Lang leve Sinterklaas en alle heiligen!

Lang leve Sinterklaas en alle heiligen!

Alain is blij dat we in ons land nog  Sint-feesten kennen. Want natuurlijk, het is een spel, maar wel een heilig spel. En gek genoeg begrijpen kinderen dat beter dan volwassenen.

Dit stuk schrijf ik tussen twee sinten in: Sint-Maarten is geweest en Sinterklaas is het land inmiddels ingekomen. Twee heerlijk Roomse overblijfselen in een dor calvinistisch land waar geen aureooltje boven het maaiveld uit mag steken.

Het verbijstert me, dat Sinterklaasjournaal (hier volgt geen uitweiding over de kleuren van Piet). Ieder jaar hetzelfde liedje: een boot die bijna zinkt, een Piet die de cadeaus dreigt te vergeten of een stuurman die de weg kwijt is. De goedgelovige kinderen slikken het elk jaar voor zoete koek, die slappe verhaallijnen.

Maar zo goedgelovig als wij denken, zijn ze nou ook weer niet. De meesten twijfelen er niet aan of de intocht van Sint wel door kan gaan, ondanks de jaarlijkse suggestie van het Sinterklaasjournaal dat het allemaal in het honderd kan gaan lopen. De meesten stellen geen vragen bij hun schoorsteenloze huis of de plotselinge entree van witte en roetveeg- of regenboogpieten. Zij spelen het spelletje mee.

Het is het vieren van een heilig spel

Dat zouden volwassenen ook moeten leren. Het heiligen-spelletje meespelen. De feesten van Sint-Maarten en Sinterklaas draaien hierom: allereerst is er een persoon die door de gemeenschap op het schild wordt gehesen. Mensen die qua naastenliefde net even wat hoger scoorden dan de rest. Maarten en Nicolaas, in dit geval.

Ten tweede is er een feest waarbij kinderen een rol spelen. Ergens heeft het feest raakvlakken met die naastenliefde. Zo is er de liefdadigheid van Sint-Maarten (Martinus van Tours) die zijn jas aan een bedelaar gaf. Vergelijkbare verhalen gaan rond over Nicolaas, die heel wat mensen van de dood, slavernij of honger zou hebben gered.

Hun levens en hun verhalen, maar bovenal: hun naastenliefde vieren we collectief tijdens de feesten waar deze heiligen hun naam aan hebben gegeven. Niks mis mee, niets meer aan doen, alleen maar winnaars.

Stop met die zure vragen!

Totdat je zure vragen gaat stellen. Zoals kinderen niet al te irritant moeten worden over hoe het nou toch kan, een klein bootje met cadeaus voor miljoenen kinderen, een goedheiligman die maar niet dood gaat en een paard dat de daken van heel Nederland in een nacht kan doen, zo moeten volwassen niet vervelend doen over heiligen.

De protestanten deden dat. ‘Ja, maar stel dat de mensen die heiligen gaan aanbidden, dan worden we straks nog polytheïsten’, of ‘Niemand is goed dan God alleen en het is hoogmoedig om een mens heilig te verklaren’. Hedendaagse atheïsten doen een duit in hetzelfde zakje. Het type dat naarstig zoekt naar onvolkomenheden in het leven van iemand als Moeder Teresa. ‘Wij geloven niet in het bestaan van heiligen, maar we zijn er wel tegen dat deze vrouw heilig wordt verklaard’. Heel naar, allemaal.

Doe mij maar het speelse van die kinderen die voor de buis zitten tijdens het Sinterklaasjournaal en hun kritiek opzichtig laten pareren of zelfs verzwijgen omdat het voortgaan van het verhaal, de geest van het feest voor hen het enige is dat telt.

We hebben allemaal een voorbeeldfiguur nodig

Volgens mij zijn heiligen een onvermijdelijk fenomeen in de menselijke psyche. We hebben allemaal wat rolmodellen nodig, mensen die ons het ene of het andere goede voorbeeld geven. Die wij vervolgens kunnen vieren, speels idealiseren en tegelijkertijd vooral proberen na te volgen.

Als protestant, opgegroeid in een kerk waar alle heiligen al eeuwenlang zijn uitgebannen, heb ik onbewust mijn eigen heiligen om me heen verzameld. Bono was degene die me als evangelische tiener liet zien dat je als gelovige ook de rauwe werkelijkheid mocht benoemen. Paul McCartney was de eerste die mij aanzette om een dagje minder vlees per week te eten. Leonard Cohen zaliger leefde me voor dat het je plicht is om de grote nederlaag die het leven kan zijn te larderen met woorden van schoonheid en spiritualiteit.

Zo simpel kan het zijn. Ik geloof in mijn heiligen zoals een kind in het Sinterklaasjournaal gelooft. Ik volg hen na in de dingen waarin ze navolging verdienen, ik hijs hen op het schild op een speelse, licht overdreven manier omdat ze mijn leven mooier en mijn daden soms iets beter maken.

Lang leven de heiligen!

Ook mijn heiligen lenen zich voor kritiek. Bono met z’n belastingomzeiling, McCartney die milieutechnisch beter vlees kan eten dan dat hij wekelijks vliegtuigen huurt om zijn tours te faciliteren en Cohen die twintig jaar geleden al lang klaar met ons allemaal was, maar uit geldnood toch maar weer ging optreden.

Maar die flauwe vragen stel ik niet. Dat is valsspelen, zo gaan de regels van het spelletje niet. Ja, Obama stuurde drones, maar als symbool was hij vele malen hoopgevender dan de presidenten voor en na hem. Ja, de paus staat aan het hoofd van een homofobe, patriarchale organisatie, maar als publiek figuur is hij vele malen hoopgevender dan de meeste pausen voor hem.

We volgen hen na in het mooie dat ze doen en filteren precies uit waarin we hun voorbeeld maar even beter links kunnen laten liggen – zoals kinderen die het Sinterklaasjournaal zien ook wel begrijpen welke vragen en kritiekpuntjes ze het best even kunnen negeren om het vuur van het heilige spel, het eeuwige verhaal en de soms slappe, soms diepe morele les brandend te houden.