Politici, luister eens wat vaker naar een dominee!

Politici, luister eens wat vaker naar een dominee!

Luisteren naar mensen in de marge, dat is wat de kerk doet. Daarom deelt dominee Rebecca Onderstal luistertips uit de praktijk. ‘Om de democratie een handje te helpen.’   

Het is de dag erna. Na de koude dag van de verkiezingsuitslag in de Verenigde Staten stap ik op de fiets. De regen is even opgehouden. Al het blad is in een paar etmalen van de bomen gevallen en ik fiets door de natte bladeren. De vragen spoken nog steeds door mijn hoofd.

Nu gaat het over Trump, maar straks is het Wilders, of Roos of Baudet die als winnaar uit de bus komt. Met opnieuw ontzetting tot gevolg. En ik begrijp het niet. Ik begrijp de boze, angstige stem-tegen niet. En dat ik het niet begrijp, dat vind ik het ergste. Want moet ik me aangesproken voelen door het (zelf)verwijt dat ‘wij’ het ongenoegen niet hebben gezien? Dat ‘wij’ de kiezers die voor populisme stemmen niet serieus nemen? Dat wij in onze elitaire, linkse bubble geen idee hebben wat er echt speelt, nee erger nog, dat we het niet willen zien?

Wij van de kerk luisteren naar mensen de marge

Ik fiets naar mijn eerste adres voor een pastoraal bezoek. Het is een chronisch zieke man die zijn bed niet meer uit kan. Daarna vervolg ik mijn weg naar een alleenstaande vrouw die met haar hondje het huis deelt; we praten over de uitslagen die ze gehoord heeft. Onderweg naar huis fiets ik een bekende achterop. Ik stap af en we praten over zijn situatie – hij kan al een poos niet werken en weet niet goed hoe het verder moet.

Luisteren is wat ik dag in dag uit doe. Wij van de kerk luisteren naar mensen de marge. We zoeken zieken op, praten met mensen wiens huwelijk op de klippen loopt, zitten aan tafel bij wie zijn werk kwijt is en de eindjes maar nauwelijks aan elkaar kan knopen.
We luisteren, en soms helpen we de weg vinden naar het juiste loket.
We luisteren, ten diepste omdat we bij een God horen die luistert naar het geschreeuw van wie onrecht gedaan wordt. Mozes ontdekte dat in de woestijn toen hij daar meditatief schapen liep te hoeden. En hij kon er niet onderuit; als God hoort dan moet ik ook luisteren naar het geroep en gemor van mijn volk.

De dominee doet een voorzet

Wat is er misgegaan in de samenleving als er zo’n grote groep mensen is die zich niet gehoord voelt?
Eigenlijk ben ik al die (zelf)verwijtende vingers best wel zat en vraag me af: hoe moet het dan wel? Wat is de weg uit de ivoren toren van (zo gevoelde) arrogante macht? Kunnen we daar niet een paar richtlijnen voor opstellen? Die politici en bestuurders vervolgens ter harte kunnen nemen? Want dat zijn ook maar mensen die het moeten leren.

Ik doe een voorzet vanuit mijn vak. Er valt iets te leren van de manier waarop pastores naar mensen luisteren. Zou het de democratie een handje helpen als deze gespreksregels werden gehanteerd?

  • Maak ruimte. Je kunt een ander echt horen als je ruimte maakt, ook voor dat wat je niet begrijpt of leuk vindt. Een gesprek begint waar de ander is met zijn gevoelens en gedachten, niet waar zij of hij zou moeten zijn. Wees bij de ander waar hij is en loop daar niet voor weg.
  • Heb geduld. Verken wat de ander beweegt. Dan kun je samen op zoek gaan naar een manier om daarmee om te gaan. Als de vraag er mag zijn, en de boosheid, en het verdriet, dan komt er vanzelf een beweging in de richting van een antwoord. Als je geduld hebt, en niet te snel wilt oplossen en invullen.
  • Ken jezelf. Je kunt een ander alleen echt horen als je weet wat er in jezelf omgaat: aan weerstand tegen verandering, aan moeite om te kiezen, aan gekwetstheid en angst om tekort te komen. Ken je jezelf, dan oordeel je niet te snel, maar begrijp je hoeveel moeite het kost om wat je overkomt het hoofd te bieden. Ken je jezelf, dan kun je beter ruimte maken voor een ander. Ken je jezelf dan neem je minder ruimte in en ben je beschikbaar voor het ‘tevoorschijn luisteren’ van een ander.
  • Durf tegen te spreken. Echt luisteren betekent in mijn vak allang niet meer: alleen instemmend hummen. Het betekent ook: tegenspreken en een spiegel voorhouden. Maar dat kun je alleen maken als je zelf ook in die spiegel kijken durft, zie het vorige punt.

Als ik in de spiegel kijk, zie ik misschien een ‘linkse lieverd’ die graag het goede wil zien maar aan het kwaad liever voorbijkijkt. Iemand die als het kan met een boogje om een boze – want tekort gedane – medemens heenloopt. Iemand die haar eigen positieve wereldbeeld niet graag op het spel zet. Net als Mozes eigenlijk hoed ik als pastor het liefst kalmpjes de schapen.

Ondertussen stap ik weer op de fiets om naar mensen te luisteren. Er zit niets anders op dan zo goed mogelijk te blijven doen wat ik doe. Ook in de winterkou van de wereldpolitiek.