Wat uit je handen komt

Wat uit je handen komt

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Wat uit je handen komt – PopUpGedachte 19 december 2016

Het is maandagochtend, een klein beetje winter hangt in de lucht, de kale takken priemen omhoog, steken zwart af tegen de koudblauwe ochtendhemel. Het is stil. Verderop in de wereld vallen bommen, niet alleen in Aleppo, ook in Jemen en zoveel andere oorlogsgebieden. En er zijn zoveel meer vormen van onveiligheid, toch staan daar ook mensen op balkons, daken en in voordeuren naar de hemel te staren. In de hoop dat iets ingrijpt? Rust geeft? Troost? In woede? Eenzaamheid? Frustratie? Er wordt gekeken en gezocht en beseft – misschien dat nog wel het meest – hoe klein we zijn. Hoe wijsheid fijn zou zijn, en overzicht en rust in de ziel en dat soort dingen.

Dan ga ik aan de eettafel zitten en sla de teksten van de dag open zoals die op het leesrooster staan. Oude teksten op weg naar Kerst want dat is het bijna. Aankondigingen van het grote gebeuren van de komst van de Zoon, de Messias, de wijsheid in eigen persoon, de komst van de oplossing, dat is wat Kerst volgens de teksten beloofd en in die zin zou je Kerst in het jaar 0 best wel teleurstellend kunnen noemen. Niks geen oplossing, niks geen vrede op aarde, sterker nog: een hele hoop strijd op aarde, juist ook om en rondom dat kerstkind. Toen hij opgroeide geloofden ze weinig van zijn wereldimpact, van zijn messiasschap, van zijn oplossingswaarde. Ondertussen heeft zijn verhaal zich vanuit dat vlekje in het Midden-Oosten de hele wereld over verplaatst, dat wel. En nog vragen we ons af wat we dan over hem moeten geloven. Dat is op zijn minst fascinerend. Wereldwijde impact en nog steeds dezelfde vragen: wie is die man? En natuurlijk ook: waarom zonodig weer een man, maar dat is voor een andere dag en dan praten we over Maria en al die andere absoluut onmisbare reddende vrouwen van de wereldgeschiedenis.

Wie is die man? In Johannes 5, de vierde biografie over Jezus doet hij een aantal genezingen. En dat vinden niet alleen wij ongeloofwaardig, dat vonden zij toen ook al. Ze vonden het irritant, niet passend in het kader en schokkend omdat hij het ook nog deed op heilige dagen en dat geeft het ook nog een aura van goddelijkheid. Alleen de mensen die genezen waren of zich wilden laten genezen vonden het natuurlijk fantastisch. De mensen die verantwoordelijk waren voor de rust onder het volk werden er gek van. Wij vinden die wonderen onmogelijk. Zij ook. Moet iets achter zitten, wat niet klopt. Wij denken dat de schrijvers wat bij elkaar verzonnen hebben, die luxe hadden de omstanders niet; die weten het aan kwade krachten en slechte magie of volksmennerij of wat dan ook.

Jezus van Nazareth erkent in de lezing vanochtend: ‘Als ik nu over mezelf zou getuigen, dan was mijn verklaring niet betrouwbaar.’ Een slager keurt niet zijn eigen vlees, Jezus kan niet zichzelf een sticker opplakken met Messias, de oplossing of hoe het ook heten mag. ‘maar’ zegt hij ‘iemand anders getuigt over mij’ en dan verwijst hij naar Johannes de Doper waar iedereen een hoge pet van op had. En hij zegt ‘Wat ik doe getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden.’

Het is alsof hij afstand neemt van zijn directe handelen. Alsof hij ook verbaast staat te kijken wat er gebeurt als hij mensen de handen oplegt. Als de pianist die tot zijn verwondering melodielijntjes na één keer horen zo neerlegt op de piano en ze dan automatisch ook nog verfraait. Mijn vrouw die als heel jong kind al wist dat blauw en geel mengen groen opleverde. Voor haar de normaalste zaak van de wereld, die al huizen bouwde met lego, vanzelfsprekend. En pas achteraf zag dat het er toen al in zat. En interieurarchitect wordt. Iemand die ruimtes bouwt, weet wat kleuren betekenen, enzovoorts.

Jezus zegt: ‘ik kan niets doen uit mezelf’. Het overkomt hem min of meer. Hij constateert en laat anderen constateren op grond van wat er gebeurt wat blijkbaar zijn rol is. En dan worden er mensen genezen, wordt er op feesten heel veel wijn gemaakt, beginnen mensen weer te geloven, te hopen en lief te hebben omdat ze uit de benarde positie, van de vastzettende sticker van melaatse, blinde, heiden, zondaar of wat dan ook zijn verlost. En zoals iemand die uit de piano bijna automatisch iets moois weet voort te brengen en dus wel pianist zal zijn, of muzikant, of zoiets, zo getuigt het werk van de messias van Jezus van Nazareth. En dat is aan een ieder om te beoordelen. De slager hoeft zijn vlees niet te keuren, dat doen de klanten wel. En als de vleeskeuringscomissie zegt dat het slecht vlees is maar de klanten lopen ermee weg, dan is of de slager een bedrieger of de keuringscomissie heeft het niet begrepen.

Wat komt bij jou en mij uit de handen? Wat stroomt er? Ik hoef dan niet zelf te vertellen wie of wat ik ben, mijn plek te veroveren of andere moeilijke dingen. Ik kan blij zijn dat ik iets kan, zonder verwaandheid, want iets is me gegeven om te doen. Het is me toegevallen, opgedragen. En wie ik dan ben? Wat uit mijn handen komt, mag dan over mij getuigen. Ook als het geen formele banen zijn, ook als ik zelf burn-out in de lappenmand ligt, wat ik doe getuigt over mij, wat er uit mijn handen komt in helende, makende, liefhebbende of zorgende zin. Daarvoor ben ik gemaakt. Of dat nu mijn werk is of niet.

Jesaja 11:1-10

Openbaring 20:1-10

Johannes 5:30-47