Hoge muren, machtige torens

Hoge muren, machtige torens

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Hoge muren, machtige torens – PopUpGedachte Donderdag 1 december,

Dat was het dan. Enigszins leeg zit ik gisteravond op de bank en scroll door alle facebook- en twitterberichten die voorbij komen over WeGaanZeHalen, onze protest-optocht gisteren. De hele dag heb ik gezegd hoe fantastisch dit was tegen elke camera, microfoon en voorbijganger. En dat was het. Maar met het einde komt de moeheid, de veelheid en de leegte.

Honderden auto’s stonden opgesteld, een bataljon politie was uitgerukt om het in goede banen te leiden, politici stonden klaar om het in ontvangst te nemen en het nieuws zat er bovenop. Wat een geluk. Het team straalt. En discussieert met de politie, onderling en met de vertegenwoordiger van de staatssecretaris die het zelf niet in ontvangst kan nemen. En dat gaat vriendelijk, maar de zienswijzen zijn nogal eens verschillend.

We zijn trots. Trots dat we gehoord zijn door een onbenaderbaar orgaan, dat normaal gesproken over onze hoofden beslist en waar we tegen kunnen protesteren door eens in de zoveel tijd een rondje rood te kleuren. Gisteren niet, gisteren konden we even interrumperen in het lopende proces.

En dan staat er vanochtend in Jesaja, de oude profeet: Op die dag (de dag of het moment van Gods ingrijpen) zal de Heer van de hemelse machten zich keren tegen ieder die hoogmoedig is en trots tegen ieder die zich verheven acht – ze worden vernederd! Tegen iedere hoge toren, tegen elke machtige muur, tegen alle trotse handelsschepen, schepen met kostbare lading, wie hoogmoedig was, buigt het hoofd, wie trots was, bijt in het stof. Want de dag komt dat alleen de heer hoogverheven is.’

Mijn eerste gedachte: dat wil ik best graag zien – dat ieder die zich verheven acht in het stof bijt, dat machtige muren en trotse eigen economische belangen het afleggen tegen een grotere kracht. Maar ben ik zelf ook niet gewoon de trotse? Daar op die wagen uitroepend over de aanwezigen dat het zichtbaar wordt op een dag als deze dat Nederland niet alleen een onderbuik heeft maar ook een hart? Ik was zo blij dat die quote me nog weer inviel, ik had wel iets voorbereid maar veel te weinig voor deze speech en stond daar al sprekend wanhopig te zoeken naar die ene zin die het zou samenvatten. Toen viel deze me in, uit een column. En ik was blij, de aanwezigen riepen en toeterden. Dat is wat het is. Onze trots. Onze gezamenlijkheid. Ons gevoel van we staan daar en dit is goed. Het is terecht om onszelf te checken of we ons niet hoogverheven voelen boven de anderen, die nee zeggen, die in spanning zitten, die ‘de onderbuik’ heten. Omdat het niet eerlijk is, omdat we elkaar ons menszijn moeten gunnen. En toch ook kunnen vinden dat sommige dingen niet mogen, zoals mensen laten kreperen in tentjes in de winter – er ligt in sommige kampen al sneeuw over de fragiele tentjes waarbinnen niets meer goed droog te krijgen is en mensen hier en daar als enig schoeisel een paar sloffen hebben. Overtuigd zijn zonder weer neer te kijken. Bij onszelf houden, een missie voelen maar kwetsbaar blijven.

Aan het eind van de dag, toen de demonstratie over was en alleen een paar initiatiefnemers de replica’s van alle nummerborden zouden overhandigen, liepen we te zeulen met vuilniszakken met die platen richting het departement van Veiligheid en Justitie. Ze wilden niet naar het Binnenhof komen, iets met protocol. En we waren moe, het was een gesjouw en ik werd weer nijdig. Waarom kwamen ze het gewoon niet even in ontvangst nemen, met hun protocol. En door sjouwen maar weer met dat karretje.

In de chique grote ruimte van het departement stond een hoge ambtenaar. Hij nam het in ontvangst en stond daar ook al een tijdje te wachten want wij waren laat. Gelukkig bleef hij. Hij nam de borden in ontvangst en we gingen nog even in gesprek. Althans, gesprek. Volgens Veiligheid en Justitie was het hun goed recht om zo weinig mogelijk vluchtelingen te willen opnemen, ze schonden volgens hun interpretatie de regels niet, ze hadden beloofd een maximum aantal op te nemen, niet een minimum, de situatie was anders, er waren minder vluchtelingen die in aanmerking kwamen, etc etc. Wij probeerden te wijzen op de situatie daar. Op het feit dat je ruimhartig je belofte na moet komen maar stuiten op een muur. Aan de voet van die muur liggen nu onze nummerplaten op borden, briefjes en hout geschreven. Ze zouden zeker door de minister worden gezien. Maar wat heeft hij eraan, als hij gelooft dat hij gewoon het minimale mag doen. Dat niemand hem dan te na komt omdat hij naar zijn interpretatie naar de letter heeft gehandeld?

Het is niet Dijkhoff in zijn eentje, het is niet de politiek in zijn eentje, het is een beweging in de samenleving die zich verheven acht boven de problematiek aan de andere kant van het prikkeldraad. ‘Wie hoogmoedig was, buigt het hoofd, wie trots was, bijt in het stof, want de dag komt dat alleen de Heer hoog verheven is’.

Ik wil zo’n dag. En ik wil dan ook het stof proeven voor mijn eigen verheven voelen, voor mijn eigen onzuivere gedrag, maar ook die van een land dat zich terugtrekt achter zijn grenzen en zich niet meer verantwoordelijk lijkt te voelen. Want als ik de Heer een beetje kan volgen, de maker van de wereld, dan worden onze keuzes toch echt afgemeten aan de vraag wat we gedaan hebben voor de mensen in nood die kwamen vragen om onderdak. En hoe we dat gedaan hebben.

Hij zal zich keren tegen elke hoge toren en elke machtige muur. Wel, dat wordt tijd. En als wij daar dan iets in kunnen betekenen, het handen en voeten kunnen geven, dan moeten we dat doen zonder zelf weer muren om het hart te bouwen of ons in torens terug te trekken – maar het wel doen. Met vallen en opstaan.

Jesaja 2:12-22

1 Tessalonicenzen 3:1-13

Lucas 20:27-40