Rikko Voorberg: ‘Ik schreeuw nooit – mijn vloek is gefluister’

Rikko Voorberg: ‘Ik schreeuw nooit – mijn vloek is gefluister’

Rikko Voorberg beantwoordt vragen van Lazarus-lezers naar aanleiding van z’n boek De Dominee leert Vloeken. En de eerste 5 vragenstellers krijgen niet alleen een antwoord, maar ook een exemplaar van het boek!

1.Lucia Hardonk van den Brink: Bid jij ook nog ‘verlos ons van het kwade’? Waarom heeft God het kwade toegelaten volgens jou?

‘Ik bid het nog steeds, maar ik niet omdat ik angstig ben dat God de wereld aan z’n lot overlaat. Laten we onze ogen openhouden voor het Koninkrijk dat er al is. Ik heb al eerder voorgesteld om het Onze Vader anders te bekijken. Niet als een algemeen gebed voor alle eeuwen, maar als een specifiek gebed in die situatie toen, vlak voordat het Koninkrijk zou beginnen. Mijn voorstel was dus ook om niet te bidden ‘Verlos ons van het kwade’ maar te danken: ‘U hebt ons bewaard voor verzoeking en ons verlost van de almacht van het kwaad’. De nieuwe wereld ís begonnen, het kwaad loopt op z’n laatste benen.

‘Ik geloof dat God wil afrekenen met de principes van het kwaad. Maar niet door het uitoefenen van een nieuw totalitair regime, we moeten verlost worden van de noodzaak van dergelijke dwangsystemen. De keuze om de weg van Christus te gaan, moet uit mensen zelf komen. Ze willen die weg gaan omdat ze geraakt zijn door liefde.’

2. Maria Remmelszwaal: Wie/wat is jouw drijfveer? En wat zet jou dan aan tot actie?

‘De Schotse dichter Edwin Muir schreef een gedicht toen hij de kerk achter zich liet: ‘The word made flesh here is made word again.’ Als ik dat lees, denk ik: dat zal me toch niet gebeuren? Dat is écht vloeken. Dat we ons toch weer terugtrekken in woorden, omdat het zo ongemakkelijk is om onze overtuiging en hoop om te zetten in vlees en bloed.
Laten we kijken of het kan. Laten we het niet alleen bij woorden houden: ik ben ervan overtuigd dat opvattingen echt ‘vlees en bloed’ moeten worden. Actie is voor mij de manier om mijn overtuigingen te onderzoeken. Pas dan weet je of het werkt en of het hout snijdt wat je zegt.’

3. Martha Kroes: Kun je vloekende woede over wat goed fout zit in onze wereld verbinden met het aanroepen van Gods naam, of met het aanklagen van God?

‘Dat grote godverdomme heeft dat in de kiem al in zich. Het helpt om onze woede te adresseren, het neer te leggen bij iemand van wie we hopen dat hij er wat aan doet. Dat zie je ook voortdurend gebeuren in de Bijbel, bijvoorbeeld bij Job. Die klaagt God aan. Hij zoekt die verbinding, in tegenstelling tot zijn vrienden die vinden dat je God niet moet betrekken in deze aardse bende. Job zal het wel aan zichzelf te danken hebben.
Ik moet ook denken aan een prachtig Joods verhaal dat die verbinding illustreert. Een man heeft gasten op bezoek in zijn huis. Maar de mensen in zijn omgeving zijn het daar niet mee eens en willen dat hij de gasten uitlevert. Hij blijft erbij dat gastvrijheid heilig is. Dan daalt God zelf neer uit de hemel en zegt: “Lever ze maar uit.” De gastheer antwoordt God: “Nee, ik ken je langer dan vandaag. Ik lever ze niet uit.” En met een grote glimlach trekt Hij zich weer terug in de hemel.’

