Krijgen we ooit grip op onze aardse chaos?

Krijgen we ooit grip op onze aardse chaos?

Vooruitgang en wetenschap: die moeten ons verlossen van de chaos van ons aardse bestaan. Maar Geert Jan vraagt zich af of ze wel doen wat ze beloven…

Een rare onrust is het, mijn bestaan. De regenton voor mijn raam en de kat die erop ligt, schijnen er geen last van te hebben, maar mij verontrust het. Ik zou het graag, net als zij, ondergaan; nemen voor wat het is. Maar dat kan ik niet. Het is me te wonderbaar en te beangstigend. Dat alles beweegt, verandert. Dat alles onderworpen is aan, bestaat in de tijd. Dat ik nergens écht houvast aan heb. Niet aan de wereld buiten mij, niet aan iets in mij. Ik krijg het in mijn gedachten soms wel even op orde, maar die orde is altijd van korte duur. Ik heb soms het gevoel dat alles klopt, maar dat gevoel ebt ook zomaar weer weg.

Voortdenderend gedoe

Het is fijn dat er zoveel inspanningen worden gepleegd om mij het idee te geven dat het allemaal wel te overzien is. Dat er elk uur een rustige stem op de radio de wereld ordent, dat er ’s avonds tafels in tv-studio’s staan waaraan mensen plaats nemen die het lijken te snappen, dat alsmaar voortdenderende gedoe. Mooi ook dat er eens in de zoveel tijd een hogepriester van het vooruitgangsgeloof in de Westergasfabriek laat zien wat we allemaal al wel weten en begrijpen. En dat een jongensachtige presentator jongensachtig ‘oh’ en ‘ah’ roept en alsmaar blij blijft. Maar het lukt mij niet om in Vooruitgang en Wetenschap te geloven en zo de chaos op afstand te houden.

Achteraf begrijpen?

Het zou al helpen als het soms even zou kunnen. Een soort foto maken van de werkelijkheid en die dan bestuderen. Zodat ik in ieder geval achteraf iets meer zou begrijpen. Een beroemd citaat dat aan Kierkegaard wordt toegeschreven luidt:

Het leven kan slechts achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd.

Dat veronderstelt dat we achteraf tot begrijpen in staat zijn. Maar dat heeft Kierkegaard nooit geschreven. De oorspronkelijke tekst waar de versimpelde tegelspreuk op terug gaat is:

Het is beslist waar wat er in de filosofie wordt beweerd, dat het leven naar achteren begrepen moet worden. Maar daarbij vergeten ze de andere stelling: dat het naar voren geleefd moet worden. En hoe meer je op deze laatste stelling doordenkt, hoe meer je er ten slotte van overtuigd raakt dat het leven in de tijdelijkheid nooit echt begrijpelijk wordt, juist omdat ik geen enkel ogenblik de volle rust kan krijgen om die ene positie in te nemen: naar achteren.

Vastgeketend aan de tijd

Ik kom nooit in de positie om eens rustig de boel op een rijtje te zetten; opgenomen als ik ben in de chaos van beweging die dit leven is. Ik vermoed dat het alleen maar meer tot me gaat doordringen in de tijd die me nog gegeven is: dat ik vastgeketend ben aan de tijd. Dat er geen ontkomen aan is. Dat alles in deze werkelijkheid onderdeel van die maalstroom is.

Ik vermoed dat dat bewustzijn onze cultuur ook steeds meer gaat doordringen. Dat de hogepriesters van het vooruitgangsgeloof aan een laatste min of meer succesvolle tournee bezig zijn. Dat niet zozeer de chaos toe zal nemen, maar wel het besef ervan. Dat de onbegrijpelijkheid en de onbeheersbaarheid van het bestaan onontkoombaar zullen worden.

‘Alles is fictie, droom en chaos, bedekt door een heel dun laagje schijnwerkelijkheid waar we in het dagelijks leven iets van proberen te maken’, schreef columnist Rob Schouten een paar dagen geleden in Trouw. Bijna was ik het met hem eens. Het dunne laagje schijnwerkelijkheid en de chaos daaronder herken ik; onder het plaveisel het moeras. Maar fictie en droom? Die zijn belangrijk, ongetwijfeld. Het verhaal dat mij op de been houdt, is echter non-fictie en weinig dromerig van aard. Het verhaal van eeuwige Liefde die onderdeel van de chaotische tijdelijkheid werd, van een Liefdevol mens die aan dit bestaan kapot leek te gaan, maar niet te stoppen bleek.

Voorwaarts leven dan maar, die rare onrust ten spijt.

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 8  februari 2016.