Kom maar op met die oceaan van pure kerstkitsch!

Kom maar op met die oceaan van pure kerstkitsch!

Een gesprek met publicist Stephan Sanders zorgde ervoor dat Wolter toch even anders naar kerst ging kijken: ‘In iedere aangestoken kaars, in iedere kerstkrans en ieder glas glühwein, genuttigd in de nabijheid van een levende kerststal, incarneert de Zoon van God.’

‘En Maria, ja natuurlijk, Maria.’

Voor Stephan Sanders hoorde zij er vanzelfsprekend bij toen hij die avond in november vertelde over zijn recente proces van ‘proefgeloven’. Sanders is wat je kunt noemen een publieke intellectueel, die sinds enkele jaren in artikelen in Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer begint te schrijven dat hij misschien maar gelovig moet worden. En er achter komt dat dat geloof – vooral in de katholieke vorm – hem als gegoten zit. Schreef ik op Lazarus eerder dat het atheïsme voor Mike McHargue een ware coming out vereiste in zijn Southern Baptist omgeving, voor Stephan Sanders vergt het zich bekend maken als ‘gelovige’ een soortgelijke coming out in het gezelschap van zijn agnostische vrienden.

Bidden deed hij altijd al

In het Dominicanenklooster in Zwolle vertelde hij zijn verhaal en ik mocht hem interviewen. Een van de dingen die mij opvielen was hoe ‘natuurlijk’ het geloof bij Sanders leek te passen. Bidden, dat deed hij eigenlijk altijd al. Alleen het adres van zijn monologues intérieurs wordt nu meer geëxpliciteerd. God als ‘je echte’ Vader en Maria als Moeder – het sluit naadloos aan bij de existentiële zoektocht van de geadopteerde Sanders, die weet dat zijn ‘echte ouders’ niet de ouders zijn die hem opvoedden. ‘Wij hebben hier geen blijvende stad’. Tuurlijk, weet ik toch?

De avond bepaalde me er weer bij hoe belangrijk ervaarbare, lichamelijke, zintuiglijke symbolen zijn voor het geloof. Sanders’ geloof is in zijn biografie – om niet te zeggen: in zijn lijf – geïnscribeerd. En, voeg ik er aan toe, voor wie geldt dat eigenlijk niet?

Oh, die christelijke zeikerds…

Het geldt blijkbaar niet voor al die christelijke zeikerds die deze kerst weer gaan roepen dat de lichtjes en de kerstbomen niets met kerst te maken hebben. Maar ik zeg u: in iedere aangestoken kaars, in ieder lampje, in iedere kerstkrans en ieder glas glühwein, genuttigd in de nabijheid van een levende kerststal, incarneert de Zoon van God.

‘Geloof, dat is iets heel anders dan religie hoor!’ Kent u die uitdrukking? Ik wel, tot vermoeiens toe moet ik die weer opnieuw horen. Velen hebben dit geleerd van de New Yorkse predikant Tim Keller, die het op zijn beurt denk ik weer van de Zwitserse theoloog Karl Barth geleerd heeft (‘Religion ist Unglaube’). Ik vind het een uiterst verdachte manier om het christelijk geloof te ‘zuiveren’ van het menselijke, het aardse, het ervaarbare. Datzelfde sentiment ligt onder bovengenoemde kerstkritiek. Angst voor het heidendom in christelijk gewaad. En hou je maar vast, want binnenkort gaat Peter Rollins dat register ook weer volop opentrekken. En natuurlijk gaat hij de werkelijke ‘subversieve, radicale’ boodschap van kerst dan wel naar voren halen. Zonder de lichtjes, de kerstbomen en de wanstaltige muziek.

Oceaan van pure kerstkitsch

Akkoord, over dat laatste zijn we het eens. Maar voor de rest? Het binnenhalen van groene takken in een kale winter. Het binnenhalen van licht in een wereld die niet donkerder kan zijn. Het is toch de ultieme ‘subversieve’ daad? Het vieren van Leven te midden van de dood. En het mooie is: iedereen begrijpt het. Iedereen verlangt het. De oceaan van pure kerstkitsch en de immense commerciële toe-eigening van dit feest getuigen ervan hoezeer het gaat over een diep menselijk verlangen.

En menselijke verlangens kunnen niet zonder menselijke verbeelding. Kunnen niet zonder menselijke, ervaarbare, lichamelijke symbolen. De lichtjes van Kerst afschrapen en dan menen ‘de ware boodschap’ over te houden, is hetzelfde als zeggen dat het Woord wel tof was, maar dat het niet zo nodig vlees had hoeven worden. Protestants dedain over Kerst is dedain over de geïncarneerde God.

En Maria? Moet die er ten slotte ook bij? De schriftuurlijke argumenten pro en contra Maria-verering noemt u maar lekker in de comments. Zelf weet ik alleen dat het zingen van het onderstaande Marialied met m’n koor me altijd weer diep raakt (en dit! En ik kan er véél zoetere noemen!).