen,’ zegt Jakobus, ‘maar er is geen mens die de tong kan temmen, dat onberekenbare kwaad vol dodelijk venijn. Want met onze tong zegenen we de heer en we vervloeken de mensen die god heeft geschapen naar zijn evenbeeld. Dat kan toch niet goed zijn, broeders en zusters?’ Mooi gezegd. Het is niet logisch. En oneerlijk. Van een afstandje. Maar alleen van een afstandje. Als je er middenin zit is het vanzelfsprekend.

Gisteravond sprak ik tot diep in de nacht met vrienden. Over pijn en conflicten. Het enige wat we deden was zoeken naar de innerlijke logica van de ander. Er waren harde woorden gesproken. De feiten waren niet te achterhalen en ook niet zo belangrijk. Het ging niet om de schuld maar of het mogelijk was om te begrijpen waarom de ander gevoeld had wat hij had gevoeld en gezegd had wat hij had gezegd als we konden zien wat de ander had gezien. En dat duurde. Omdat de een in dezelfde situatie werkelijk wat anders was opgevallen dan de ander, daar conclusies uit had getrokken, een werkelijk andere behoefte had en de eigen uiting logisch vond, begrijpelijk, goed zelfs maar ook bewust van het feit dat het niet bijdroeg aan de vriendschap. Het was een lange, pijnlijke en hoopvolle avond. Als het zo kan, als we zo beseffen dat de eigen woorden niet de laatste woorden zijn maar eerste reflexen, die niet zo heel veel zeggen over de werkelijkheid maar heel veel over wat wij persoonlijk vinden, voelen, nodig hebben – onzichtbaar voor de ander – dan zijn we al heel ver gekomen.

En dan geldt, wat Jezus zegt vanochtend: als uw broeder of zuster naar u toekomt met de vraag om vergeving, dan moet u hem vergeven. Komt hij zeven keer op dezelfde dag voor dezelfde vergeving, dan moet u hem vergeven. Geef ons meer geloof! Roepen de discipelen angstig uit, man man. Hier heb je geen geloof voor nodig zegt Jezus, dit moet je gewoon doen.

Beseffen dat wat je oordeelt over het algemeen onzin is omdat we god niet zijn, goddank. Dat er altijd een eigen verlangen onder ligt en dat we nu eenmaal zo in elkaar zitten dat het verrekte veel oefening vraagt om daar bij te komen en dan het onze taak is om te vergeven als iemand erom vraagt. Het is als de test van een topkok, die wordt niet gevraagd om iets moeilijks te maken maar getest met een eenvoudige aardappelpuree. Want in het eenvoudige toont zich de ware meester. Van ons wordt niets ingewikkelds gevraagd en daarom is het zo moeilijk. Maar – ook weer na gisteravond – kan ik niets anders concluderen dan dit: het is alle moeite uiteindelijk honderdduizend procent waard. Het is mens worden, een levenslang project.

Habakuk 3:2-10, 16-18

Jakobus 3:1-13

Lucas 17:1-10