Pedagogisch onverantwoord

Pedagogisch onverantwoord

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Pedagogisch onverantwoord – PopUpGedachte maandag 1 november

‘Waarom zeg je niet wat meer over het oordeel’ zegt Mohamad tegen mij. Dat staat in die bijbel van je, net als in mijn Koran. ‘Daar moeten we mensen voor waarschuwen.’ Maar ik wil die angst helemaal niet, ik heb daar genoeg van gezien en vindt het pedagogisch onverantwoord. Irritant genoeg lijkt Jezus van Nazareth een andere pedagogische visie te hebben of zal hij zeggen: pedagogiek is voor kinderen, dat zijn jullie niet meer. Dat zou ook waar zijn.

‘Tegen jullie, mijn vrienden, zeg ik: wees niet bang voor degenen die het lichaam kunnen doden, maar tot niets ergers in staat zijn.’ Vind ik al best erg, maar goed, angst afleren is een goed idee. En als doodgaan een doorgang is, dan kan ik er inkomen dat je dit zegt. En dan: ‘Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar ook in de Gehenna te werpen. Ja, ik zeg jullie, wees bang voor hem!’ Dus, auw. Gehenna, vuilstortplaats buiten Jeruzalem, afval. Je ziel op de afvalberg omdat die stuk is gegaan, niets meer waard is, zoiets. Interessant genoeg laat hij er meteen op volgen: ‘Wat kosten vijf mussen? Bijna niets. Toch wordt er niet een dor God vergeten. Wees niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.’ Wees bang, wees niet bang. Wees bang dat je ziel zo vastloopt dat die op de afvalberg kan, wees niet bang dat je vergeten wordt. Met je functionerende ziel. Zoiets.

Ik vind het maar niets die angst en kan er toch niet omheen vanochtend. Als er werkelijk afgerekend wordt, als ik iets te verantwoorden heb over mijn manier van leven, dan kan ik dat wel onwijs irritant vinden omdat ik me de angst om het hart voel slaan – en de zwartgerokte dominee weer hoor bulderen – maar als het waar is op de een of andere manier dan kan ik het maar beter willen weten. En me afvragen hoe die gedachte me kan bevrijden, scherp kan houden en iets van die nieuwe wereld dichtbij kan brengen. Zo welwillend de angst tegemoet treden.

Een gereformeerd-vrijgemaakte dominee zei afgelopen zondag op een keurige gereformeerde preekstoel: De dominee leert ons niet vloeken, dat deed God allang. Woede is zijn ding, blijkbaar. En zo staat in Openbaring, dat grote Lord of the Rings boek achterin die bijbel: ‘Toen wierp de engel zijn sikkel op aarde en hij oogstte de druiven in de wijngaard op de aarde en gooide ze in de grote perskuip van Gods woede. De wijnpers werd buiten de stad getreden. Er kwam een grote stroom bloed uit, zestienhonderd stadie lang en zo hoog als het bit bij een paard.’ Smerig beeld, angstig beeld. En iets met Gods woede. Iets van context is dat de politieke situatie vrij hels was voor machteloze mensen van goede wil, harde verdrukkende koningen en opgesloten onschuldigen en daar wordt de machtige witheet van. Toen niet anders dan nu.

Dit schreef George Herbert, een Engelse poëet

‘Ah my dear angry Lord,

since thou dost love yet strike,

Cast down yet help afford,

Sure I will do the like.

I will complain yet praise

I will bewail, approve

and all my sour-sweet days

I will lament and love’

 

U hebt lief en slaat toe

U haalt neer en bouwt op

Dus zo doe ik

Klagen en lofzingen

al mijn zuur – zoete dagen

Jammeren en liefhebben

Zoiets.

Wat me raakt vandaag. Niet de eigengereide woede van de wereldverbeteraar die boos is op het onrecht daarbuiten, maar de kwetsbare en eerlijke woede en vrees van degene die met al zijn vezels vast zit aan het onrecht dat hij of zij haat. En het oordeel vreest – omdat het klopt. Dat er ruimte is voor iedereen die zijn falen erkent – dat niemand betrouwbaarder is dan degene die zijn onbetrouwbaarheid erkent – dat is waar. Maar dan moeten we er wel doorheen. De vrees voelen tegenover het recht en de waarheid. Ik vind het nog steeds pedagogisch onverantwoord, die angst. En toch, op een bepaald niveau is het terecht. Als we dan toch moeten vrezen in het leven, dan maar vrezen voor het verlies van onze ziel, voor de verwording van die ziel door ons eigen cynisme, door onze angst voor degenen die ons niets kunnen maken, voor geen geld op de bank of een lastige toekomst. Maar die ziel. Het behouden van hoop, geloof, liefde. Die dingen. Me druk maken over mijn rust. Het is paradoxaal maar zinnig.

Sirach 43:1-22

Openbaring 14:1415:8

Lucas 12:1-9