Er is meer goed dan je denkt

Er is meer goed dan je denkt

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Er is meer goed dan je denkt – PopUpGedachte maandag 5 december

Het is goed koud buiten onder de sterrenhemel, in de vrieslucht fonkelen sterren, een enkele stadsbewoner tegenover ons heeft het licht al aan en is zich aan het voorbereiden op een nieuwe werkdag. Zwartblauw en warmgeel zijn de kleuren van de donkere ochtend, het is maandag, een nieuwe week in de laatste maand van het jaar.

Een van de fragmenten uit de Bijbel die vanochtend door de monniken op tafel wordt gelegd is deze, een stukje van de oude profeet Jesaja: ‘ Wee degene die het goede kwaad noemen en het kwade goed, die het licht tot donker maken en het donker licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet.’

Tot zover het relativisme. Er zijn blijkbaar dingen goed en die moet je niet slecht noemen. En er zijn dingen slecht en die moet je niet goed noemen, want dan gaat het mis. Dit fragment haakt in mijn gedachten vanochtend. Het brengt me naar dat vreemde woordje ‘gutmensch’ wat in onze context gebruikt wordt voor mensen die volgens sommigen té graag het goede doen. Die ermee te koop lopen of die het doen ten koste van anderen. Die het eigenlijk doen tegen je wil in. Mensen die vluchtelingen zouden willen ophalen als de Nederlandse regering het niet doet, bijvoorbeeld. Linkse gutmenschen zonder verantwoordelijkheidsgevoel. Het is fascinerend dat het woordje Gutmensch wordt gebruikt. Goed als scheldwoord. Goed-mens als Slecht-mens. Goed-heilig-man als slecht-irritant-man of vrouw. ‘Wee degene die het kwade goed noemen en het goede kwaad’ – met als enige voordeel van het begrip Gutmensch is dat sec gezien de spreker erkend dat het op zichzelf een goed ding is wat de ander voorstaat. Hij of zij haat hem ervoor, die goeddoenerij, maar hij noemt het tenminste nog ‘goed’ al is elke waarde uit dat woord verdwenen.

Het kan niet en het mag niet, zegt deze tekst. Noem goed geen kwaad, ook als het je niet uitkomt. Hou vast gutmenschen aan het goede dat je zou willen doen, dat het goed is – maar doe het dan ook omgekeerd, ga niet de ander uitmaken voor moreel-laag, voor slecht mens, want er is meer goed dan je denkt.

Als ik met mijn inspanning voor de vluchteling, wordt kapotgescholden is er de neiging om de ander te zien als het kwaad. Ik voel me dan zomaar op een soort ‘goddelijke’ missie en alle weerstand is dan het kwaad dat me probeert tegen te houden en dat overwonnen moet worden. En dat is natuurlijk onzin. Er moet heus iets overwonnen worden, maar dat zijn niet die mensen, dat is een onderdeel van hun visie, niet henzelf.

Ook ik mag niet hun oproep om eerst voor de ouderen te zorgen en voor de mensen die bij de voedselbank lopen, betitelen als slecht omdat het me niet uitkomt. Hun pleidooi is namelijk vrij identiek aan de mijne, al heb ik uit de verte de indruk dat het vooral een stok is om mij mee te slaan, toch wil ik ook met hen niet het risico lopen het goede kwaad te noemen en andersom, het licht duister en het duister licht, want er moet absoluut beter gezorgd worden voor mensen bij de voedselbank. Het is een punt van schaamte voor een land dat er veel mensen afhankelijk zijn van een voedselbank. Het is terecht om ons daarvoor te schamen, ook al weet je niet meteen een oplossing.

Er is meer goed dan ik denk en ik moet het leren zien. Dus het antwoord op het verwijt dat we eerst maar eens moeten zorgen voor onze eigen mensen in nood mag geen haat, verwijt of agressie zijn. Het moet een erkenning zijn dat we beter moeten zorgen voor die mensen in nood maar dat we de twee groepen in nood niet tegen elkaar moeten uitspelen, vluchtelingen en eigen armen – maar dat we samen onszelf en de regering moeten oproepen om beter voor hen te zorgen. Als ik het niet fijn vind dat het goede wat ik zoek voor slecht wordt versleten, moet ik het goede dat verborgen zit in de weerzin van de ander niet ontkennen maar bevestigen.

Zonder op te houden het goede te doen. Begrip hoeft niet automatisch te resulteren in het opgeven van de eigen weg. De teksten van vanochtend waarschuwen ook dat uiteindelijk aan het licht zal komen wat goed was en niet – en dus is het mijn verantwoordelijkheid om het goede te vervolgen wat ik zie. Vol te zoeken naar het goede voor de vluchteling – én als de tegenstander iets organiseert om de voedselbank te ondersteunen er ook bij te zijn. Want dat strijdt helemaal niet met elkaar. Uiteindelijk komt aan het licht wat het goede was om te doen. Een ander kan mijn intenties veroordelen, maar ze niet kennen. Ik kan de intenties van de ander niet kennen. Wat blijft is of je naast mensen in nood bent gaan staan, de vraag is niet wie de naaste is die ik precies moet liefhebben – of dat de pvv-er is, de voedselbankbezoeker of de vluchteling – de vraag is voor wie ik een naaste ben geweest in mijn leven en of ik een naaste ben geweest. Er is meer goed dank je denkt. Laten we het goede doen en dat wat goed is altijd goed noemen. Opdat het licht wordt.

Jesaja 5:8-12, 18-23

1 Tessalonicenzen 5:1-11

Lucas 21:20-28