Als het maar je leven kost

Als het maar je leven kost

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Het geeft niet hoeveel je precies doet, als het maar je leven kost. Dat is ongeveer de conclusie vanochtend na het lezen van een van de fragmenten. Het is de laatste van de week, maandag gaan we weer verder. Het voelt altijd als een afronding, de dag voor de sabbat.

Deze PopUpGedachtes ontstonden uit de behoefte om de dag niet te beginnen met mijn agenda, met de krant, met kinderen maar met een moment van stilte en input uit die hele oude christelijke literatuur van de Bijbel, zodat deze dag niet op zichzelf staat maar in perspectief wordt geplaatst, in de lange rij van de geschiedenis. Een dag wordt zomaar veel te belangrijk als je eraan begint, dat je het idee hebt: nu moet het gebeuren, vandaag moet ik dit of dat. Terwijl het meestal ook morgen kan of volgende week, en dat ik bij al teveel focus op wat ik vindt dat ik moet doen, de openheid verlies om op te nemen wat op me afkomt. Daarom eerst een moment van stilte op de dag, ik sla de teksten open die me door een oud klooster-Bijbelrooster worden gegeven en kijk dan wat er haakt. Vanochtend een fragment wat me op de gedachte bracht: het geeft niet hoeveel je precies doet, als het maar je leven kost.

Jezus van Nazareth heeft net de rijke religieuze elite uitgefoeterd omdat ze rondparaderen in chique gewaden maar geen oog hebben voor mensen in nood. Van die kritiek waar iedereen wat mee kan (behalve de bekritiseerde zelf natuurlijk), of je nu gelooft of niet. Vervolgens staat er: ‘Toen hij opkeek, zag hij hoe rijken hun giften in de offerkist kwamen werpen.’ Er staat blijkbaar een bak waar je heel publiek je rijkdom in kan storten, zichtbaar voor iedereen. Een niet te weerstane verleiding voor mensen die graag laten zien hoeveel ze geven, blijkbaar. ‘Hij zag ook’ staat er dan, ‘ dat een arme weduwe er twee muntjes in gooide en hij zei: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen. Want de anderen hebben iets van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze nodig had voor haar levensonderhoud.’

Wat er dus aan het eind van de dag onder de streep staat bij de collecte is totaal irrelevant. Jezus van Nazareth, waarvan hijzelf en de christenheid gelooft dat hij is zoals de maker der wereld is, houdt er een heel eigen wiskunde op na. Niet wat kun je kopen van wat iemand geeft, niet wat de geldelijke waarde is, maar hoeveel het is van je eigen inkomen en dat maakt het dan veel waard.

Belangrijke les voor mij: het maakt dus niet uit wat de impact op de wereld is van je actie. Men roept weleens dat het geen moer uitmaakt of jij nu net die biologische kip koopt, wat verandert de wereld ervan. Dat is dus niet relevant, het gaat erom wat jij geeft. Niet of er aan het eind van de dag een significant ander aantal kippen of munten onder de streep staat. Wat geef jij? Ja, zegt iemand, wat geef jij aan de heer he? Want het gaat hier wel om een offerkist in de tempel.

Dat geven aan de heer kun je niet loszien van het goede doen in de wereld. Geven aan de heer betekent voor hen: in lijn leven met de maker van de wereld en dat mag je wat kosten. Daarmee is investeren in een andere manier van met onze wereld omgaan, het geven van een paar euro aan iemand die het nodig heeft en meer al die kleine dingen die gericht hoopvol gericht zijn op liefhebben van de wereld, de ander en de toekomst een vorm van geven aan de heer. En de impact, de wiskundige impact van wat jij doet maakt niet uit, want de muntjes van deze weduwe wegen zwaarder in deze hele offerkist dan de stortvloed aan munten van de rijke.

De impact maakt niet uit, het is de vraag of het je leven kost. Dat is de tweede conclusie. Of het je leven kost. ‘De anderen hebben van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze nodig had voor haar levensonderhoud.’ Uberhaupt absurd dat in die trotse Joodse samenleving, waar de wetten zo waren dat absoluut niemand gebrek mocht lijden, er een vrouw rondloopt die nog maar twee muntjes heeft voor haar levensonderhoud. Dat betekent dat die samenleving failliet is, dat men niet meer gelooft, niet meer luistert, de oude geboden allang heeft weggekieperd, anders zou er geen vrouw zijn die zo arm was. De tempel is al failliet, dus betekent die stortvloed aan geld niets meer. Behalve die twee muntjes dan.

Het maakt niet uit wat de impact is, als het maar je leven kost. Zij gaf wat ze nodig had voor haar zelf, waarmee ze zichzelf uitleverde. Dat is de gedachte die me hieruit niet loslaat. Zet ik mijn eigen naam, mijn eigen toekomst, mijn eigen hebben en houden op het spel in de zoektocht naar het goede doen. Of room ik dat wat ik voor mezelf leef een klein beetje af, met het idee: ik werk voor mijzelf, ik mag daar goed van genieten, en uit dankbaarheid snij ik dan een stukje uit mijn taart en deel dat met de heer, met de arme of wat dan ook. Dat was niet het idee. De vraag aan mij is of ik hoe ik werk en leef, wil richten op dat wat goed is om te doen. Heel mijn levensonderhoud. Dat het me mijn leven kost.

Ik leer dat iets doen voor de buhne een beetje treurig is, het helpt niet. Dat hoeveel je doet werkelijk irrelevant is en het verwijt van ‘je doet te weinig’ je dus niet hoeft te raken. Het is de vraag of je leven gericht is op het leven zoals de Maker van de wereld dat ooit beoogde, met open hart en oog voor de ander, voor deze wereld en voor de manier waarop jij een rol kunt spelen in een veranderde, mooiere aardbol.

Jesaja 3:8-15

1 Tessalonicenzen 4:1-12

Lucas 20:4121:4