Aan de bak

Aan de bak

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Aan de bak – PopUpGedachte maandag 12 december

Een nieuwe week, nieuwe teksten en een jaar dat ten einde loopt, maar een kennis en een geloof dat nog nauwelijks begonnen is. Dat is de indruk als ik de teksten lees vanochtend, zoals ze op dat oude leesrooster staan wat mij door de bijbel heen doet dwalen. Elke werkdag op zoek naar verrassing, verwondering, verdieping, naar iets van geloof, hoop of liefde voor wat deze dag geloofd, gehoopt en liefgehad moet worden.

Geloven is een gevoel, roept de een. Dat heb je of dat heb je niet. De ander zegt dat geloof twijfel is. Zoekend en tastend, experimenterend verkennen van wat er waar zou kunnen zijn. Geen vroom gedoe, geen keurige mensen, maar maatschappelijk bewust, middenin het leven, huilend en vierend proberen om de dingen in verband te zien, zin te zien en hoop te houden, zoiets.

Vandaag realiseer ik me in de teksten dat dit waar is en mooi is maar dat geloven ook een ambacht is, een vak, een kunst, dat geloof, hoop en liefde nauwgezette vakmatige toewijding vragen volgens de teksten, zoals een beeldhouwer niet op een dag toevallig een beeld uit zijn handen ziet ontstaan maar materiaal moet leren kennen, tijd moet maken, eindeloos moet oefenen, leermeesters bij langs gaat, etc, etc. Geloof als Ambacht.

Allereerst staat er dit gouden zinnetje in Jesaja: ‘ Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, hoewel hij zich voor het volk van Jakob (waar de schrijver onderdeel van is) verborgen houdt, ik heb mijn hoop op hem gevestigd.’ Vertrouwen en hopen op iets of iemand die zich verborgen houdt. Over mentale oefening gesproken, en emotionele oefening. Is dat het antwoord op ‘ik voel het niet’? Of ‘ik zie het niet’? ‘Natuurlijk niet, want hij houdt zich verborgen maar dat is juist het idee van geloven, vertrouwen op iets wat zich verborgen houdt?’ Ik weet het niet precies, het is ook maar een fragment uit Jesaja maar wel fascinerend.

Dan gaat Petrus verder in zijn tweede brief uit de Bijbelse boeken en hij komt met het volgende. Hij zegt: fijn dat u gelooft, maar nu begint het pas: span daarom al uw krachten (focus, toewijding, etc) in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid (dat klinkt suf, tenzij iemand van je zegt: maar die man, die vrouw, die deugt, wat je ook van hem of haar vindt) al uw krachten om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis (als je niks weet, valt je hele gevoel zo weer in elkaar), uw kennis met zelfbeheersing (dat je verantwoordelijk wordt voor wat je voelt en denkt, volwassen), uw zelfbeheersing met volharding (blijven oefenen) en uw volharding met vroomheid (spiritualiteit? Zou dat het goede woord zijn?), en uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters (de lui uit je kerkje, je club, je medezoekers en -vinders) en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen. Als u deze eigenschappen in overvloed bezit, zegt Petrus, is uw kennis van Jezus Christus niet nutteloos maar vruchtbaar, Wie ze niet bezig is kortzichtig, ja blind.’

Zie het als een uitdaging, zullen we maar zeggen. Man wat een lijst. Wie is er dan niet kortzichtig, ja blind. Zeker als zogenaamde gelovige. Op het eerste gezicht een doodvermoeiende lijst, zo van: ik heb ook nog een baan hoor. Toch zijn het ook handvatten voor wie ergens het gevoel heeft dat er hoop zit in die oude verhalen, dat er toewijding nodig is, dat je juist in deze samenleving niet meer met alle winden mee kunt waaien want het is guur geworden en het wordt met een beetje pech nog veel guurder. Dan moeten we ons leren inspannen met al onze krachten. Om het beetje geloof dat er is, het beetje hoop, te voeden zodat gaan deugen, dat we kennis hebben over de zin van dat geloof, die hoop, die liefde, dat we dat volwassen en beheerst doen, spiritueel maar niet zweverig, toegewijd maar niet extremistisch en dan staat er aan het eind pas iets over die liefde. Datgene wat altijd genoemd wordt als de kern van christendom, maar hier lijkt het wel het meesterstuk. Je schildert niet zomaar een Rembrandt, je schildert überhaupt niet zomaar kunst, daar zijn uren en jaren van toewijding met alle krachten voor nodig, volhardend, beheerst, trainen. En dan heel misschien maken we een kunstwerk, dan heel misschien leren we wat liefhebben is. Eerst maar eens je directe omgeving, de mede-zoekers en vinders. Daarna allen. Dat is een meesterstuk, niet een vanzelfsprekendheid.

Tegelijk kun je zeggen: wie liefheeft, is al heel ver. Die heeft al geloof, en die deugt in zekere mate, die heeft kennis en zelfbeheersing en volharding en vroomheid. Dat kan niet anders. Dat mag dan weer troosten als het een beetje veel lijkt.

Geloven in een god die zich verborgen houdt. Je vraagt je af waarom in godsnaam. Laat je zien. Vraag het de kunstenaar waarom het werk dat hij of zij moet scheppen zich nog niet laat zien. Het is er wel, het hangt in de lucht dat werk, dat beeld, de kleuren, het schilderij, maar het moet nagejaagd. Net als geloven, hopen en liefhebben. Het moet nagejaagd. Door ambachtsmannen en -vrouwen. Die houden van hun vak, van hun vakgenoten. En er plezier in hebben om te groeien. Steeds een stukje. Ook dat is geloven.

Jesaja 8:16-23

2 Petrus 1:1-11

Lucas 22:39-53