Pacifist zijn is mooi, maar iets of iemand moet het geweld toch indammen?

Pacifist zijn is mooi, maar iets of iemand moet het geweld toch indammen?

Staat christen zijn gelijk aan pacifist zijn? Van zo’n uitspraak worden Dico en Ruben boos. Leuk, zo’n ideaal, maar het is helaas niet altijd haalbaar in de harde realiteit, betogen ze.  

Laten we maar met de deur in huis vallen: wij hebben moeite met de geweldloosheid van het Evangelie. Het schuurt en irriteert. En als er boven een blog van Lazarusmagazine.nl staat dat christen-zijn pacifist-zijn betekent, dan worden wij boos en roepen we dat wíj dan geen christenen genoemd kunnen worden.

Zijn wij dan zulk agressief volk, verknocht aan geweld? Dat valt best mee. We vinden onszelf best lief en hebben nog nooit gevochten. Toch worstelen wij met de geweldloosheid die Jezus laat zien.

We vechten tegen God én onszelf

Gelukkig heeft dat worstelen met God goede Bijbelse papieren. En net als Jakob bij de Jabbok vechten wij tegen God en tegen onszelf. Want juist als je God aan de tand voelt, doe je dat bij jezelf des te meer. Reformator Johannes Calvijn zei al dat kennis van God en kennis van onszelf nauw verbonden zijn en samenhangen.

Als we in Jezus iets van God zien, wordt ons ook iets duidelijk over wie wij zijn. Over waar we voor bestemd zijn: te leven in perfecte vrede. Maar ook dat we daar nog zo ontzettend ver vandaan zijn. Rebekka de Wit, een jonge theatermaakster, zegt het zo: ‘Ik herinner me mijn lichaam nog zonder schaamhaar. Maar zonder schuld? Nee.’ De Deense filosoof/theoloog Søren Kierkegaard bedoelt iets soortgelijks als hij het heeft over de onherleidbaarheid van de zonde; dat we ons het moment niet meer kunnen herinneren dat we niets op onze kerfstok hadden.

Altijd die werkelijkheid…

Zware woorden. Zonde. Schuld. Heftig ook, want het houdt een genadeloze spiegel voor. Toch is het, om het met de Duitse verzetsheld en theoloog Dietrich Bonhoeffer te zeggen, wel de werkelijkheid waarmee we moeten rekenen. Want ook schuld en oordeel hoort bij de werkelijkheid van het Evangelie. Een pijnlijke kant, dat zeker. Maar onmisbaar willen vergeving en genade het volle gewicht krijgen.

In het kruis, dat Jezus zonder verzet op zich neemt, wordt dat nog eens zichtbaar: Hij lijdt voor onze zonde, wat dat ook precies mag betekenen. Hij belichaamt het evangelie in volle omvang, de goedheid en de liefde. In geweldloosheid, dat ook nog eens. Zo regeert God vanaf het kruis. En dan wordt die genadeloze spiegel genadevol.

Daarmee is het verhaal niet uit. Het gaat verder. Van schepping door het kruis naar ‘herschepping’. En wij moeten leven in een tussentijd: in Jezus is het Koninkrijk van God deze wereld in gekomen, maar het is er nog niet volledig. Hier en daar wordt het zichtbaar. Soms zacht en kwetsbaar, soms luid en overweldiging. Maar nog altijd in voorlopigheid. Precies daarom moeten wij nog dealen met die schuld en zonde. We kunnen nog niet zonder. Ook al willen we anders, het lukt nog niet.

Iets of iemand moet het geweld indammen

Helaas moeten we nog rekenen met een realiteit waarin mensen elkaar kwaad blijven doen. Dat is niet alleen een theologische opmerking. Iedereen die het nieuws volgt weet het: ellende en dood spatten van onze schermen af. Iets of iemand moet dat geweld indammen.

Dat is volgens de eerdergenoemde Calvijn een van de drie rollen van de wet: het kwaad in de wereld proberen tegen te gaan. En daartoe, zo lezen we bij Paulus, heeft de overheid het zwaard gekregen. Niet wij, individueel en persoonlijk. Maar de overheid. Of hoe je het ook wil noemen. Om Gods wet van gerechtigheid toe te passen en het kwaad tegen te gaan.

Volgens ons kan dat ook betekenen dat staten militaire acties ondernemen tegen groepen die het goede en eerlijke met de voeten treden. Andrew White, voormalig pastor in Bagdad, ziet in IS zo’n groep: door en door verrot door het kwaad. Volgens hem zelfs zó ervan doordrenkt dat de enige manier om de levens van onschuldigen te redden inhoudt dat we strijden tegen IS, uiteindelijk ook met geweld.

Conflicten roepen vreselijke dilemma’s op

Dat is de werkelijkheid waar we nu nog mee te dealen hebben. De vrede van het komende Koninkrijk is er helaas nog niet. In deze tussentijd zoeken we naar manieren om daar zoveel mogelijk op te anticiperen, want ook wij willen streven naar de meest vreedzame en geweldloze oplossing. Maar het is te vroeg om te doen alsof het al zover is.

Oorlog en gewapende conflicten zijn vreselijk. En stellen ons voor vreselijke dilemma’s, en militairen nog wel het meest. Kiezen we ervoor IS te bombarderen en zo te moorden, of staan we ze toe vreselijke dingen te doen met bijvoorbeeld de yezidi’s? Daar kunnen we dan niet rustig en lang over nadenken en praten: er moet snel gekozen worden. Geen mens zou voor zo’n keuze moeten komen. Maar we ontkomen er niet aan.

Geweld als laatste redmiddel

Daar zien wij een principe van het Evangelie dat minstens zo belangrijk is als het zoeken naar vrede, en dat is dat Jezus altijd aan de kant van de zwakken, verdrukten en vervolgden staat. Vaak kan dat zonder geweld te gebruiken. Maar soms, heel soms, vraagt dat om militair ingrijpen. Geweld is dan een ultima ratio. Want je in zulke gevallen stil houden en zeggen dat we die keuze niet moeten maken, betekent dat we er als mens voor kiezen het bloed van onschuldigen te laten vloeien.
Dat maakt het niet makkelijker. Het blijft een vreselijk besluit. Toch kan het in deze wereld die smacht naar vernieuwing, naar herschepping, in sommige gevallen wel de beste keuze zijn. Want in het echte leven in deze gebroken wereld kan navolging en aan de kant van de zwakken en kwetsbaren staan betekenen dat we moeten kiezen tussen twee kwaden.

Dit ingezonden stuk is een reactie op de blogs van Daan Savert over geweldloosheid. Je kunt ze hier nalezen.

Dico Baars studeert theologie en bestuurskunde aan de Vrije Universiteit, is raadslid voor de ChristenUnie in Zederik en bestuurslid van PerspectieF, ChristenUnie-jongeren. Ruben van de Belt studeert theologie en rechten aan diezelfde universiteit en is vice-voorzitter van de ChristenUnie Overijssel.