Toegeven dat je verlangt naar een relatie die er niet is… Hoe taboe is dat?

Toegeven dat je verlangt naar een relatie die er niet is… Hoe taboe is dat?

Het is Advent: een tijd die bol staat van verlangen. Maar zeggen dat je als single verlangt naar een relatie is een taboe, merkt Rebecca. 

‘Niemand wil praten over single-zijn’, zei de interviewer in het radioprogramma waar ik over mijn pas verschenen boekje sprak. Dat boekje gaat over single zijn. Ik reageerde een beetje verbaasd: ‘Echt?’ Ik was me niet zo bewust van het taboe.  Niet terecht, ik had het toch kunnen weten. ‘Single zijn is het laatste taboe’, zei premier Rutte deze zomer nog bij Zomergasten.

Ik ben niet zo van de taboes en de geheimen. Maar het valt me op dat interviewers wel heel veel durven te vragen wanneer het onderwerp single zijn eenmaal op tafel ligt. ‘Waarom heb je nog geen relatie?’ is een vraag waarbij ik met mijn mond vol tanden sta. En ‘Wat mis je precies als je geen relatie hebt’ is er ook zo een.

Mark Rutte werd er ook naar gevraagd tijdens Zomergasten. ‘Het loopt zoals het loopt’, was zijn antwoord op de eerste vraag. En verder legde hij uit dat hij een compleet en gelukkig leven heeft, maar tegelijk soms wel iets mist. Dat die twee dingen samengaan, dat is niet voor iedereen even gemakkelijk te begrijpen.

Is de ander vergeten hoe het voelt om te verlangen?

Wat je mist als je geen relatie hebt? Moet ik dat echt gaan uitleggen? Het voelt alsof ik word gevraagd om mijn kleren uit te trekken, terwijl de vraagsteller veilig wegduikt in haar warme jas. Is die ander vergeten hoe het voelt om te verlangen? Of wil die ander liever van mij horen wat verlangen is om het zelf niet te hoeven verwoorden?

Hoe taboe is het om toe te geven dat je verlangt naar wat er niet is? Om toe te geven dat je midden in een compleet en gelukkig leven tòch nog verlangens over hebt, die je soms tot tranen toe kunnen beroeren? Dat je wakker gemaakt wilt worden door muziek, door iemand die je aankijkt, door een ervaring van ‘heelheid’ die je even overvalt…

Het verlangen om één te zijn met een ander mens, huid-op-huid, is het duidelijkst; het is de meest naakte vorm van verlangen. Ik leerde van iemand hiervoor het woord ‘huidhonger’ en velen onthouden juist dit woord uit m’n boekje.
Het is blijkbaar legitiem om mij als single hierover uit te vragen, terwijl ik denk dat verlangen een ‘grondtoon’ van het leven is, voor ons allemaal. Verlangen is verbonden met onvolkomenheid en het maakt ons open voor wat er nog niet is. Het legt bloot wat ontbreekt en durft tegelijk te hopen. Het is naakt en kwetsbaar. Kunnen wij in onze samenleving omgaan met zulk verlangen dat niet direct vervuld wordt?

God als een onbereikbare liefde

Verlangen dat zich hecht aan iemand of iets – ik ben nogal licht ontvlambaar – is meer dan een bevlieging. Het is steeds weer uiting van iets groters. Het gaat uiteindelijk om verlangen naar goedheid en heelheid in een bestaan met gebreken. Het gaat – voor mij – in elk verlangen ten diepste over God.

God heeft daarbij iets van een onbereikbare of onbekende geliefde: degene naar wie je verlangt, maar die niet bij je is. God is de geliefde van wie je maar een glimp ziet, die je eigenlijk nog niet kent. Die glimp is genoeg om een vermogen tot liefhebben in je wakker te maken. Dat verlangen kan het zuiverste en mooiste in je naar boven brengen. Het geeft moed om je te openen, om kwetsbare kanten te laten zien, om te geven wat je hebt.
Zonder pijn om het onvervulde verlangen gaat het niet, maar toch is ook in onvervuld verlangen veel liefde om van te leven. Verlangen maakt ruimte in jezelf voor iemand, voor iets nieuws en daardoor ben je niet meer dezelfde.

Verlangen is misschien wel het laatste taboe. Een taboe dat juist in het evangelie niet omzeild wordt. Deze tijd, de tijd van Advent, zindert van verlangen. Naar licht, naar goedheid, naar nieuw leven, naar God die ons redt. Het vraagt moed om met overgave te verlangen en te verwachten. Het geeft openheid naar een toekomst die vol belofte is. Wie gelooft leeft ervan, van verlangen.