Jezus stelt vragen aan… Arjen Boekhold (Tony’s Chocolonely)

Jezus stelt vragen aan… Arjen Boekhold (Tony’s Chocolonely)

Jezus hield van vragen. Zijn retorische, maar ook persoonlijke vragen zijn tweeduizend jaar na dato nog steeds confronterend. Vandaag stelt hij ze aan Arjen Boekhold, ketenregisseur bij Tony’s Chocolonely.

Heb je iets te eten?
‘Jazeker, ik heb elke dag een stuk chocola voor je. Maar het is geen gewone chocola. Het is eerlijke chocola met een boodschap. Ik wil graag dat je door de reep beseft dat er een verhaal achter chocola zit, dat er cacaoboeren zijn die hun familie niet kunnen voeden, dat werknemers op plantages worden uitgebuit. Daarom geef ik je alleen ongelijke stukjes; op deze wereld zijn de dingen namelijk ongelijk verdeeld.’

Waar loop je toch over te praten?
‘Ik heb het over moderne slavernij. Het klinkt misschien raar dat ik daar anno 2016 nog over praat. Net als jij vragen de mensen vaak: ‘Arjen, waar heb je het toch over?’ Maar er is vandaag de dag meer slavernij dan ooit tevoren. Niet alleen in de cacaosector, maar ook in de textielindustrie, of in steengroeves.

In Burkina Faso en Mali worden kinderen met smoesjes bij hun ouders weggehaald om op cacaoplantages te gaan werken. Wij schatten dat er 90.000 gevallen van moderne slavernij zijn in de cacao-industrie in West-Afrika. Dat is onrecht en daar kan ik gewoon niet tegen. Daar moet ik iets tegen doen.’

Wie denk jij dat ik ben?
‘Je bent voor mij een wijze leraar; jij pakt onrecht aan, je staart je niet blind op regels, maar stelt de mens centraal. Ik kom uit een gereformeerd gezin, op zondag gingen we naar de kerk en mochten we geen ijsjes kopen. Jij en God waren voor mij belerende en strenge ver-van-mijn-bed-personages, waar ik niets mee kon. Jarenlang hoefde ik niets met je te maken te hebben, maar toch had jouw boodschap onbewust wel invloed op de keuzes die ik maakte. Nu geloof ik dat jij en God een synoniem voor liefde zijn.’

Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?
‘Ik ben altijd kritisch geweest, maar nooit cynisch. Ik was veertien toen de dominee tijdens catechisatie vroeg wie God was. Ik zei: Misschien wel een klein, groen marsmannetje. Ik mocht nooit meer terugkomen. Het gevaar van religie is dat het dogmatisch wordt en niet meer open is. Terwijl ik geloof dat je door twijfel juist dichter bij de waarheid kunt komen, omdat je aannames ter discussie stelt en ze heroverweegt.

Ik bezoek nu soms De Nieuwe Liefde, de ‘kerk’ van Huub Oosterhuis. Iedereen is er welkom en er is ruimte voor twijfel. Ik weet niet hoe je deze vraag precies bedoelt, maar ik krijg het idee dat jij afkeurend tegenover mijn twijfel staat. Als dat zo is, vind ik dat wel een aandachtspunt; iets waar je zelf eens over kunt twijfelen, misschien.’  

Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefhebben?
‘Pff, die is diep hoor, daar moet ik even over nadenken.’

(Stilte)

‘Soms gaat het inderdaad vanzelf: je ontvangt liefde van iemand en geeft die automatisch terug. Maar ik geloof toch dat het altijd een verdienste is om van iemand te houden, hoewel dat woordje me te negatief in de oren klinkt. Ik zou liefde eerder een mooi wonder noemen, waarvoor gewerkt moet worden.’

‘Toch is liefhebben wie jou liefhebben makkelijker dan liefde voor de vreemdeling; bijvoorbeeld voor de anonieme boer aan de andere kant van de keten. Ik wil ernaar streven ook hem te kennen en hem te zien als gelijke. Want als je met elkaar verbonden bent, kun je samen werken aan een beter leven, ook al is hij duizenden kilometers verderop – ook dat is liefde.’

Hoe kun je iets goeds zeggen terwijl je zelf slecht bent?
‘Ik moet denken aan een citaat dat ik vorig jaar hoorde: Je kunt beter inconsequent goed doen, dan consequent niets doen. Daar sta ik helemaal achter. Je kunt iets goed zeggen terwijl je zelf niet perfect bent, zolang je daar eerlijk over bent. Dat doen we bij Tony’s ook: we geven toe dat het ons nog niet lukt de chocola altijd honderd procent eerlijk te maken. Trouwens: belangrijker dan iets goeds zeggen, is iets goeds doen, vind ik. En daar gaat het in de cacao-industrie nogal eens fout.’

Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal ik het vergelijken?
‘Het koninkrijk waar ik van droom, is een wereld waarin iedereen een waardig leven leidt en over basisvoorzieningen beschikt. Een wereld waar de liefde is – dat is voor mij hemel op aarde. Maar daarvoor moeten mensen zelf hun verantwoordelijkheid nemen, en die niet afschuiven op een ander. Leven in zo’n wereld zou ik vergelijken met een goed stuk eerlijk verdeelde, pure chocola dat langzaam in je mond smelt…’