Niemand tot last zijn

Niemand tot last zijn

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Niemand tot last zijn – PopUpGedachte Dinsdag 29 november

Net voor ik ging slapen gisternacht, sloeg ik nog even het kersvers aangekomen boek ‘Zuchten’ open van Diederik Stapel, die wetenschapper die totaal gevallen is nadat bekend werd dat hij onderzoeksresultaten had vervalst en verzonnen. In dit boek beschrijft hij zijn leven nadien en probeert een antwoord te vinden op de vraag waarom hij geen zelfmoord pleegde.

De man fascineert mij omdat hij zo snoeihard tot zondebok gemaakt wordt van de hele wetenschappelijke wereld, hij eruit want hij is de verpersoonlijking van het kwaad, hoe hij zijn falen totaal erkent maar ook probeert verder te leven en ziet dat er voor zijn fouten nul vergevingsgezindheid bestaat in de wereld waar hij thuishoort. De wetenschap. En misschien niet eens alleen daar, ook in de wereld uberhaupt lijkt hij geen kans meer te maken.

Hij opent dat boek met een aantal motto’s en eentje is te mooi om niet te delen en linkt aan de lezing van vanochtend.

Er staat – voor de vuist weg vertaald, want het staat er in het Engels ‘De poging om de hemel op aarde te realiseren creëert onontkoombaar de hel. Het leidt tot intolerantie, tot religieuze oorlogen en tot het redden van zielen door de inquisitie. En het is, volgens mij, gebaseerd op een totaal onbegrip voor onze echte morele plichten. Het is onze plicht om mensen in nood te helpen; maar het kan niet onze taak zijn om hen gelukkig te maken, want dat hangt niet van ons af en het betekent in de meeste gevallen dat we indringers worden in het privé-leven van mensen met wie we zulke aardige bedoelingen hebben.’

De hemel op aarde creëren leidt tot de hel en de enige taak is helpen; niet gelukkig maken. Dat kan niet. Filosoof Karl Popper schrijft dit en er resoneert iets daarvan in de zinnen van Paulus en zijn collega’s die een brief schrijven aan een eerste christelijk kerkje in Tessalonika. Zij beschrijven hun werkwijze en vertellen hoe ze het ‘evangelie’ hebben gedeeld. ‘onze oproep berust niet op een dwaling of oneerlijkheid. Wij spreken niet om mensen te behagen, maar God die de mensen doorgrondt.’ Dat helpt al, mensen hoeven er niet gelukkig van te worden maar je hebt het idee dat je iets brengt wat mensen verder zou kunnen brengen. ‘We hebben ook niet geprobeerd de gunst van mensen af te dwingen, niet bij u en anderen.’ En ‘U herinnert u hoe we dag en nacht hebben gewerkt om niemand van u tot last te zijn.’ Ze hebben hun eigen geld verdiend, lijkt het.

Mensen gelukkig willen maken gaat zomaar over de grenzen van mensen heen. Geluk is een bijproduct, zegt Diederik Stapel, gelukkig wordt je via een omweg. Het is het bijproduct van iets anders. Het ontstaat ongewild, toevallig, zomaar. En daar ligt natuurlijk precies het probleem.’

Ik ben heel benieuwd geworden naar de rest van het boek Zuchten maar check ook mijn eigen praktijk aan de hand van Paulus. Die heeft zo hard gewerkt om gefocused te blijven en zuiver. Nooit zijn werk te doen om er zelf beter van te worden, nooit zijn werk doen om de ander te pleasen. Dat is nogal een uitdaging, zeker als je diep overtuigd bent dat wat je komt doen werkelijk oneindig veel waard is en je boodschap de ander werkelijk gelukkig zou kunnen maken. En dan weigeren om dat op te eisen, enkel je werk doen, op je eigen plek en kijken of het ontstaat.

Ik ben bezig met begrotingen voor het nieuwe jaar met frisse tegenzin. Maar het moet wel gebeuren, nodig om betrouwbaar en transparant te zijn. Nooit om er zelf beter van te worden dus. En nooit proberen om de ander gelukkig te maken, alleen gelukkig geworden door wat ik heb gevonden en door wat ik mag doen, en dat dan zo goed mogelijk doen.

Paulus zegt: ‘U weet dat we voor ieder van u waren als een vader voor zijn kinderen.’ Wat me op het eerste gehoor nogal uit de hoogte overkomt. Papa komt het wel even zeggen. Pas in tweede instantie realiseer ik me dit: een vader wil ook niet anders dan dat het kind gelukkig is, net als de moeder. En weet dat het niet anders dan omstandigheden kan scheppen én nog belangrijker: dat zijn of haar kind niet bestaat om hem gelukkig te maken, iets te geven, te volgen, of wat dan ook. Hij of zij investeert in het kind tot het zijn of haar eigen weg vindt.

Dat zou mijn werk moeten zijn. Bijdragen aan de eigen weg van de ander, de PopUpKerk een tool op de route van een ander om een stap verder te komen in het eigen leven. Geen gelovigen creëren die zich aansluiten, geen mensen gelukkig maken. Het gaat niet, de poging alleen al gaat een grens over tussen jou en de ander. Het is ontspannend maar vraagt me tegelijk voortdurend scherp te blijven op mijn handelen.

Met Karl Popper en Paulus: dat werk wat je is toevertrouwd zo goed mogelijk doen, niet om er zelf beter van te worden en niet om een ander te plezieren. Dat zijn heldere kaders, maar best moeilijk in de praktijk. Toch zouden het wel eens voorwaarden kunnen zijn voor met plezier, gelukkig en wijs je werk te doen.

Jesaja 1:21-31

1 Tessalonicenzen 2:1-12

Lucas 20:9-18