Tomáš Halík: ‘Het is normaal om twijfels en kritische vragen te hebben over het geloof’

Tomáš Halík: ‘Het is normaal om twijfels en kritische vragen te hebben over het geloof’

Tomáš Halík is het boegbeeld van de zoekers en twijfelaars, gaat gesprekken aan met atheïsten ‘omdat ik het op veel punten met hen eens ben’ en haalt net zo makkelijk Dostojevski of Kafka aan als Paulus. De eminente Praagse theoloog en priester schrikt niet van scepsis en gaat tekeer tegen (te) makkelijke antwoorden over God.

Misschien is het zijn seculiere, humanistische opvoeding waardoor hij leerde dat niet-gelovigen wel degelijk ‘moreel, ethisch én aardig kunnen’ zijn. ‘Nonsens dat sommige christenen beweren dat alleen de Bijbel de bron daarvoor is.’ Wellicht is het ook zijn contact met zijn studenten waardoor hij een groot vertrouwen heeft in de dialoog met andersdenkenden. Alles wat Halík schrijft en vertelt, ademt ruimte en openheid.

Bijna verleid om orthodox te worden

Dat had heel anders kunnen lopen. Hij glimlacht: ‘Ik werd bijna verleid om orthodox te worden door mijn bezoek aan Nederland in 1967. Het was een cultuurshock. De theologiestudenten die ik ontmoette, voerden het ‘God-is-dood-debat’ en ze demonstreerden tegen de bisschop.’ Voor de net bekeerde, serieuze Halík ondenkbaar. ‘Bij terugkomst zeiden conservatieve katholieken tegen mij: dit is het effect van het Tweede Vaticaans Concilie.’

‘Godzijdank ontmoette ik korte tijd daarna, tijdens de Praagse Lente, theologen die vele jaren in de gevangenis hadden gezeten. Zij juichten de hervormingen die de Katholieke Kerk wilde doorvoeren toe. Dat kwam door hun eigen ervaringen. In de gevangenis zaten ze vast met protestanten en humanisten, waardoor een spontane oecumene ontstond. Na hun vrijlating waren ze er diep van overtuigd dat de kerk van de toekomst een open, oecumenische, dienende en arme kerk moest worden. Zij maakten op mij een diepe indruk. Op hen wilde ik lijken.’

‘In onze kleurrijke wereld is het gevaarlijk om zwart-wit
te denken’

Tot op de dag van vandaag leeft en werkt Halík in de geest van wat hem toen zo raakte. Openheid is daarbij een van de belangrijkste kenmerken. ‘Er zijn vragen die zo goed zijn, dat je ze kunt vernielen met antwoorden. Het probleem van christenen is vaak niet dat ze geen antwoorden hebben, het probleem is dat ze niet juiste vragen hebben, of de vragen vergeten. Jammer, want vragen zijn belangrijker dan antwoorden. Ze dagen ons uit om dieper te graven, creatiever te denken. Te snelle antwoorden zorgen voor een starre kijk op de dingen. Maar in onze kleurrijke wereld is het gevaarlijk om zwart-wit te denken. Je wordt dan een makkelijke prooi voor fanatisme.’

Twijfel is normaal

‘Het is normaal dat mensen twijfels en kritische vragen hebben over het geloof. We hebben het namelijk over een mysterie, niet over een probleem waar een oplossing voor moet komen. Iedereen die God benadert als probleem, heeft de verkeerde aanvliegroute. Een probleem kun je oplossen, maar een mysterie lokt uit om dieper en dieper te graven. Zo is het bedoeld. Paulus heeft het (in 1 Korintiërs 13:12) niet voor niets over de wazige spiegel waarin we kijken. We zien God maar ten dele. Hij is een raadsel.

Militante christenen én atheïsten hebben evengoed te maken met twijfels en vragen, maar zij verzetten zich ertegen. En doen vervolgens wat de bekende psycholoog Jung omschrijft: ze projecteren hun eigen schaduwen, hun eigen twijfel op de ander.’

Luisteren naar de stilte

Een volwassen, gerijpt geloof is in staat om met twijfels, open vragen en het zwijgen van God om te gaan. In alles pleit Halík voor geduld met God. ‘Je kunt op een fundamentalistische manier reageren. Alle antwoorden zijn er al en het is niet nodig om te luisteren naar de muziek van de God-stilte. Of je reageert zoals de enthousiaste evangelischen doen. Zij herhalen hun halleluja’s en zijn daardoor ook niet in staat om te luisteren naar de stilte, de verborgenheid van God. Ook atheïsten zijn verre van geduldig. Zij zeggen: de stilte van God betekent dat hij niet bestaat. Dat zijn drie antwoorden van ongeduld. Voor de echte gelovige zit er niets anders op dan te wachten als hij wordt geconfronteerd met de verborgenheid van God.’

‘Bijbelverhalen kun je letterlijk nemen of serieus’

Wie geduldig wacht, leert ook om van de kerk te houden. ‘Ondanks haar zwakheden heeft de kerk zoveel te geven: de sacramenten, goede verhalen en geloofsgetuigen. In de sacramenten word je aangeraakt door Jezus, maar je kunt Hem ook aanraken. Een beetje zoals de apostel Thomas die de wonden van Christus aanraakt. In de sacramenten raken we Jezus aan en soms raken we zelfs zijn wonden aan. En de verhalen… Jezus gaf geen definities, maar verhalen. Die bijbelverhalen kun je letterlijk nemen, maar je kunt ze ook serieus nemen. Met dat laatste bedoel ik dat je erover mediteert, ermee aan de slag gaat. De verhalen zijn rijk, de sleutels om ons leven te begrijpen. En ons leven is de sleutel om de bijbelverhalen te begrijpen.’

‘In mijn eigen leven zijn de geloofsgetuigen enorm belangrijk geweest. Op zo’n zelfde manier is paus Franciscus dat ook voor veel mensen, en niet alleen voor katholieken. Geloofsgetuigen laten het hart zien van het christendom, dat simpel is, open en oecumenisch. En een christendom dat oog heeft voor het verdriet en de ellende van mensen. Paus Franciscus is een symbool van hoop in deze wereld en ik geloof oprecht dat hij en andere getuigen in staat zijn om een nieuw hoofdstuk in te luiden in de geschiedenis van de kerk.’

Tomáš Halík is priester, filosoof, theoloog en psycholoog. Hij groeide op in een seculier gezin, bekeerde zich als jongvolwassene tot het katholicisme en werd in het geheim tot priester gewijd. Hij ontving in 2014 de Templeton Prize, de religieuze Nobelprijs. Geduld met God is het eerst boek dat in het Nederlands werd vertaald. Onlangs verscheen de tweede vertaling: Nacht van de Biechtvader (Boekencentrum Zoetermeer). Hij was onlangs in Nederland: de speech die hij uitsprak, is hier te vinden. 

Foto: Gabriëlle van der Werf