Jezus was geen hoogste benadering van een ideaal – Jezus is de unieke Godmens

Jezus was geen hoogste benadering van een ideaal – Jezus is de unieke Godmens

Met kerst vieren we de komst van Jezus. Volgens de Deense filosoof/theoloog Kierkegaard is hij de unieke verschijning van God als mens. Een visie die verregaande consequenties heeft, legt Kierkegaard-kenner Geert Jan uit.

Mijn vorige blog eindigde met een lang citaat van Kierkegaard over ‘de Godmens’ als teken van tegenspraak. Daarmee heeft Kierkegaard het over Jezus Christus, de concrete, historische Jezus van Nazareth. De mens die het mysterie in zich draagt dat ‘hij en de Vader één zijn’, dat hij ‘de weg, de waarheid en het leven’ is. Dat hij moet lijden en sterven om dat te doen wat op de een of andere manier onmogelijk leek: verbinding leggen tussen de Eeuwige en de van Hem vervreemde, tijdelijke mens.

Die Jezus die na zijn dood niet dood bleek.

Boodschap van universele compassie

Voor Kierkegaard is dat concrete, historische niet een toevallig vormpje waarin de boodschap van universele compassie verpakt werd om – als een van vele manieren – duidelijk te maken dat God liefde is.
Voor hem was Jezus geen ‘hoogste benadering’ van een ideaal dat vele anderen ook hebben uitgedragen en geprobeerd na te leven. Jezus is de unieke verschijning van God als mens. Daarmee is als nooit tevoren en als nooit daarna het concrete, individuele aangewezen als de plek waar tijdelijkheid en eeuwigheid elkaar raken. Daarmee is de onooglijke dienstbaarheid van een timmermanszoon de vindplaats voor de Allerhoogste. Dat is geen inzicht, geen ideaal of mensbeeld. Die vindplaats is een geleefd leven, een gebeuren, een rondlopende man zonder plek om zijn hoofd neer te leggen.

Als er meer van dat soort mensen zouden zijn (geweest) dan ging het uiteindelijk om het idee dat uitgedragen werd, om de waarden die belichaamd waren, om die visie die verkondigd werd. Dan zou de figuur van Jezus, en het christendom erachteraan, op enig moment overbodig kunnen zijn geworden. Dan zou het idee van God als de Geheel Andere, die toch aan ons gelijk werd mét het Theïsme kunnen worden bijgezet in de rij van de vele ideeën die hun tijd op enig moment weer hebben gehad. Dan zou het Universele, het Ultieme, vele uitwisselbare gezichten kunnen hebben.

We are the world?

Tegen die gedachte verzet Kierkegaard zich vanaf zijn eerste tot zijn laatste geschriften. Die visie op de waarheid is nog steeds van grote invloed, juist onder mensen die zich progressief opstellen in het multi-religieuze debat. Als we maar in staat zijn om de abstractie van ons denken zo ver op te voeren dat de verschillen teruggebracht worden tot kleurrijke illustraties van een daarachter, daarboven liggende waarheid, dan komt het allemaal wel goed.

Dat type denken ziet een ontwikkeling van exclusief- via inclusief- naar pluriform-religieus bewustzijn. In dat laatste ‘stadium’ komt dan hopelijk iedereen op het hetzelfde punt uit: ‘we are the world, we are the people, lala lalala’.

Dat denken is echter helemaal gebouwd op het schema van de Verlichting, juist als het gaat om de aanspraak op ‘de waarheid’. Het objectieve waarheidsbegrip wordt niet fundamenteel achter gelaten, het wordt alleen maar een treetje hoger gebracht. Hoewel het ‘kale’ verstand niet meer de boventoon voert, is het in diepste wezen een vorm rationeel systematisch denken voor hoger opgeleiden, ook als het meer gevoelsmatig wordt verwoord, zoals in de Romantiek.

Een stem die zegt dat je je kruis moet opnemen

Maar nu dreig ook ik nogal abstract te worden. Om het in meer ‘mysterieus-eenvoudig’ jargon à la Kierkegaard te gieten: al dat abstracte gedoe denkt vooruitgang te kunnen boeken zonder de meest noodzakelijke van alle stappen te zetten. De stap zonder welke we eindeloos zullen blijven vervallen in kansloze nieuwe plannen en programmaatjes om de wereld te verbeteren. De stap om oog in oog te durven komen met onszelf in de erkenning dat we uit onszelf nergens toe in staat zijn.

Want dat is de ultieme consequentie van het verhaal van die onooglijke dienstknecht die aan een kruis eindigde, maar die daarmee niet verdween: de aanwezigheid van een roepstem die je niet (alleen) vraagt om van alles te verkopen en iets goeds te gaan doen, maar die het heeft over je kruis opnemen en iemand achterna gaan die zelden wist waar hij ’s avonds zou slapen.

Universele waarheid? Dacht het niet!

Dat leidt tot een leven waarin je heel goed kunt samenleven met mensen met een totaal andere overtuiging, daarvan is Kierkegaard, en daarvan ben ik, overtuigd. Maar zo’n leven bestaat niet (alleen) uit het je verdiepen in de waarheid van die ander om daar de universele waarheid uit te destilleren.

Zo’n leven begint nog veel minder bij het zo goed mogelijk onder woorden brengen van ‘onze waarheid’ (in al dan niet verlichte vorm). Zo’n leven begint in de stilte waarin je je ‘voor God’ weet en zicht krijgt op alle weerstands- en verdedigingsmechanismen, waarmee je barstensvol zit. De stilte waarin je geen nieuwe doelen aangereikt krijgt, maar waarin je gaat realiseren dat al de doelen die je erop nahoudt je alleen maar verder bij de bron vandaan brengen. De stilte waarin je tot ‘niets’ wordt, waarin je jezelf onmogelijk meer bij elkaar kunt houden, maar ontdekt dat dat ook niet meer hoeft. Je wórdt bij elkaar gehouden. Onder je blijken zich eeuwige armen te bevinden. Armen met de kracht van een leeggebloed lijf ergens op een achterafplek in het Midden-Oosten. Zo akelig en onmogelijk concreet is het.

Abstracte universele waarheid over liefde? Ammehoela!

De Godmens is een enkele mens – niet een fantastische eenheid die nooit geëxisteerd heeft dan sub specie aeterni. En hij is alles eerder dan een docent, die direct doceert voor woordenkramers, of voor snelschrijvers paragrafen dicteert. Hij doet precies het tegenovergestelde, hij maakt de gedachten van het hart openbaar.
(Kierkegaard, Oefening in Christendom)