‘Woede is een cadeau, het is een signaal van onrecht’

4. Bettina Vlot: Wat doe je met woede over onrecht waar je echt niks aan kunt veranderen? (Alleen vloeken helpt niet…) Of wat doe je als woede is omgeslagen in apathie, omdat je gevechten geen effect hebben? En hoe weet ik welke woede ik in constructieve actie moet omzetten?

‘Alleen maar vloeken helpt inderdaad niet. Woede heeft een gemeenschap nodig, want in je eentje kun je het niet volhouden. Huub Oosterhuis zegt dat liefde een gemeenschap nodig heeft om haar levend te houden. Dat geldt niet alleen voor liefde, maar ook voor woede. Gemeenschap is een wapen tegen apathie. Omring je met mensen die het goede doen, mensen van wie je hoop krijgt, die de verontwaardiging delen en met wie je kunt beginnen om woede om te zetten in beweging. Met welke woede je begint is niet zo belangrijk, gewoon maar beginnen. Je weet pas wat het goede is om te doen als je eraan begonnen bent.
Ik zag laatst dat verhaal in Alaska, waar natives protesteerden tegen de aanleg van een pijpleiding door hun gebied. Veteranen besloten om hen heen te gaan staan en hen te beschermen. Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat een aantal van hen op hun knieën is gegaan en vergeving heeft gevraagd voor al het onrecht dat de natives is aangedaan door de kolonisten.

Je weet van tevoren nooit waar je actie toe gaat leiden. We kunnen de wereld niet veranderen, die nieuwe wereld komt ons tegemoet. Maar wat heb ik in die tussentijd gedaan? Was ik bezig met de voorbereiding?’

5. Teus: Vloeken en daadkracht – het doet wat Germaans en macho aan. Als introvert persoon geef ik liever ruimte aan de zachte krachten (bv. aandachtig luisteren) dan dat ik een van de vele schreeuwerds word terwijl er niemand meer luistert. Waarom moet ik volgens jou toch leren vloeken?

‘Woede is een cadeau, het is een signaal van onrecht. Onze cultuur leert ons van jongs af aan dat woede slecht is: als je boos bent, moet je in de hoek, als je lief bent, krijg je een knuffel. Mijn boek verzet zich tegen die cultuur, die elke vorm van woede onvolwassen vindt. Het is niet zo dat je woede per se moet uitschreeuwen. Eigenlijk schreeuw ik ook nooit, dat past niet bij mij. Mijn vloek is gefluister. Voor mij is het een manier om me te verzetten. Dat kan bruut en boos, maar dat kan ook zacht en kwetsbaar. Hoe je het doet, maakt niet zoveel uit. Als je je maar verzet.’

6. Mariska: Waar zie je God in dat plaatje? Draagt hij ons? Het klinkt als iets wat wíj moeten oplossen, zie de ondertitel van je boek: over (onze) woede, (onze) onmacht en (onze) daadkracht…

‘Wij worden gevraagd om in God te geloven. Maar God gelooft ook in mensen. Er staat niet voor niks dat een beetje geloof bergen kan verzetten. God heeft het in onze handen gegeven; wij zijn het evenbeeld van onze Schepper. Zoals in de gelijkenis van de tien talenten: het gaat erom dat je er iets mee doet, wie bang is mis te kleunen komt niet verder. Het is juist een teken van vertrouwen als we in beweging komen.

7. Marina de Haan: Hoe blijf jij hoopvol en het goede doen in een samenleving die soms zo wanhopig is?

‘Ik kan dit niet alleen, het is zo belangrijk om dingen samen te doen, anders houd ik het niet vol. Je hoeft het ook niet elke dag te voelen, er komt wel weer een volgend moment. Het is belangrijk dat je er mentaal voor blijft kiezen. En ik weet me deel van de hele christelijke traditie die hoop hield tegen de klippen op.’

Niet gewonnen en benieuwd naar Rikko’s boek? Hier vind je een leesfragment.

voorberg_de-dominee-leert-vloeken3De Dominee leert Vloeken, Rikko Voorberg, Arbeiderspers
Meer info vind je hier.