Almatine bezoekt op zondag haar rooms-katholieke buurtjes en voelt zich wel op haar gemak

Almatine bezoekt op zondag haar rooms-katholieke buurtjes en voelt zich wel op haar gemak

Almatine gaat met dertig gemeenteleden naar de lokale rooms-katholieke kerk in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch, waar ze werkt als onderzoeker en predikant. Ze voelt een steek van jaloezie in haar lijf als de pastoor spreekt over eenheid in zijn kerk.

Op onze jaarlijkse vakantie in Zuid-Frankrijk namen mijn ouders mij al op jonge leeftijd mee naar de rooms-katholieke mis. De vaak imposante kerken kenden lege banken en ik begreep weinig van de Franse en Latijnse taal en de vreemde symbolische handelingen. Toch maakte het veel indruk en werd het katholicisme niet slechts een stroming waarvan ik op school leerde, maar vooral een realiteit.

Ik ging er onbewust van uit dat veel meer protestantse christenen weleens een rooms-katholieke dienst bezoeken, maar als ik dat aan anderen vroeg, viel dat tegen. In onze gemeente in Stellenbosch ontdekte ik veel vooroordelen en onkunde over Rome, gewoonweg omdat men geen katholieken kent of ooit een eucharistieviering heeft meegemaakt.

Daarom zijn we dit jaar het project ‘Meet the neighbours’ gestart. Op drie zondagavonden in het jaar bezoeken we achtereenvolgens een charismatische kerk, een gereformeerde ‘kleurling’ kerk en de rooms-katholieke St. Nicolas van Stellenbosch. Omdat die laatste dienst in het Engels was, en ik inmiddels een studie theologie achter de rug heb, kon ik voor het eerst alles volgen.

Ons bezoek aan de lokale parochie

Als we met een groep van ongeveer dertig gemeenteleden de katholieke kerk binnenkomen, worden we van harte welkom geheten door vader Wim. Het gebouw is verre van imposant. Het is voor Zuid-Afrikaanse begrippen redelijk oud (1771), maar het verraadt zijn oorspronkelijke gebruik, namelijk die van een wijnkelder.

St. NicholasOpvallend is dat er niet slechts een paar blanke oude mensen (zoals in Frankrijk) in de kerkbanken zitten, maar vooral studenten uit alle uithoeken van de wereld. De avondmis is dit keer in het Engels, maar de kerk houdt ook diensten in het Xhosa, Afrikaans en Latijn.

Die laatste taal komt op mij altijd afstandelijk over. Maar als ik daarover in gesprek ga met vader Wim, legt hij uit dat niet het Engels maar juist het Latijn de verbindende taal is aangezien elke katholiek dat verstaat. Er gaat ineens een steek van jaloezie door mij heen. In Zuid-Afrika is veel verdeeldheid door taal en dat maakt het moeilijk om met verschillende culturen een eredienst te houden. Voor rooms-katholieken blijkt dat dus geen probleem. Misschien moeten we als protestanten toch eens overwegen het Latijn weer in te voeren!

Hangt er iets wat onze muren kan opfleuren?

Toch valt de kloof tussen gereformeerden en katholieken juist in de eredienst op. Het gebouw oogt bijna als een museum met alle beelden en symbolen. Mijn behoefte aan beleving vindt dat prettig en ik probeer tijdens de dienst te kijken of er niet iets hangt dat ons saaie kerkgebouw zou kunnen opfleuren. De gedachte dat beelden afleiden, zoals ik vroeger op school leerde, heb ik al lang ingeruild voor de gedachte dat beelden in onze tijd onmisbaar zijn.

De beleving valt niet alleen op in wat je ziet, maar ook in wat we moeten doen. Ik denk dat we minstens twintig keer opstaan. De korte, doch actuele preek van vijf minuten is het langste moment zonder participatie. Het participerende (knielen, reciteren) spreekt mij aan, want het maakt de dienst actief. Maar ik hoor van de jongeren die mee zijn dat ze het vreemd en vermoeiend vinden. Ook het zingen vinden ze saai, want muzikale begeleiding ontbreekt, uitgezonderd van een paar voorzangers. Ze geven zelfs aan dat ze een langere preek fijner zouden vinden. Kijk, zo leert iedereen nog eens een lange preek waarderen.

En toen werden de buren onze vrienden

Ik reflecteer nog even op de reactie van de tieners. Misschien is de belevingscultuur – op een passieve manier – al verder de gereformeerde kerken ingeslopen, als je de beelden en symbolen even links laat liggen. Een uur op je stoel zitten en twee keer staan, geeft het idee dat je naar een show kijkt. De preek moet je raken en je geloof verdiepen, de muziek en het gebed het liefst zo meeslepend zijn als mogelijk. Participatie is minimaal, want het gaat voornamelijk om ontvangen. Deze katholieke dienst staat dat niet toe. En toch kan het reciteren en de vaste liturgie ook een onpersoonlijke sfeer scheppen en een show zijn, waardoor de participatie niet tot zijn recht komt.

Hoewel de dienst grote verschillen blootlegt, voert verbondenheid de boventoon, omdat we samen – juist omdat we zo verschillen – God aanbidden. Vader Wim nodigt ons uit om de eucharistie mee te vieren en daarna eten en drinken we samen. Dit samen vieren en eten en drinken, versterkt onze banden. Zo wordt het meer dan een bezoek. Volgend jaar komen we weer, maar dan als vrienden en niet als buren.